Stella: Chief-Storyteller



Buurtschap Lageweg – Verhalenverteller Stella Speksnijder treedt op onder de naam ‘Het Zingende Paard.’ Bij binnenkomst begint ze meteen met een verhaal; liever dan te vertellen over het vertellen zelf, hoewel dat na wat aandringen ook lukt. Tot op het laatst kan ze het niet laten om een nieuw verhaal te beginnen. Best fijn, eerlijk gezegd.


Er gebeurt iets met Stella zodra ze gaat vertellen. Haar gezicht verandert. Zoiets heb ik ooit eerder gezien toen ik in een ver verleden reisde met mijn kat. In de Franse Pyreneeën verdween zij elke avond het donker in om ‘s morgens terug te komen met een nieuwe uitdrukking op haar gezicht. Haar wimpers omlijstten de fonkelende diepten van haar ogen met een zwarte stralenkrans. Mond en neus verloren hun zachtheid en raakten scherp gefocust als op een prooi. Precies zo verandert Stella’s gezicht als ze vertelt.


Slavernij
“Afgelopen jaar nam ik deel aan een cursus over het slavernijverleden van Nederland, in een zeer gemêleerd gezelschap. Het was een eye-opener, zoveel wist ik eigenlijk niet van dat stukje vaderlandse geschiedenis. Na een tijdje ontstond er in mijn hoofd, als uit het niets, een figuur, een man, geboren in de Krimpenerwaard. Deze Ben wil ontsnappen aan het benauwde leven van zijn ouders, uurwerkmakers, en ontmoet Roza, een Surinaamse verpleegster uit Rotterdam.


Het verhaal vertelt de ontmoeting tussen twee culturen: Roza zegt daarover: ‘Jullie maken horloges, maar wij hebben de tijd.’ Het maakt op beiden een diepe persoonlijke indruk. Het is spannend en exotisch, maar ook erotisch, en gelukkig blijkt de aantrekkingskracht groter dan de angst voor het onbekende.”


Sprokkelen
“Een verhaal is er niet ineens. Het ligt in je achterhoofd te wachten tot het uit losse elementen bij elkaar is gesprokkeld. Je kunt de stijl van een ander niet reproduceren; belangrijk is authentiek te blijven. Verhalen ontstaan langzaam en krijgen vorm door wat het leven eraan toevoegt. Geleidelijk krijgen de personages karakter.
Je moet je bewust zijn wat je wilt vertellen, en aan wie. Om in de beeldspraak van de streek te blijven: een verhaal moet rijpen, net als kaas. En dan moet je het laten zien, voelen, beleven. Niet erover vertellen, maar van binnenuit, doorleefd en echt. Alles doet mee: de ambiance, je uitdrukking en lichaamsbewegingen, de hele entourage moet kloppen. Als ik je ga vertellen over een klein bruin hondje, dan heb jij meteen een beeld voor ogen. Dat hoeft niet te lijken op het beeld dat ik ervan heb. Het brengt je verbeelding op gang en zo zijn we ineens samen in het verhaal. Dat is waar de magie zijn intrede doet, waar we de realiteit allemaal net ietsje anders beleven. Daarom teken ik mijn verhalen ook niet op; dan haal je de dynamiek eruit, liggen ze vast.”

Binnenkamer
“Als ik lang genoeg hebt rondgelopen met een verhaal, neem ik het mee naar De Binnenkamer. In dit kleine groepje regionale verhalenvertellers proberen we onze verhalen op elkaar uit, leren van de feedback en inspireren elkaar.” In 2010 bracht Stella Het Zingende Paard onder bij de Kamer van Koophandel en in 2017 werd ze Chief-Storyteller. “Voor die tijd, de eerste vijf jaar, durfde ik niet eens te vertellen: dat deed je vroeger vooral aan kinderen. Ik ben ermee begonnen toen onze leesclub veranderde in een vertelclub nadat we besloten elkaar te vertellen wat we hadden gelezen. Het verbaasde me hoe een zaal in de ban raakte van een verhaal en daardoor raakte ik meer en meer in de ban van het vertellen en het creëren van eigen verhalen.”


Het Zingende Paard
“Je kunt me het best leren kennen door het verhaal hoe ik aan mijn naam gekomen ben. Het Zingende Paard is een Perzisch sprookje. Een veroordeelde verblijft in de kerker van het koninklijk paleis in afwachting van de galg. Voor zijn terechtstelling krijgt hij bezoek van de koning, die in het gesprek dat ze voeren, onder de indruk raakt van hoe de man alle beschuldigingen weet te weerleggen. De koning trekt zich terug en komt na rijp beraad met het volgende voorstel: ‘Mijn wens is om met een zingend paard door het land te trekken. Ik heb zo het vermoeden dat jij mijn paard aan het zingen krijgt. Ik geef je precies één jaar de tijd. Mocht je falen, dan hangen we je alsnog aan de hoogste boom.’


… De veroordeelde ging de uitdaging aan. De koning haalde zijn paard van stal en begeleidde de twee tot buiten de stad. Daar wachtte diens beste vriend, die eigenlijk was gekomen om afscheid te nemen en stomverbaasd was het stel zo aan te treffen. ‘Zou je me liever hebben zien hangen?’ reageerde de man. ‘Die garantie heb ik sowieso na een jaar. Maar er kan in een jaar ook veel veranderen; de koning kan doodgaan, ik kan zelf omkomen, maar stel je eens voor dat het paard gaat zingen?’


Ik had ook nooit kunnen bedenken dat ik verhalenverteller zou worden. Het leven geeft je soms ongelofelijke kansen, die heb ik aangepakt. Waag de sprong maar! En zeg eens, want nu ben ik benieuwd: Wat is jouw Zingende Paard?”

Tandarts uit Syrië



Haastrecht – De Syrische tandarts Fadia Khlief is sinds het moment dat ze met haar kinderen in Nederland arriveerde in 2017 op volle kracht actief om aan het werk te komen. “Ik kan echt geen vijf jaar bezig zijn met het leren van een taal. In Utrecht zijn stoomcursussen voor universitair geschoolden. Ook de drie kinderen hebben de eerste periode alleen maar Nederlandse taal gestudeerd.”


In haar woonplaats Alhassaka werkte ze al twaalf jaar, vanaf haar 21e als tandarts en had een eigen praktijk. Haar kinderen werden door haar ouders opgevangen. Het leven was goed. 
“De oorlog vernietigde toen zoveel dat er geen normaal geëmancipeerd en gelijkwaardig leven meer mogelijk was. Mijn familie bleef achter in Damascus en versnipperd over Europa, waar ze zo snel mogelijk willen integreren en hun leven oppakken.” 
Fadia is onuitsprekelijk dankbaar dat haar ouders, beiden ongeschoold en analfabeet, zo benadrukt ze, hun kinderen hebben laten studeren. “Mijn vader keek goed om zich heen, en besloot om zijn kinderen een toekomst te geven. Hij was ambulancebestuurder en heeft met heel hard werken een universitaire opleiding voor zijn acht kinderen mogelijk gemaakt. Geneeskunde, chirurgie, tandheelkunde; onderwijs was essentieel in onze opvoeding. Hij gaf ons van huis uit de discipline mee om te studeren. Ik geef op mijn beurt die motivatie en gedrevenheid door in de opvoeding van mijn eigen kinderen. De ontwikkelde kant van Syrië leek op de Nederlandse samenleving. Vrouwen houden hun eigen naam na het huwelijk, vooral de hoger opgeleiden bepalen zelf hun kindertal.”


