Schrijven in je nieuwe taal

 

Portugal was dat jaar de winnaar van de allereerste Nations League, de nieuwe landencompetitie van de UEFA. Voor eigen volk in Porto werd Nederland in de (teleurstellende) finale geklopt met 1-0. De werkgever van Cristina was de volgende morgen als eerste om haar te feliciteren. “Dat was zo speciaal, in Portugal wordt niet gesproken met personeel,” vergelijkt Cristina. “Die snauwde je een opdracht toe, terwijl mijn werkgever hier vriendelijk naar me toe komt en vraagt: sorry, zou je me willen helpen?”

Europees burger

Het is lastig communiceren met Cristina. Als je vluchteling bent en van buiten Europa komt, is er een integratiecursus, een taalcursus en zijn er allerlei voorzieningen. Maar als Europees burger kan zij daarvan geen gebruikmaken, wat taal betreft is dat erg lastig. Lekkerkerk valt onder een district waarin wel Gouda valt, maar niet Krimpen aan de IJssel. Gouda is twee uur reizen met het openbaar vervoer. Nu staat ze op een wachtlijst om over een halfjaar in Bergambacht een taalcursus te kunnen doen. En dat is overdag, ook niet handig combineren met je werk. Niet dat ze klaagt, haar Nederlands is nu al zelfs beter dan dat van haar partner João, die ze met officiële documenten helpt.

Nieuwsgierig naar het vervolg? Lees verder in het boek Kleurrijk. Ook als e-book.

Je blijft altijd met elkaar verbonden

Uitgelicht

e Pedagoge Dieuwertje Meijer organiseert op verschillende plekken in de gemeente Krimpenerwaard  !Jes Het Brugproject, een kosteloze (maar niet vrijblijvende) training voor kinderen en hun ouders na scheiding.’ 

Pedagoge Dieuwertje Meijer (33) is getrouwd en moeder van drie kinderen van 9, 6 en 4 jaar. Ze werkte als pedagogisch coach in de kinderopvang. “Na acht jaar werd het tijd om mij te richten op de individuele begeleiding van kinderen en gezinnen, met het streven meer voor hen te kunnen betekenen dan alleen doorverwijzen naar andere voorzieningen.” 

Hoogbegaafdheid

Zelf heeft ze ervaren hoe lastig het kan zijn voor een hoogbegaafd kind in het regulier onderwijs. Dieuwertje: “En inmiddels ook hoe het is als ouder om de juiste ondersteuning te organiseren voor je kind. Het is een doelgroep waarvan de problematiek nog altijd wordt onderschat. Het vooroordeel dat ouders gewoon graag willen dat hun kind bijzonder is, maakt de drempel om hier over te praten hoog. Maar als ouder toezien hoe je kind steeds ongelukkiger wordt is geen optie en daarom vind ik het belangrijk om me voor deze doelgroep in te zetten. Als ervaringsdeskundige en professional.”

Voor informatie bel Dieuwertje Meijer op: 06-29208907 en bezoek de website www.pedagogische-begeleiding.nl

Iman laat geen moment onbenut

Iman

Ze is pas eenentwintig, Iman Alweso. ‘Maar zo voel ik me niet. Het is alsof ik al heel lang leef. Mijn jeugd was in één ogenblik verdwenen toen de oorlog in Syrië uitbrak. De tegenstelling tussen die twee leefwerelden kan niet groter zijn. Mijn jeugd was licht en blij, het leek altijd lente. Met zeven broers en zusjes woonde ons gezin in een prachtig vrijstaand huis in de stad.”

Stolwijk – Na schooltijd kreeg Iman thuis bijles van een privéleraar. “Ik was intens gelukkig: Elke zomer logeerden we in hotels in Latakia, een luxueuze stad aan de kust. We stoeiden en zwommen in de warme zee, aten heerlijk vis in de mooiste restaurants.” 