“In onze familie heerst een gezond gevoel voor competitie.” Yamen van elf heeft interesse in aardrijkskunde en geschiedenis en al twee zwemdiploma’s gehaald. Hij wil net als zijn vader apotheker worden. Zein van vier, zijn naam betekent ‘mooi’, is weliswaar nog klein maar communicatief, sociaal en bijdehand. Fadia’s dochter wil vrouwenarts worden. Sara is pas acht en vindt het wonder van geboorte heel bijzonder. Dat beaamt Sara die haar trots voor haar moeder niet onder stoelen of banken steekt. “Ik lijk op jou hè, mama?” En studeren wil ze ook, “Ik hou van boeken, van leren, en ‘s avonds een puzzel voor het slapen.”
Hoe houdt Fadia vinger aan de pols wat betreft de vorderingen van haar kinderen? “Ik heb geregeld evaluatiegesprekken met de leerkrachten. Zo voorkomen we problemen. Ik ervaar Nederland als heel veilig voor kinderen. Sara zit op scouting en ik laat haar met een gerust hart meegaan op kamp. Ik heb vertrouwen in de leiding; ik weet dat we dagelijks even mogen bellen. bij wijze van uitzondering.”
Fadia loopt stage bij een tandartspraktijk en volgt scholing om haar werk te stroomlijnen met het Nederlands vakgebied. Wat te denken van een cursus medische woordenschat? “De praktijk is in Amsterdam waar veel nationaliteiten komen, wat ik erg leuk vind. Nederlandse gebitten zijn over het algemeen erg goed vanwege het verzekeringstelsel. Mijn hoop en kracht haal ik uit mijn beroep. Ik hou van mijn beroep. Mijn droom is om over vijf jaar een eigen praktijk te hebben.” Eerst nog wat diploma’s halen bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam en haar netwerk verder uitbouwen.”
Als ze alleen thuis zit kan het leven soms moeilijk zijn. “Maar dan zijn er fijne buren waarmee ik een halfuurtje thee drink. Nieuwe vriendinnen, kennissen en collega’s. En mijn man en ik wandelen elke dag. Nederland is vrij koud en nat, maar we genieten enorm van het groene en bloemrijke land. We bezoeken familie in Amsterdam en maken daar een rondvaart. We zoeken een neef op in Den Haag en gaan met elkaar naar het strand, of vieren vakantie bij relaties in het mooie Limburg.”
Wat Fadia wenst? “Gelijkwaardigheid tussen alle mensen. Het ontplooien van persoonlijke kwaliteiten. Een plaats in de maatschappij. In Nederland heb je de mogelijkheid jezelf te ontwikkelen en een positie in de samenleving in te nemen.”

De schat van twee culturen




Schoonhoven – “Misschien ben ik wel een geluksvogel,” denkt Eleni Topali.  Ze kwam in 2011 met haar man en dochter Konstantina van vier naar Nederland. Ze werden opgevangen door haar schoonzus en zwager. “Het eerste wat ik zag was hoe vrolijk en onbezorgd Nederlanders waren. Was ik ook zo terneergeslagen door de crisis?


Ik realiseerde me hoe de voorheen zo opgewekte Grieken ongemerkt het hoofd naar beneden en de blik naar binnen hadden gericht, de rug gekromd door armoede en verdriet.” Met de financiële teloorgang van het land, de intellectuele bakermat van Europa, was er een bres geslagen in het zelfvertrouwen van de Grieken. Eleni liet zich er niet door uit het veld slaan: “Ik mis mijn land en familie maar het is wat het is.”


Als kind wilde Eleni graag psycholoog worden en mensen helpen met het beantwoorden van levensvragen. Ze werd opgeleid in de kinderopvang, en uiteindelijk werkt ze hier in de logistiek. In de avonduren zodat ze overdag bij haar kinderen kan zijn. Ze legt zich erbij neer dat ze niet meer in het onderwijs terecht kan. “Als ikzelf een kind naar school stuur is taal in eerste instantie essentieel en dat niveau ga ik niet halen.” Desondanks kijkt ze uit naar het laatste deel van haar taalexamen waarna ze een werk/leertraject wil gaan volgen als Vasiliki, haar jongste dochter, naar school gaat. “Als vrouw heb je dat werken buitenshuis broodnodig. Om iets voor jezelf te hebben, voor je sociale contacten en om je te ontwikkelen.” 


Taalmaatje
Taalmaatje Désirée heeft Eleni in 2016 leren kennen.  Zij vertelt: “Toen ik een kind kreeg ben ik minder gaan werken en omdat ik er graag iets bij deed ben ik taalmaatje geworden. Daar zitten ze om te springen en ik vind het erg fijn om iets te doen wat niet persé over geld verdienen gaat. Eleni is een rolmodel; zij en haar man zijn harde werkers. Voor mensen die hun hand hier komen ophouden heeft Eleni een Griekse uitdrukking: ‘De weg is open en de honden liggen aangelijnd.’ Oftewel: hoepel op!”  Désirée lacht. “We lijken in dat opzicht wel een beetje op elkaar, hebben beide het laconieke van het sterrenbeeld Maagd.” Tijdens hun wekelijkse ontmoetingen bespreken ze in het Nederlands alles wat er aan de orde komt of werken met de schoolopdrachten van Konstantina.  “Je begint met eenvoudig lesmateriaal en bespreekt uiteindelijk wat er in de krant staat,” zegt Eleni.  En Désirée vult aan: “Ik leer evenzoveel van Eleni. Zij vertelt me over allerlei Griekse gewoontes en gebruiken, en spelenderwijs leer ik ook wat van háár taal. Eleni: “Als je hier komt ben je in eerste instantie alleen maar bezig met taal. Taal is alles. Nederland is een oase; als je wilt werken is er de volgende dag werk. En als je in je onderhoud kunt voorzien heb je ruimte om te dromen en die dromen waar te maken.”


In 2017 is Vasiliki geboren. Désirée: “In haar zwangerschap belde ik voor Eleni met de luidspreker aan met de verloskundige afdeling om de bevalling voor te bespreken. Het is niet alleen de taal, je weet ook niet hoe het er hier aan toe gaat.” 


Een schat 
Ieder kind ter wereld zal van zijn vaderland houden en redenen kunnen vinden er trots op te zijn. Eleni: “In twee culturen opgroeien betekent dat je een schat in handen hebt. Als je door de streek Thessaloniki reist sla je op ieder station een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis open. Beelden en landschappen herinneren aan de Griekse mythologie, cultuur, en geschiedenis. Volgens een niet vooropgezet plan geef ik mijn dochters les. Als een onderwerp ter sprake komt waarmee ik een verbinding kan leggen met Griekenland verdiep ik me in het onderwerp. Voor mezelf maak ik er een project van en neem dat vervolgens samen met hen door.”



Helden in overvloed

De kinderen groeien op als Nederlanders, je wortelt waar je je ontwikkelt. Eleni: “Maar hun Griekse achtergrond geef ik op deze manier mee. Niet via theorielessen maar door ervaring, want je kunt vertellen wat je wilt maar als je geloofwaardig wilt zijn moet je het goede voorbeeld geven in je handelingen.

Geschiedenis is wat zwaar voor een jong kind, dus ben ik begonnen met sprookjes en mythologie. De rijke godenwereld van de oude Grieken leent zich daar goed voor. Muzen, schikgodinnen, helden, filosofen, goden en godinnen in overvloed.” 

Konstantina kiest  na de basischool voor het tweetalig VWO. En van haar ouders heeft ze Nieuwgrieks leren spreken, lezen en schrijven.


Moira

Eleni haalt een map tevoorschijn met foto’s van beelden en tekeningen, vergezeld van haar handgeschreven uitleg. Een ervan gaat over de drie schikgodinnen, deelaspecten van de Griekse Moira of lotsbestemming. Klotho is de spinster van de levensdraad; Lachesis bedeelt je het lot toe en Atropos snijdt aan het eind van je leven de levensdraad door. De godin schept, handhaaft en vernietigt. 


Op de feestdag ter ere van Moira op 23 augustus onderzoeken de mensen hun geweten en bepalen ze de richting voor hun toekomst. Zo wordt de filosofie in het dagelijks leven toegepast.

Ik ben de kracht van Afrika




Dit is het verhaal van Samantha van der Wouden – Diedericks, internationaal bekend kunstenares en yogateacher. Zij woont in het hart van het Groene Hart en daar weeft zij vol aandacht haar kunst en levensfilosofie bijeen.

Berkenwoude – “In mijn opvoeding was veel aandacht voor kunst. Ik schilder daarom geen Afrikaanse kunst; ik ben Afrika, in de kleuren, de symboliek, de beweging, het drama en de grootsheid. Ik schrik niet terug voor grote onderwerpen.
Langzaam maar zeker realiseer ik mij dat ik meer ben dan yoga teacher en kunstenares. In mijn yoga verwerk ik mindfulness en oerkennis. In mijn kunst uit ik wat in mij opborrelt. Ik merk het effect van mijn lessen en werk. Als je geïnspireerd bent straalt je werk positieve energie uit en de reactie daarop ontvang jijzelf weer terug.”

Wijde wereld
Samantha groeide op op de afgelegen boerderij van haar familie in Zuid-Afrika. “Het was in een gelijkwaardige en hechte gemeenschap met iedereen die daar woonde en werkte. Tegelijk was er voldoende afzondering om te leren hoe te overleven. Ik was een buitenkind.
Als klein meisje klauterde ik al op mijn paard. Rasper was een rode Vos, mijn beste vriend. Ik reed op hem de wijde wereld in, door de heuvels naar de bergen. Daarboven had ik een weids uitzicht vanaf een fijne steen waar mijn billen precies in pasten zodat ik er uren heerlijk kon zitten, rondkijkend over de hele vallei. Dit was het echte Afrika. Ik stelde me voor dat het sinds de oertijd niet was veranderd.”

Aarde
“Eens per jaar dreven we met een grote groep kinderen te paard de herten vanuit de bergen. De ‘culling’ was het uitdunnen van de populatie om de gezondheid te waarborgen. Mijn vader schoot de dieren. Het slachten, villen, uitbenen en verwerken deden we gezamenlijk, ook kinderen. Niks werd voor ons verborgen, integendeel, we werden erin opgevoed, als deel uit van het leven met het land. En al vroeg was ik zelfstandig. Op mijn elfde jaar ging ik naar kostschool vanwege de lange afstanden, en tijdens mijn studie woonde ik samen met vriendinnen.

Ik ben opgegroeid met de kracht en kennis van de aarde. Mijn vader had en heeft nog steeds helende handen. Zieke dieren, maar ook mensen komen spontaan naar hem toe voor genezing. En kijk eens om je heen, hoe wij één groot geheel zijn met elkaar, elkaar beïnvloeden; hoe energie over en weer stroomt.”

Water
“Dagelijks beoefen ik een wateroffer uit de Vedische traditie – ik omarm dit ritueel voor innerlijke balans. Het gaat als volgt: Ik vul een bakje met schoon stromend water. Vervolgens spreek ik mijn gedachten daarover uit, mijn behoeften, iets wat ik kwijt wil of wil ontvangen. Ik geef het water iets mee wat belangrijk is voor mij. Dit is heel persoonlijk. Ik dank de voorvaders of de goden en vervolgens zegen ik de aarde met dit water als ik het daarover uitschenk. Dit doe je vlak na het ontwaken ‘s morgens, voor je iemand gesproken hebt, als je nog in contact bent met je diepe wezen.”

Drama
Hoe sta je sterk in een land dat niet van jouzelf is? “Dat is een proces wat je doormaakt. Alle factoren die je identiteit dragen heb je achtergelaten. De rollen die je speelde in je eigen land werken hier niet. Waar je diploma niet geldig is, je beroep niet kunt uitoefenen, waar je vertrouwde manier van leven zich niet kan voortzetten. Zonder familie, zonder werk. Als we dan om ons heen kijken zien we ook hoe mensen zijn vervreemd van hun natuur. Politici denken in korte termijnen, bedrijven zijn op winstbejag uit en mensen zijn afhankelijk van hun baan. Zie toch eens hoe ze hun baby’s niet troosten als ze verschoond en gevoed zijn en zogenaamd huilen om niks.”

Dankbaarheid
“Natuurlijk heeft iedereen zijn verhaal, zijn eigen drama. Daarvan leer je om verantwoording te nemen voor jezelf. Keuzes te maken, jezelf te aanvaarden. Iedere uitdaging kun je gebruiken om te groeien. Je bent altijd sterker dan je dacht.
Mijn sterkste gereedschap is dankbaar te zijn. Door positieve gedachten in mijn geest toe te laten. En me bewust te zijn dat wat je denkt en wat je wenst weleens zou kunnen uitkomen. Je moet eerst alle laagjes van jezelf afpellen. En dan jezelf voeden met wat vervulling geeft. Alles wat je eet en wat je denkt stop je in je lichaam.”

Mens zijn
“Tegen nieuwkomers in Nederland zou ik dan ook willen zeggen dat je niet altijd hoeft te vechten of stoer te doen. Neem de tijd om mens te zijn. Vertrouw op je eigen natuur en geef expressie aan je emotie: je mag boos worden en je mag huilen. Dan blijf je het dichtst bij jezelf en de bron van geluk.