Vulkaanuitbarsting
“Toen ik klein was droomde ik ervan groot te zijn, maar sinds het moment dat ik daadwerkelijk groot werd, het moment dat de oorlog uitbrak, verlang ik ernaar weer zo klein en zorgeloos te zijn als toen. Vanaf mijn veertiende werd mijn bewustzijn razendsnel groter en groter, als na een vulkaanuitbarsting, die de mensen in één klap hun menselijkheid ontneemt. Het beeld verschoof van fleurig naar zwart-wit, overal was rook, mensen liepen verdwaasd door de straten, niemand durfde nog naar binnen. Er heerste veel angst, en ook gelatenheid.”

Studeren
“Na de verwoesting van onze stad kwamen we in een dorp op het platteland terecht, en een jaar later verhuisde mijn familie naar Turkije. Ik begon daar aan een studie fysiotherapie en werkte als vrijwilliger bij het Rode Kruis, waar ik activiteiten organiseerde voor kinderen. In mijn vrije tijd hield ik me bezig met het onderzoeken van allerlei onderwerpen, waarover ik dan een presentatie hield voor leerlingen van een school. Bijvoorbeeld over een volk dat in drijvende steden op het water woont en leeft van de visvangst; minutenlang kunnen die vissers onder water blijven.” 

Toekomstdromen
Iman wil niet stilzitten. “Ik laat geen moment onbenut, altijd ben ik ergens mee bezig. Dat is mijn natuur. Ik zie nu kinderen die nergens toe gemotiveerd zijn, ze gamen, hangen voor de tv en hebben geen interesses. Zo ben ik zelf nooit geweest. Op mijn dertiende kreeg ik een ooginfectie; ik was bang het licht in mijn ogen te verliezen. Toen ik me realiseerde dat mensen echt blind worden als er geen deskundige hulp is, nam ik een besluit. Ik stelde me ten doel om oogarts te worden en een kliniek te openen waar mensen terecht kunnen voor gratis oogheelkundige hulp.”

Oogheelkundige kliniek
Iman heeft op grote vellen papier haar leven en toekomst in kaart gebracht. Ze heeft het allemaal uitgedacht en opgetekend. Waar sta je nu en waar wil je terechtkomen, hoe kom je daar en welke wegen moet je daarvoor gaan? “Om mijn droom waar te maken heb ik nog enkele stappen voor de boeg. Om ook de financiering voor een oogarts rond te krijgen, zal ik nog zes jaar moeten werken.” Naast een baan als optometrist waarin ze dit jaar hoopt af te studeren, zoekt ze een stageplek op de afdeling oogheelkundige van een ziekenhuis om de opleiding tot technisch oogheelkundig assistent te mogen volgen. 

Toekomst
“We leefden in een heel rijk land, waar de bevolking niet van profiteerde. De geweldsuitbarsting in mijn land zie ik als een explosie van verlangen naar vrijheid. Isis heeft daarmee niks te maken en met het geloof al helemaal niet; wij zijn net als iedereen heel erg bang voor terrorisme. We horen ook verhalen uit Syrië over vrouwenonderdrukking, een meisje van zestien dat is verkracht en daarom is gedood. Verbijsterend! Het duurt misschien nog tientallen jaren voor er verandering komt. Maar ik doe liever geen voorspelling. Je kunt verwachtingen hebben, maar ik heb geleerd dat alles in een oogwenk kan veranderen.” Ook ten goede? “Ja, ik heb vertrouwen in de positieve kracht van mensen; daarop kunnen we een gelukkige en verantwoordelijke gemeenschap bouwen.”


Syrië in perspectief
Iman is bezig met de voorbereiding van een nieuwszender, die ze in samenwerking met Syrische en Nederlandse vrijwilligers in de lucht wil brengen: Light on Syria. Iman: “Aleppo en Damascus zijn steden die, met een geschiedenis van 12000 jaar, aan de wieg staan van de beschaving van de mensheid. Gevluchte Syriërs hebben behoefte aan informatie, maar ik wil ook graag Nederlanders informeren over de cultuur en achtergronden van Syrië, naast het dagelijkse nieuws. Hiervoor ben ik op zoek naar medewerkers die helpen met de website, vertaling en correctie van het Nederlands en het maken van interviews.” 