Ik ben blij met de huidige generatie sterke vrouwen: Greta Thunberg, de vijftienjarige Zweedse klimaatactiviste. De minister president van Nieuw-Zeeland Jacinda Ardern die na de aanslag in Christchurch automatische wapens verbiedt. Dit zijn moderne vrouwen die laten weten wie ze zijn en waarom ze beslissingen nemen.”

De gelukkige globetrotter




Schoonhoven – Gabriela Perez ontvangt mij in haar lichte flatje met ramen rondom en serveert jasmijnthee. Ik hoef niets te vragen, zoveel te vertellen! Zo vol is ze van zoveel en zo blij is ze met van alles. Het is gewoon een feestje om bij haar te zijn.
“Moet je horen. Dertien jaar geleden, in 2006, heb ik mijn man Remi leren kennen. Ik was een van de 22 miljoen inwoners van Mexico stad. Met zestien medewerkers leverde ik door het hele land computers aan scholen en bibliotheken en gaf vervolgens als pedagoge trainingen. Toen ik eens in de streek Campeche was, besloot ik het archeologische Mayastad Calakmul te bezoeken, met ontelbare piramides. Sommige zijn schoongemaakt en ertussen zijn wandelroutes aangelegd. De rest is mysterieus verborgen gebleven onder het groen van de jungle. Het was een reis van zes uur ernaartoe en we waren met een klein groepje. Een aardig gezinnetje, en een Limburgse man, Remi. Hij en ik raakten meteen aan de praat. Tegen de tijd dat we bij de piramides kwamen had ik daar allang geen oog meer voor en ook een plotselinge regenbui deerde ons niet. Het was magisch. De hele terugweg konden we niet ophouden met praten en we stopten er niet mee tot diep in de nacht. Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk. Op 30 mei 2008 zijn we in op het gemeentehuis getrouwd en op 23 augustus voor de kerk in Mexico met een groot Mexicaans feest.”


Talenknobbel
Dochter Nina is in 2013 geboren. “In de 35e zwangerschapsweek liep ik nog rond in Napels en de eerste twee jaar van Nina’s leven zijn we zoveel mogelijk blijven reizen. Op zeker moment hadden we een huis in Mexico, een in Granada en hier in Schoonhoven,” lacht Gaby. “Van haar tweede tot vierde jaar reisden we ietsje minder. Het heeft Nina vooral goed gedaan. Ze eet alles, slaapt overal en spreekt Spaans-Spaans, Mexicaans-Spaans en Nederlands. Ze zal het wel van haar vader hebben, hij spreekt negen talen. Tot je vierde pak je meerdere talen tegelijkertijd moeiteloos op. Terwijl je motoriek zich ontwikkelt en je langzamerhand gaat leren schrijven, vormt het strottenhoofd zich naar de taal die je spreekt. En wij willen dat Nina zich zowel Mexicaanse als Nederlandse voelt. Door mijn vrijwilligerswerk kende ik de kleuterjuffen Nannie en Annette al van de Emmaschool. Voordat Nannie met pensioen ging, wilde ik Nina graag bij deze juffen hebben. En na deze periode stap ik zometeen weer op, misschien wel naar Spanje met zijn heerlijke klimaat, waar we prachtige fietstochten kunnen maken. Als we bij elkaar kunnen zijn maakt het me niet uit waar ter wereld dat ook is. Home is where the heart is, en dan is het overal goed. Voor zijn werk reist Remi de hele wereld rond. Hij is natuurkundige bij de VN en ontwikkelt internationale projecten in groene energie in ontwikkelingslanden; water, wind en biomassa.”


Alfabetisering
Gaby werkt in de bibliotheek als vrijwilligster alfabetisering. In Nederland zijn er ongeveer 1,3 miljoen volwassenen laaggeletterd, vertelt ze; zij hebben moeite met lezen en schrijven. Ongeveer 250.000 mensen in Nederland zijn analfabeet, dus die lezen of schrijven helemaal niet. Een schrikbarend hoog percentage. 1 op de 9 volwassenen heeft een groot probleem met lezen, schijven en andere basisvaardigheden als rekenen of computergebruik.
Gaby heeft daar uitgesproken ideeën over: “Op het probleem analfabetisme bij volwassenen zijn de Nederlandse lesmethodes niet altijd toereikend. Er is geen adequaat lesmateriaal. Daarom heb ik in opdracht van de bibliotheek kaartjes gemaakt in een bingo-spel, met daarop onderwerpen waarmee volwassenen te maken hebben in het dagelijks leven. Ik werk aan een op leeftijd toegepast lesmateriaal voor mijn leerlingen, liefst in spelvormen die ik heb meegenomen uit Mexico.”


Leesbril
Twee keer per week oefent ze met haar leerlingen. Een 38-jarige moeder van 5 kinderen die door omstandigheden zowel in Marokko als in Nederland nooit naar school is geweest. En een 61-jarige Marokkaanse vrouw, hoofd van een familie met kinderen en kleinkinderen. Ze is actief op school en verzorgt ook nog haar eigen moeder. Als naaister tekende ze patronen, maar schrijven kon ze niet. Gaby: “Stel je voor dat je zelfs de icoontjes zoals ‘zet hier een cirkel of een kruis’ niet begrijpt omdat je die nooit eerder gezien hebt. In de winkel niet weet wat een euroteken is, of het getal dat erop volgt. En dan een taal leren die je niet verstaat. Het vergt vele hersenprocessen om de taalontwikkeling in gang te zetten die gepaard gaat met logisch denken. Daarom zal het een hele poos duren voor zij leert lezen en schrijven.” Gaby kwam ook nog ergens anders achter: Waarom schreef haar leerlinge zo slordig? “Samen hebben we net zolang de leesbrillen die in de bibliotheek liggen, gepast tot tot ze scherp kon zien. En toen kon ze wel tussen de lijnen schrijven.”

Engelengeduld
Het vergt engelengeduld. Maar Gaby is laconiek en blijmoedig: “Ik doe wat ik kan zolang ik hier ben, en ik leg me erbij neer dat ik niet alles voor iedereen kan verbeteren.” 

De belofte van Milan



“Ik ben gedisciplineerd opgevoed,” stelt Milan Astrinawaty. “Als je een goed leven wilt heb je een fatsoenlijke opleiding nodig. Streef niet naar rijkdom, leerde mijn vader ons, maar wees een eerlijk mens. Als je daarmee vertrouwen weet te winnen kom je veel verder.”


Krimpen aan de Lek – Milan Astrinawaty Seip vergeet de datum nooit, dat haar moeder belde vanuit Indonesië. Het was 22 juni 2015. Milan was in Nederland bij haar vriend op bezoek. ‘Pappie ligt kritiek.’ Ze kon hem nog wel aan de telefoon krijgen maar haar vader zelf kon niet meer praten. Mijn broer zat naast hem, die kon me vertellen hoe hij reageerde. “Pappie,” zei ik, “Ik kom direct naar huis om afscheid van je te nemen. Maar je hoeft niet op mij te wachten als je teveel pijn hebt, ik begrijp het. Ik ben je eeuwig dankbaar voor alles wat je wat je voor ons hebt gedaan. En het spijt mij dat ik niet aan je verwachting heb voldaan, vergeef je mij? Twintig minuten later is hij heengegaan, in vrede.”