Boeket voor Vrijheid

Aan het evenement Een boeket voor Vrijheid, waarbij Schoonhoven 75 jaar vrede herdenkt en de vrijheid viert, wil Iman graag haar steentje bijdragen. Zo biedt ze aan om voor middelbare scholieren een lezing te houden over haar lotgevallen. “Maar daarbij vind ik één ding heel belangrijk,” benadrukt ze, “ik wil geen nare beelden in hun hoofd prenten. Daarvoor moeten we ze behoeden.” Later stuurt ze een berichtje: Zal ik ook een clown regelen voor het evenement?” 

De Syrische Iman Alweso kwam in 2017 met haar ouders en acht broers en zusjes naar Nederland. Ze was toen achttien. Twee jaar later geeft ze engelse les aan Nederlandse kinderen, zet zich in voor het Rode Kruis en vertegenwoordigd ze Nederland in een internationaal studentenoverleg.

Leven met PCOS

De vrouw die bergen beweegt

Afbeelding


Cristina Vellinga is geboren in de tijd dat volgens het decreet van Ceausescu vrouwen pas na vijf kinderen abortus mochten plegen. Voorbehoedsmiddelen waren er niet. Wat dat in de praktijk betekende ondervond ze toen ze voor een kleine ingreep op haar 16e in het ziekenhuis verbleef.

Schoonhoven – Daar werd een moeder van drie kinderen binnengebracht na een mislukte abortus. Cristina: “Een agent van de Securitatea kwam de operatiekamer in om de hulpverleners te verhinderen hun werk te doen. Ik durfde hem niet aan te kijken, maar zie nog steeds zijn Adidas-gympen onder zijn autoritaire kostuum. Wat er gebeurde zal ik je verder besparen, maar ik raak het beeld nooit meer kwijt. Het was het allerdiepste niveau van indringen, gepleegd door een dictatuur. We moesten met elkaar communiceren door middel van gebaren en beeldspraak; gewoontegetrouw voel ik nog steeds onder tafel of er geen afluisterapparatuur zit.”

Symposium
Cristina is verbonden aan de Sectie Interculturalisatie bij het Nederlands Instituut voor Psychologen, hiervoor organiseerde ze enige tijd geleden een symposium over migranten en literatuur. “Mijn doel is om psychologen te laten nadenken over hoe je gedrag en behoeften worden beïnvloed door verschillende culturen.  Lezen is verrijkend door de ervaringen en verhalen van de schrijver, die zichzelf laat kennen door de keuze van zijn onderwerp en personages. “

Kinderrechten
“Bij de Rijksuniversiteit Groningen doe ik onderzoek naar kinderrechten en migratie van uitgeprocedeerde kinderen. Wat is het beste voor het kind in de toekomst. Hoe zijn de familie-omstandigheden en die van de samenleving waarin het terecht zal komen.”
Zou het niet beter zijn de kunst van het Nederlandse geluk te exporteren?, in ons licht bezien is het toch nergens beter dan hier?
“Ja, Nederland is klein, en de wereld erg groot. Maar Nederland is ook een naïef land als het gaat om het interculturele inzicht van de overheid. Vrouwen en kinderen worden minder vaak geloofd dan mannen. Ze zijn kwetsbaarder, terwijl mannen over het algemeen vrijer omgaan met de mogelijkheden binnen ons rechtssysteem, zoals het jarenlang volhouden van procedures tegen de staat. Mishandelde en misbruikte vrouwen hebben minder lef om te vechten voor een verblijfsvergunning omdat hun verhaal niet wordt geloofd. Een ander onrecht is dat analfabete vrouwen dreigen te worden teruggestuurd naar het land van herkomst omdat het vrijwel onmogelijk voor ze is om hun taalcertificaat te halen.”


Metaforen
“Ik wilde destijds psychologie studeren, ware het niet dat Ceauşescu alle professoren had laten opsluiten en deze studierichting had opgedoekt als staatsondermijnend. Daarom werd het letterkunde, ik studeerde Romaanse talen en doceerde daarna in Spanje aan de universiteit. Het was niet de bedoeling me in Nederland te vestigen, maar de liefde bracht ook mij hierheen. Ik moest me inschrijven bij het arbeidsbureau. De ambtenaar, keurig kortgeschoren, keek me aan en las hardop in mijn cv: we-ten-schaap, waarbij hij blaatte als een schaap. Wat denk je wel niet?! vroeg hij en antwoordde toen op mijn vraag waar ik dan wel zou kunnen werken. Bij thuiskomst werd mijn man bleek en woedend toen hij dit antwoord hoorde en twee weken lang weigerde hij het te vertalen: in de verpakkingsindustrie.  Vervolgens heb ik me  ingeschreven in Leiden om daar verder te studeren, onderzoek te doen naar de interpretatie van metaforen en pionierend op het gebied van cognitieve psychologie. Ik specialiseerde me uiteindelijk in de ontwikkelings-neurocognitieve psychologie, belandde bij de top van vijf onderzoeksteams in de wereld en studeerde with merit af.”
Emancipatie
“In de tussentijd kreeg ik kinderen en was verbijsterd; het gebrek aan kinderopvang leek mij niet te rijmen met zo’n ontwikkeld land als Nederland. Mijn moeder was directeur van een kinderopvang en een bekend en gerespecteerd pedagoge. Vrouwen in Roemenië werden geacht zes dagen per week te werken. Hier zou ik meer geld kwijt zijn aan kinderopvang dan ik zou kunnen verdienen.  In de VVAO (Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding) werkte ik mee aan het realiseren van de wetswijziging kinderopvang, waarvan ikzelf nog precies een jaar kon profiteren. Zodoende heb ik het research master Psychologie gedeeltelijk in Londen kunnen doen.”


Volgend jaar start Cristina een proefproject een behandelvorm voor vrouwen met meerdere trauma’s, waarbij psychologische methoden worden toegepast naast  beweging en kunst. “Ik heb inmiddels ontdekt dat ik een goede therapeute ben, al voel ik de theoretische kant alweer lonken.”

Als ik haar nakijk terwijl ze over het bruggetje loopt  over de sluis achter Belvédère, bedenk ik me dat Cristina Vellinga een vrouw is die bergen beweegt. ‘Maar ik moet ook de tijd nemen om te genieten van dit mooie stadje,” zegt ze. “Want daarvoor zijn we hier tenslotte komen wonen.”

Cristina Vellinga is geboren in Roemenië en met een Nederlander getrouwd.

Het land van melk en honing

Afbeelding






Burundi… terwijl ik in de bibliotheek de coördinator van het Taalhuis Corine de Haij interview, vraag ik me hardop af of ik ooit iemand uit dat onbekende kleine Afrikaanse land te spreken zal krijgen. Aan het eind van ons gesprek schuift een prachtig geklede jonge vrouw aan. Corine kent haar ook niet, en we vragen waar ze vandaan komt. Je raadt het al: Burundi.

Hier volgt het verhaal van Marina. Haar woonplaats is bij de redactie bekend en haar naam is veranderd; op de lijst van het World Happiness Report 2018 staat Burundi  als minst gelukkige land op nummer 156. 68% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Of je Hutu bent of Tutsi, regeringsgezind of in de oppositie, iedereen wordt ooit geconfronteerd met de toestand waarin het land verkeert. Dat overkwam ook Marina.

Broer konijn
De zachtaardige Marina is zesentwintig en heeft een dochtertje van drie. Het kleine meisje zegt heel braaf alle woordjes na, maar durft nauwelijks haar mond open te doen. Daarom gaat ze naar logopedie, thuis spreken haar ouders Swahili, dus heeft ze ook een taalachterstand. Het Taalhuis Krimpenerwaard faciliteert met vrijwilligers die thuis komen voorlezen, en daarop is nu het wachten. “Wat voor verhalen vertelde jouw moeder aan je als kind?” vraag ik Marina. “Over broer konijn, die worteltjes steelt.” Ze moet lachen, alsof het kinderachtig is. Onderwijl speelt het meisje met een spelletjes-app op haar moeders telefoon. Aan de wand van haar appartement hangt een trouwfoto waarop zij en haar man elkaar uit een glas melk laten drinken. Traditie waarmee de koe wordt geëerd als symbool van vruchtbaarheid en voorspoed.