Loopbaan

“Ik had mijn studie niet afgemaakt, dat had ik hem beloofd en hierover voelde ik me schuldig. Ik zal je het verhaal vertellen van mijn ouders. Mijn moeder kwam uit een hogere klasse dan mijn vader. Parvatti had zeven broers en zussen. Toen haar vader overleed nam oma Tientje, de zus van haar oma, de opvoeding over. Haar man, Zachri, was bankdirecteur. Mijn vader, Jimmy, een jongen uit de middenklasse, werkte parttime als chauffeur en loopjongen, hij sorteerde de post en bracht die rond rond in de bank van opa Zachri. Tot drie keer toe weigerde oma Tientje toestemming te geven voor de verbintenis. Maar het was Zachri die de knoop doorhakte en toestemming gaf voor het huwelijk, dat op 8 mei 1972 plaatsvond. Zachtri zei toen: ‘Eens zal Jimmy hoger staan dan ik.'”


Rolmodellen
“Zachri kreeg gelijk. Op eigen kracht werkte Jimmy zich op tot dezelfde positie als hijzelf. Dat was 1995. In die 23 jaar zijn we wel twaalf keer verhuisd. Uiteindelijk werd pappie vice-president van de BNI bank in Bandung op Java. Mijn ouders waren de beste rolmodellen die we ons, ik heb twee broers, konden wensen.” Wat waren hun belangrijkste waarden? “Wees stipt, zelfstandig, eerlijk en heb zelfvertrouwen.

In 1991 ging ik naar de hotelschool. Mijn vader wilde dat ik minstens een bachelor haalde. Waarom is dat zo belangrijk?, vroeg ik me af. ‘Als je een keer in de problemen komt heb je altijd iets om op terug te vallen.’
Maar ik zakte voor de test aan de universiteit van Jakarta, de staatsuniversiteit van Indonesië, en moest een veel duurder examen afleggen om op een particuliere universiteit aangenomen te worden.”


Office manager
“Hier startte ik met de studie merkontwikkeling die ik niet heb afgemaakt. Ik had geen zin meer, ik wilde liever werken. Hiermee stelde ik mijn ouders ongelofelijk teleur. maar ik vond een baan in Jakarta en werkte me op tot office manager van de grootste bedrijf in goud en juwelen van het land, met 600 werknemers. 
Ik trouwde en bleek niet zwanger te kunnen worden. Het werd een stressvolle tijd waarin ik me liet behandelen voor onvruchtbaarheid en bovendien moest mijn moeder een hartoperatie ondergaan. Middenin deze spannende en onzekere periode ontdekte ik dat mijn man in de tussentijd een relatie had met een andere vrouw die inmiddels zelfs zwanger was van hem. Dit betekende een enorme klap voor me, waarop vanzelfsprekend een scheiding volgde; ik keerde terug naar mijn ouders.”


Scheiding
“In Indonesië is het zo dat als een man een scheiding aanvraagt de bezittingen verdeeld worden. Als een vrouw de scheiding aanvraagt krijgt zij helemaal niets. Ik had al die tijd niet gehuild maar over dit onrecht schreide ik dikke tranen. Ik kon natuurlijk wachten tot ik een ons woog, dus uiteindelijk moest ik de scheiding wel zelf aanvragen, die na tweeënhalf jaar op 28 mei 2013 werd uitgesproken. Hierna werd ik een echte workaholic, ik werkte zes dagen per week op de afdelingen HR en sales tot mijn vader me erop wees dat ik geen sociaal leven meer had.


Ik heb geen kinderen gekregen maar wel liefde gevonden. Hoewel dat betekende dat ik ver weg ben van mijn familie en het overlijden van mijn vader op afstand heb moeten meemaken. Mijn moeder gunt het me, jouw geluk is het mijne, zei ze me, ‘if that guy makes you happy,’ dan ligt daar jouw weg. Ik voel me door haar gesteund in het volgen van mijn hart, zij weet hoe belangrijk dat is en ik heb het uiteindelijk ook geleerd.”
Nu is Milan bijna zesenveertig. In Krimpen aan de Lek werkt ze sinds februari 2017 aan een nieuw bestaan. Haar man Peter heeft twee volwassen zoons. De inburgeringscursus brengt vriendschappen. “Je moet wel een stap terug, gelukkig ben ik voor het eerste examen, Nederlands lezen en luisteren, geslaagd. Als vrijwilligster in het taalcafé leer ik heel veel mensen kennen.” Binnenkort begint ze met een baantje in de lunchroom van Boerske Broodjes. Je moet tenslotte door met je leven! Maar wel heeft ze zich ingeschreven bij de Open Universiteit. Voor een postgraduate, om de belofte aan haar vader in te lossen.

Reizen naar Oeganda


Flavia Anek Onen
Het volkslied van Oeganda geldt als het kortste ter wereld en wordt daarom meestal twee keer achter elkaar gezongen. Flavia Anek Onen is al net zo kort over de regering en president van haar geboorteland: ze vullen enkel hun zakken en die van hun familie.

Schoonhoven – Flavia is scherp en heeft een humoristische manier van vertellen in bloemrijk Engels. Aan de oostelijke oever van het Victoriameer ligt in Oeganda de stad Jijnja waar ze geboren en getogen is. Hier ligt haar hart en loopt haar mond van over. Net als de Nijl die hier ontspringt en 6000 kilometer verder in de Middellandse Zee stroomt. “In het traag deinende water van het meer zie je de op een na grootste rivier van de wereld ontstaan in een versnelling van de stroom richting de Nijl.”

Flavia vertelt: “Mijn ouders komen uit de streek Gulu in het noorden; daar zijn ze intelligent en intellectueel, met een hoogstaande moraal. Dat geeft ze echter geen enkel voorrecht in Jjinja, waar hoge functies en aantrekkelijke banen voorbehouden zijn aan degenen die kruiwagens hebben of flinke sommen geld neertellen. Mijn vader had twee vrouwen, zoals in Oeganda algemeen gebruikelijk is. De man is het hoofd van het gezin en zijn wil is wet; je hebt hem te respecteren, zonder twijfel of twist. Mijn vader verbleef beurtelings een week in het ene, dan weer in het andere gezin.
Mijn moeder Gertrud heeft vier dochters en één zoon. Concy, mijn stiefmoeder, heeft vier zonen en een dochter. Het doet zeer om haar stiefmoeder te moeten noemen, maar zij stookte na de begrafenis van onze vader haar dochter Barbara op om niet meer met ons te praten. Terwijl we juist zo goed met elkaar overweg konden; we droegen zelfs dezelfde kleren, alleen in een andere kleur. We vierden alle feestdagen gezamenlijk. We hadden zo’n fijne jeugd!
Hoe de vork in de steel zat kwam aan het licht toen mijn vader overleed. Ik was toen zestien. Tijdens de uitvaart heb ik Concy nog geholpen met het verzorgen van de boeketten. Mijn ooms regelden zowel de begrafenis als de erfenis. Uiteindelijk ging al zijn spaargeld naar Concy, zij had immers de meeste zoons. In Oeganda tellen alleen jongens, zij mogen dan ook studeren. Oeganda staat bekend om de homohaat en meisjes zijn ‘just a waste of time’. Toen ik in Nederland arriveerde, nam een van de ooms contact met me op. Ik ben er niet op ingegaan, waarom zou ik? Ik had niets van ze te verwachten! Door die hele geschiedenis ben ik niet zo geduldig en gedwee, en ook is er voor mij geen enkele aanleiding om in een traditionele relatie te stappen. Ik stel mijn eigen doelen en zorg dat ik die op eigen kracht bereik.”