Sinaasappelboom
Marina pakt mijn notitieblok om haar ouderlijk huis te tekenen. Op een afgebakend erf staat een met witte leem gestuct gebouwtje met een plat dak en twee kamers. “Hier woonde ik met mijn moeder en twee zusjes. In de raamkozijnen zijn gietijzeren ornamenten bevestigd. Op het terrein staat nog een huisje, voor de drie broers. In het midden staat een sinaasappelboom en in de omgeving zijn veel bomen en lopen geiten, kippen en eenden rond. In een hoek van het erf is een kraan waar wordt gewassen en water getapt voor het eten; koken doen we buiten op een houtskoolfornuis voor twee pannen. Afhankelijk van hoeveel geld je hebt wordt er een tot drie keer per dag gegeten; rijst, eventueel met bonen. Vlees en vis zijn duur, dus die eten we maar soms. Groente is niet duur, er is een spinazie-achtige bladgroente en cassave. Brood is er niet, er is geen oven. Fruit is er volop: papaya, mango.” Ze beschrijft net zulke grote avocado’s als Flavia uit Oeganda in haar verhaal. “Sinds het overlijden van mijn vader verdient mijn moeder de kost met de verkoop van tomaten.” Marina kan eens in de veertien dagen met een beltegoed van tien euro, vijf minuten met haar moeder telefoneren. Ze hoopt hier een baan te krijgen in de ouderenzorg, zodat ze haar moeder kan ondersteunen om haar handel uit te breiden met rijst, mais, bonen en suiker. 

Koude douche
“Naast de kraan heb je het toilet, met een put in de grond. En weer daarnaast is de douche: je haalt een klein emmertje koud water en giet dat over je hoofd. Dat is met een constante temperatuur van 28 graden echt niet zo vervelend als je zou denken!
In Burundi hoef je pas op je zevende naar school. Onze klas bestond uit tachtig leerlingen die in groepjes op de grond zaten.” Marina kijkt terug op een vrolijke kindertijd waarin “we altijd op blote voeten liepen en in het zand speelden, altijd buiten. Als speelgoed  hadden we een springtouw, elastieken en een bal. Van oude lapjes naaide ik mijn eigen pop, met een naald van mijn moeder, die me ook leerde haken. De jongens deden fanatiek wedstrijdjes met het gooien van gekleurde stenen.

Koeienmelk
De telefoon rinkelt. Op het beeldscherm verschijnt: My lovely husband. Maar goed ook, dat hij er is, als je uit zo’n andere wereld komt lijkt welhaast alles onoverkomelijk. Hij vult Marina’s vehaal graag aan: “Toen ik haar voor het eerst zag sloeg mijn hart over, ik was op slag verliefd. Wat er toen volgde was een omslachtig spel van overleg en beraad. Eerst met mijn eigen ouders, die een heleboel vragen stelden om er zeker van te zijn dat ik serieus mijn leven aan deze vrouw wilde wijden en mijn verantwoordelijkheden nakomen. Daarna ging ik met het meisje praten, en met haar instemming naar haar ouders. Na dit alles goed te hebben doorstaan ging ik weer naar mijn eigen ouders, die vervolgens overlegden met die van haar. In acht maanden tijd verdiende ik de bruidsschat bij elkaar.” Hij schrijft het nieuw geleerde woord op een briefje: Bruidsschat. Zo bouwt hij aan zijn woordenschat. En hij vervolgt: “Hiervan werd de uitzet gekocht, mooie kleren, sieraden, en de bruiloft werd ermee betaald. Na de religieuze plechtigheid was er een feest dat een hele dag duurde, met 300 genodigden. Het echtpaar zit dan op een verhoging terwijl de gasten om beurten de microfoon op het podium pakken om de echtelieden van goede raad te voorzien, voornamelijk wensen ze je veel geduld met elkaar toe. Na het huwelijk fungeert (in ons geval) de Shekh als raadsman en voor vrouwenzaken dient een tante.”