Luipaarden en olifanten
Haar Hollandse Hans is anders, ze leerde hem twaalf jaar geleden kennen en ze heeft tot haar verbazing nooit onenigheid met hem gehad. “Is dat gek? Hij haalt het het beste in me naar boven. Ik volg een opleiding in vrije tijd en toerisme en was in de veronderstelling dat ik dan als kamermeisje bedden zou moeten afhalen. Daar voelde ik helemaal niets voor! Maar Hans liet me inzien wat ik met die opleiding kan. Het houdt nogal wat in: een reisorganisatie runnen, reizen organiseren, airport pickups en transfers regelen, op noodgevallen anticiperen, kamers boeken, onderhandelen over excursies.” En dat is precies wat Flavia nu doet. Ze ontpopte zich als een volwaardig en vooral betrouwbaar reisorganisator. “Ik draag er persoonlijk zorg voor dat de chauffeurs niet alleen op de juiste dag maar ook exact op de afgesproken tijd op afgesproken plaats is. Ik garandeer dat we met een volle tank benzine in een schone truck op safari gaan. Op zoek naar leeuwen, luipaarden, olifanten, giraffen en krokodillen. We bezoeken de Victoria watervallen en gaan vissen.”

Twee stoplichten
Deze goed georganiseerde dame vindt Nederland overgeorganiseerd. “Jinja is de tweede stad van Oeganda. Kampala, de hoofdstad heeft twee stoplichten en Jinja … geen een. Dat komt goed uit, want iedereen bestuurt hier een voertuig naar believen. Men zou niet weten of je voor een groen stoplicht moest stoppen of doorrijden. Van het verschil tussen links en rechts rijden of voorrang verlenen heeft nog geen mens gehoord. Je in dat verkeer begeven? Spring liever achterop een taxibrommertje. Of ga langs de weg staan en wuif als er een bus aankomt in de hoop dat hij voor je stopt en jouw richting uitgaat.
Wij hebben geen koelkast nodig, dat is zonde van de elektriciteit. Hoe durven de vishandelaren hier bedorven talapia voor vers te aan te prijzen!?” Flavia trekt er haar neus voor op. “Als ik vis wil hebben loop ik naar de haven en kies wat er vers uit de Nijl is binnengebracht.
Ik mis onze overvloed aan groente en fruit. En het Hollandse ‘eet je bord leeg’ betekent voor ons dat je een slechte gastvrouw bent. Waardeloze groenten of onkruid als bitterleaf, guavebladeren en soursop fruit worden hier heel duur als delicatesse verkocht.” Ze laat me tamarinde proeven en een pakje bananenmeel zien. Ze moet er zuinig mee zijn, de KLM heeft het bagagevervoer in prijs verhoogd. “Ik had graag fruit geïmporteerd, maar jullie zouden onze ananassen en avocado’s zo groot als een voetbal niet eens op krijgen.”

Kaarsjes op je verjaardagstaart


We vijlden onze nagels met een steen en kleurden onze lippen met een rode balpen, vertelt Flavia Almeida Reis. “In de kerk zaten we naast elkaar, geloofden we samen in God en zongen alle liedjes mee uit volle borst. Laudicéa was mijn vriendinnetje.”

Lekkerkerk – Flavia Reis groeide op in een kindertehuis in Brazilië, het Orfanato Evangélico das Assembleias de Deus na Bahia.” Ik spreek haar met taalmaatje Ria in de bibliotheek en in het gezellige dijkhuis waar zij met haar man Chris en twee dochtertjes woont. “Mijn moeder was nog heel jong toen ze mij kreeg en mij aan mijn overgrootmoeder gaf. Die bracht me naar het kindertehuis, want ook zij moest werken. Daarna heeft mijn moeder nog vijf kinderen gekregen, daar heb ik eerlijk gezegd geen begrip voor.  Alleen mijn jongste broer groeide op bij onze moeder. Ik heb altijd gedacht dat ik een weeskind was en kwam er pas later achter dat ik familie had.”
In het kindertehuis in Feira de Santana Bahia woonden tachtig kinderen van alle leeftijden; jongens en meisjes, de baby’s en tieners, allemaal apart. Het was een groot complex met een kerk, een speeltuin, een bakkerij. Verder een groentetuin, een boomgaard en natuurlijk een school. In gebouwen met twintig slaapkamers sliep je in een eigen kamer of je deelde die met een of twee andere kinderen. Als kind droomde Flavia ervan later haar eigen huis te hebben.
“Het was gezellig in het tehuis en het eten was lekker, maar we werden er streng en gelovig opgevoed. De directrice Loide was wel altijd lief. Met haar heb ik nog steeds contact. Loide vierde haar eigen verjaardag met ons in het tehuis. Ze maakte er voor mij een onvergetelijk feest van door met de drie kinderen die in diezelfde maand jarig waren taart te eten. Al die jaren correspondeerde ik met Laura, een Finse vrouw die me financieel had geadopteerd. Ik schreef haar wat wij zoal deden en zij stuurde snoep en geld. Drop! Zo vies. Helaas zijn we elkaar later uit het oog verloren.” 

Nanny
“Op mijn zestiende kwam overgrootmoeder me ophalen. Ze had me mijn eerste drie jaar eenmaal per jaar bezocht, maar dat was ik vergeten. Blijkbaar was het tijd om bij haar te gaan wonen, maar omdat ik mezelf moest onderhouden, werd ik nanny. Ik trok bij de familie in, een vriendin van mijn moeder. Mijn eigen familie heb ik in die periode pas leren kennen, maar ik voelde geen band met mijn moeder en ook niet met mijn oma. Wel met mijn halfbroers en -zusje. Mijn zusje raakte al op haar veertiende zwanger. Inmiddels is ze vierentwintig en heeft ze twee dochters. Ze werkt in een pizzeria en een tante helpt haar met de kinderen, want ze heeft geen man. En een van mijn broers is bij drugsbendes betrokken geraakt en later door een gewapende passagier doodgeschoten toen hij een overval pleegde op een bus.”

Macumba
In Salvador de Bahia kwamen vroeger de slavenschepen aan uit Afrika. Het  Afrikaanse geloof en cultuur zijn er sterk vertegenwoordigd gebleven. Dat is te zien aan de vele kleurige huizen, en miljoenen mensen maken nog weleens een macumba. Dit is een offer, gericht aan de goden en geesten, dat wordt samengesteld uit allerlei kleurige en symbolische attributen, zoals schelpen, snoep en geld. Er wordt dan gedanst, vuur gestookt, soms wordt er een dier geofferd. Het gaat hierbij om serieuze en ethisch hoogstaande zaken, maar het gebeurt net zo goed te pas en te onpas, zoals wanneer je iemands echtgenoot wil afpakken.  
Flavia: “Toen er een keer een macumba werd gemaakt, hebben Laudicéa en ik de muntjes, een paar dubbeltjes, gepikt uit het offer. Dat was zó spannend. Omdat we niet van het terrein af konden moesten we over de muur roepen naar de eigenaresse van de snoepwinkel aan de andere kant. Wij gooiden het geld over de muur en dan gooide zij snoep terug.” 

Machista
“Ik was twintig toen ik de Nederlandse Chris leerde kennen en ik vond hem aardig. Voor mij geen Braziliaan, die zijn machista, seksistisch, en daar had ik helemaal geen boodschap aan.”Hij had een verhuurbedrijf in Salvador de Bahia van woningen  tijdens carnaval en andere festiviteiten. We woonden tien jaar in zo’n kleurig huisje vlak bij het strand, voordat we verhuisden naar Nederland. Ons dochtertje Luna was toen zes. Inmiddels zijn we getrouwd en heeft Luna een zusje gekregen: Eva, zij is nu drie.
Chris vult aan: “Flavia is niet zo uitbundig en extravert als de gemiddelde Braziliaanse, ze is bescheiden maar weet wat ze wil. Ze lijkt niet getraumatiseerd; in die cultuur tilt men er niet zo zwaar aan wie je kind verzorgt, het wordt gegeven aan degene die daar het best toe in staat is. Maar toen ons dochtertje Luna haar eerste verjaardag vierde, had Flavia ons huis van onder tot boven versierd en volgezet met lekkernijen en zoetigheid. Daaraan kon je wel zien wat het voor haar betekende om haar eigen gezin te hebben.”
Taart
“Ik heb een gelukkig leven en een fijn thuis gekregen. Door mijn eigen kindertijd betekent het heel veel voor me om zelf de verjaardagstaarten voor mijn dochters te kunnen bakken. Ik wil graag mijn eigen inkomen gaan verdienen met het bakken van taarten.”

Hoofddoek als uiting van vrijheid


“Nederland is mijn kleine paradijsje. Het enige dat ik anders zou willen zien is dat er eerst wordt gekeken naar wat we gemeen hebben in plaats van de verschillen op te zoeken en die te benadrukken.”


Schoonhoven – Shahiera Sharif is zesendertig jaar, op haar 16e kwam ze vanuit Afghanistan naar Nederland. Ze is alleenstaand moeder met een zoon. Ze is landelijk projectleider bij Vluchtelingenwerk Nederland, waar arbeidscoaches vluchtelingen helpen een baan te vinden. Daarnaast heeft ze een studio voor sport en yoga, Fempowerment Studio. “Het concept daarvan is de combinatie van bewegen en je mindset. Stilte, het volgen van het ritme van je hartslag en ademhaling kan confronterend zijn,” lacht ze. “Maar het is belangrijk om naar binnen te gaan, je lichaam bewust te voelen. Yoga wordt misschien dan wel niet gewaardeerd door de islam, maar ik maak mijn eigen keuzes. Iedereen wordt geboren met een doel en mijn doel is vrijheid!”

Hoofddoek
Negen jaar geleden nam Shahiera een besluit. Ze koos voor het dragen van een hoofddoek. Dat wierp nogal wat stof op. Veel mensen hadden en hebben er nog moeite mee. Shahiera: “Ze zien niet dat ik innerlijk niet ben veranderd. Ik heb alleen zichtbaar gemaakt waar ik voor sta. Mijn ouders zijn met mij, mijn broertje en zusje, gevlucht vanwege de repressieve regering van een land waar we geen vrijheid hadden. In Nederland hebben we veiligheid én vrijheid gevonden.
Een jaar of veertien geleden begon Geert Wilders zich te roeren: islam zegt dit, de Koran zegt dat. Tegelijkertijd zagen we de samenleving verharden. Mijn moeder besloot zich in de Koran te verdiepen, en ik studeerde met haar mee. Ik kwam tot de slotsom dat de schepper in je hart leeft, dat religie kracht geeft, je steunt en helpt opstaan als je valt. Dat je het leven niet hoeft te begrijpen om er vertrouwen in te hebben dat het goed is. Dan leer je de stilte waarderen, en hoef je er niet voor te vluchten, zo creëer je vrede in je hart. Mijn moeder is genezen van migraine nadat zij op bedevaart is gegaan. Of je een hoofddoek draagt omdat je het huishouden doet, of chemotherapie hebt gehad, of dat het een uiting is van je relatie met de Schepper; ik dacht dat het allemaal kon in Nederland.”


Vrijheid
Je geloofsovertuiging is de basis vanwaaruit je het leven leeft. Is het belangrijk dat je vrij bent in het uiten van je geloofsovertuiging of religie?
“Ik zal me niet conformeren aan de mensen die deze vrijheid bestrijden. Dat ik mijn hoofddoek draag betekent dat ik me juist níet laat knechten. Mijn hoofddoek is daarom per se geen statement; het is een kledingvoorschrift uit de Koran die de verbinding met de Schepper vertegenwoordigt. Ik draag de hoofddoek omdat ik mijn Schepper wil gehoorzamen, onvoorwaardelijk liefheb en wil volgen. Maar soms denk ik er weleens over om de politiek in te gaan, om eens wat duidelijkheid te brengen. In Afghanistan zijn vrouwen verplicht een hoofddoek te dragen, hier mag het. Daarom hou ik zo van Nederland. Ik waardeer de vrije keus enorm. Maar helaas maak ik juist vaker mee dat je ter verantwoording wordt geroepen voor het dragen van die hoofddoek.”


Wat voor commentaar krijg je op je hoofddoek?
…. Tut-tut- jij ook al?
… Wat zonde van je haar, ik dacht dat je een superwesterse dame was.
… Shahiera versie 2.0


“Er zijn hele lieve prachtige hoogopgeleide vrouwen die een hoofddoek dragen. Uiteindelijk zijn er altijd verschillen, maar de vraag is: waar krijg je energie van? En waar leer je van? Ik zou willen dat mensen aandacht hadden voor onze overeenkomsten. Laat verschillen niet tussenbeide komen. Met opleidingen, werk, partner, kinderen en huishouding kom je nauwelijks toe aan jezelf. Neem twee uur per week de tijd waarin je helemaal zelf bepaalt wat je doet. Leg je geluk nooit in handen van een ander en laat niemand je zwak maken. Houd de regie over je eigen leven. Leer op jezelf te vertrouwen. Vrijheid heb je net zo hard nodig als zuurstof. “


Wereldburgers
Hoe sta je tegenover Afghanistan?
“Ik weet het zo gauw niet, laatst sprak ik erover met mijn broertje, die zei dat we wereldburgers zijn geworden. We zijn snel in velerlei opzichten, hechten minder waarde aan tijd en plaats. Je kunt je paradijs creëren waar je ook bent. Het gevoel van geluk is niet afhankelijk van je afkomst maar van je hart en mindset. Ik besef intens hoe waardevol het leven is tussen geboorte en de dood. Op een keer beloofde ik mijn moeder te bellen zodra ik vlak bij huis was. Ik realiseerde me dat de dag ervoor op precies diezelfde plek een dodelijk ongeval had plaatsgevonden. Twee broers, waarvan één aanstaand vader, kwamen nooit meer thuis. In Afghanistan worden de doden in drie witte lappen stof gewikkeld en dezelfde dag nog ter aarde besteld. Er is niets wat je meeneemt. Als je dat beseft is het geen moeite om ergens voor te staan en ervoor te gaan.”