Taalhuis als ontmoetingsplek


Via Vluchtelingenwerk zijn ze door de eerste periode heen geholpen om maatschappelijk te integreren. Krimpenerwaard Intercultureel bevordert de sociale integratie en verzorgt de taalstages. De gemeente helpt met het zoeken naar werk. Taak van het Taalhuis is de informele taalontwikkeling te bevorderen.

Lekkerkerk – Corine de Haij is coördinator van het Taalhuis Krimpenerwaard, onderdeel van de Bibliotheek Krimpenerwaard. Zij ontmoet de meeste vrouwen persoonlijk die uit het buitenland hier zijn komen wonen en aan hun taalontwikkeling willen werken. Corine heeft met haar teamgenoten Hester Hage en Melany Heuvelman vijfenzeventig vrijwilligers en honderdvierenzeventig cursisten onder haar hoede. Corine: “De bibliotheek wil een ontmoetingsplek zijn. Hier worden taallessen gegeven in informele vorm. In les- en leesgroepen met mensen, ongeacht hoelang ze hier al zijn, zijn wordt taal gestimuleerd. De taalactiviteiten zijn eenmaal per week. Tijdens de koffie in het Taalcafé wordt spelenderwijs geoefend met het durven spreken in het openbaar. Het biedt gezelschap én helpt  tegen eenzaamheid.

Informeel
Hester staat de vrijwilligers bij met antwoorden op inhoudelijke vragen over het lesmateriaal en het toetsen van de cursisten. Melany voert de intakegesprekken en ondersteunt de lesgroepen.
Integratie is een vrouwending; vrouwen hebben meer behoefte anderen te ontmoeten. Corine: “Mannen komen meer voor praktische informatie: het Taalhuis wordt voornamelijk, 80 procent, door vrouwen bezocht. Onze doelgroep bestaat uit anderstaligen in het algemeen, niet alleen uit vluchtelingen. Het Taalhuis is er voor beginners en gevorderden. Ook voor mensen die het inburgeringsexamen afgerond hebben geven we kortdurende cursussen zoals Taal en administratie of Taal en werk.
Binnen de bibliotheek zijn er ook activiteiten voor kinderen, zoals de voorleesexpres waarin het voorlezen wordt ingebed in de opvoeding, bij laaggeletterde Nederlanders en anderstaligen. Vrijwilligers komen eens per week bij kinderen thuis voor een periode van 20 weken en helpen zo de ouders op weg met voorlezen.”

Miscommunicatie
Corine, voorheen beleidsmedewerker WMO bij de gemeente, over haar drijfveer om dit werk te doen: “Het heeft mij gegrepen hoe mensen hun best doen een leven op te bouwen. Vluchten is afschuwelijk en vluchtelingen krijgen met veel miscommunicatie te maken. Dat werkt soms misverstanden in de hand of roep een negatief beeld op. In de bibliotheek is iedereen welkom; we willen deze groep mensen ondersteunen én van hen leren. Soms vertellen ze hun verhaal voor het eerst, of helemaal niet. Onze cultuur is nogal open; je mag zijn wie je bent. Maar het roept reacties en vragen op als je in een hooggesloten jurk gesluierd over straat gaat in een van onze dorpen. Ook kan ik me voorstellen dat het vragen oproept als er in een dorp als Lekkerkerk met 7000 inwoners een groep buitenlandse mannen op straat rondhangt. Natuurlijk zoeken die mannen elkaar op. En als je ze niet kent en hun verhaal niet weet, dan geeft dat in het slechtste geval een onveilig gevoel. Het legt beslag op het dorp en doet een appèl op Nederlanders. Integreren is niet een proces wat vanzelf gaat, het moet begeleid worden.”

Veiligheid
Dit doet je ook afvragen hoe stevig onze samenleving in elkaar zit. Dat zou als graadmeter kunnen dienen voor de opvangcapaciteit van de buurt. Hoeveel contacten heb je zelf in je omgeving? Worden er buurtbarbecues georganiseerd of lopen de bewoners van je wijk samen voor een goed doel? Melany was het afgelopen jaar teamcaptain in de Leeuwerikhof in Lekkerkerk voor de Samenloop voor Hoop, waardoor men elkaar allemaal kent. Daar is het gemakkelijker integreren dan in een buurt waar men elkaar sowieso nauwelijks groet.