Hoe ziet je leven er over vijf jaar uit? “Ik zou heel graag mijn studio uitbreiden en nog meer vrouwen bereiken volgens de stelregel: Wees trots als een pauw, zacht als een roos en sterk als een leeuw.”

En de vrouw die slaat de trom


“Het was een heerlijke tijd. We waren verliefd en zagen er knap en leuk uit, in onze stoere broeken met wijde pijpen en strakke bloezen. Ik had hem op school leren kennen, de zus van een docent had familie in Nederland en hij kwam regelmatig langsgereden.”

Schoonhoven – “Ik was vrijmoedig en vol bewondering voor zijn mooie Mercedes. Na een poosje gingen we een eindje rijden en later nog ergens iets drinken. Zo is het begonnen.” Nadia Zaïdi kwam in 1979 op 17-jarige leeftijd naar Nederland. Even wennen was dat, maar ze zorgde meteen overal bij betrokken te zijn, “anders word je eenzaam.” En één aspect van haar jeugd zou ze nooit loslaten: “Iedere dag is een feest.”

Opa’s lieveling
Opa bezat een flinke boerderij aan de rand van Tanger. “Ik groeide op in een grote familie op zijn land, waar hij woonde met zijn vrouw, hun vijf zonen en twee dochters en hun gezinnen.
Als jongste van alle kleinkinderen was ik opa’s lieveling, ik stond altijd naast hem of zat op zijn rechterknie en volgde hem op de voet. Zodoende was ik vaak van van alles op de hoogte. Opa was de familieoudste; gaf wijze adviezen en goede raad: Zijn levensmotto was dat iedereen vooral gelukkig moest zijn en van het leven diende te genieten. Af en toe ging de radio aan, tv kwam er pas op het laatst. Ik was altijd buiten en hielp op de boerderij, vermaakte me met de dieren; molk de koeien en gaf alle kippen een naam. ‘s Avonds aten we gezamenlijk op het binnenplein aan grote tafels tussen de bomen, overdekt met gekleurde zeilen. Daar liepen dan twaalf bedienden af en aan met rijk gevulde schotels. De woningen lagen om het plein.
Wij kinderen verzamelden ons elke morgen bij de grote boom en liepen naar de school. Daarvoor hoefden we alleen over te steken. Tanger kent nu een miljoen inwoners maar ik herinner het me als een mooie en rustige stad waar iedereen elkaar kende en waar je alles lopend deed.”

Moeders
Moeders speelden een heel grote rol. Schoenen en jurken werden in opdracht buitenshuis gemaakt, hoewel de meisjes wel naailes kregen. En kookles. Met de Ramadan werd er gekookt voor de armen, en de kinderen brachten pannetjes soep rond. Die ervaring kwam goed te pas toen Nadia bij de SWOS met vrijwilligerswerk begon: “Er ging een wereld voor me open, en ik vroeg me af of ik het wel zou kunnen. Maar we werden gekoppeld aan Nederlandse dames en dachten toen: O, noemen ze dit hier koken? De Nederlanders vonden het aanvankelijk ook maar eng: ze zouden toch geen vies Marokkaans eten krijgen? Dus mijn (Marokkaanse) vriendin en ik kookten de Hollandse pot. We bleken een grote aantrekkingskracht te hebben op de Marokkaanse gemeenschap, en algauw werd er voor mij bij de SWOS een baan gecreëerd als activiteitenbegeleidster voor migranten. Het was zelfs zo dat de huisarts Marokkanen naar mij verwees voor gymnastiekles, wandelen, feestjes, bruiloften en het verschaffen van interculturele informatie. Vooral met ouderen werken is mijn passie, bijvoorbeeld het herkennen en begeleiden van beginnende dementie. Wij brengen zoveel kleur mee! En op de markt kopen we niet één paprika maar een paar kilo!”

Vroedvrouw
Oma was de matriarch van de familie en stuurde het thuisfront aan. Zij ging prachtig gekleed en had met henna beschilderde handen. “Oma van mijn vaders kant was vroedvrouw en gynaecoloog in de wijde omtrek,” vertelt Nadia. “Ook legde zij de doden af. Deze beroepen werden als vanzelfsprekend uitgeoefend door ‘pittige vrouwen’. Als meisje van acht jaar ging ik al met haar mee, ik ben nooit bang voor doden of de dood. Ook geboortes vind ik niet eng. Eens werd oma bij een bevalling geroepen. “Zo hard ik kon holde ik achter haar aan. Daar was ze bezig, met een bezweet hoofd. De navelstreng zat om het nekje, zag ik. “Oma,” zei ik zacht. “Nu niet,” bitste ze. Even later moest ik wel doeken en warm water halen. Het jongetje was al blauw, maar met een paar ferme petsen bleef hij toch in leven. Later kwam ik hem tegen: Hee jongetje, ik heb jou eruit zien komen, zei ik dan. En ja hoor, hij wist het nog! Iedereen daar was met haar hulp geboren en al die kinderen noemden haar Moeder.”
Uithuwelijken
“Ach, daaraan wordt hier altijd zo zwaar getild. Ik herinner het me als aandachtig en liefdevol. Je groeide heel betrokken met elkaar op. Zo was al vroeg duidelijk wie er bij wie hoorde en werd het uiteindelijk een gezamenlijke keus met wie je trouwde, iedereen was het ermee eens.”
Toen haar moeder haar eigen bedrijf wilde beginnen was opa geshockeerd. Hij bood haar geld aan, met de gedachte dat het haar iets ontbrak. “Het kostte oma de nodige overredingskracht om hem duidelijk te maken dat het haar ging om zelfontplooiing. Toen kon hij zich er wel in vinden. Later, toen ik naar Nederland ging, was het mijn moeders beurt om geschokt te zijn.
Na de dood van opa brokkelde het familiegebeuren geleidelijk af en ging ieder zijns weegs.”
Loes Ambrosius schrijft aan een serie portretten van vrouwen van elders. Meedoen? Bel 06-18257903. Kijk ook op Facebook: Kleurrijk Krimpenerwaard en op: KleurrijkKrimpenerwaard.nl