Taal als brug
Corine: “Deze vrouwen hebben bewust gekozen om in een totaal onbekend land een nieuwe start te maken. Als ze hoogopgeleid zijn moeten ze hier onderaan de ladder beginnen. Blijkbaar is het ze die prijs waard in hun afweging om hun eigen land te verlaten. Heel vaak gaat het om de veiligheid en de toekomst van de kinderen. De culturele afstand kan een onzichtbare muur creëren waardoor je misschien lastig contacten legt. Dan kun je klem komen te zitten, onzeker raken. Taal is dan de uitgelezen brug naar contact, want – zo is het motto van de bibliotheek – “taal is van ons allemaal” en je woordenschat is je kostbaarste bezit. Met woorden kun je je verhaal vertellen zodat mensen je leren kennen. Multiculturele verhalen maken de mensen zichtbaar. Het helpt begrip te kweken als we hun verhalen horen en lezen.”

Buitenlanders zijn niet alleen vluchtelingen. Mensen komen om allerlei redenen naar Nederland. En zeker vrouwen zijn niet alleen maar hulpbehoevend. Ze voegen veerkracht, besluitvaardigheid, daadkracht en levenservaring toe en dragen op die manier bij aan onze samenleving.

Het roer om


Stel dat je overtuiging zo sterk is en in overeenstemming met je talent. Dan zijn er plotseling geen barrières meer. “Praat me niet over ziekte, dat verhaal is al zo uitgemeten in de pers. Heb het liever over wat ik doe en wie ik ben.” Dit is het verhaal van José Donatz, die fotografe werd.

Bergambacht – José heeft de fotografie helemaal omarmd. Zozeer dat ze onlangs na 32 jaar haar baan als ambulant hulpverlener heeft opgezegd. “Ik beteken graag iets voor anderen en dat kan ik via fotografie het best. Nadat ik zes maanden had platgelegen in verband met mijn rug, was mijn tijd gekomen het roer om te gooien. Ik deed een opleiding fotografie, nam privélessen en ging zoveel mogelijk op stap met professionals op zoek naar verdieping.” Inmiddels heeft ze haar eigen studio voor portretfotografie.
Diepgang
De inhoud vond ze in haar afstudeerproject. Voor José geen oranjesoesjes als onderwerp maar daklozen bij de Soepbus in Rotterdam. José: “Hier werd ik eerst afgewezen, er was al zoveel media aandacht. Maar ik liet het er niet bij zitten en kreeg toestemming om contact te leggen met de daklozen. Toen ik terugkwam voor de handtekeningen in verband met het portretrecht stonden de daklozen in de rij en wilden allemaal op de foto. Een grote verrassing, er werd niet verwacht dat er ook maar enig animo voor zou zijn. De foto’s heb ik ze ingelijst en wel gegeven en ben later teruggegaan om de reportage te maken waarop ik uit was. Een expositie in de Laurenskerk genereerde veel aandacht, kwam op tv bij omroep MAX en William Rutte deelde mijn portfolio.’
Barbieren
José is niet voor een kleintje vervaard, welke uitdaging zoekt ze op? “Ik zoek naar verdieping, ik hou van mensen en maak graag mooie beelden.” Zo liep ze door Rotterdam om op haar eigen manier de stad vast te leggen. “Als vrouw kom je heus niet zomaar bij barbier ‘Schorem’ binnen. Ze drinken whiskey en bier en hebben niks met ‘zeikende vrouwen’ die willen dat je haar goed zit. Ik heb er de serie ‘Barbieren in Rotterdam’ gemaakt en daarmee exposeer ik via Bubble Projects in Hilton hotels in hoofdsteden van Europa, eerst Parijs, nu Brussel. Dit project heeft me tot huisfotograaf van barbier Gios Chop Shop gebracht.”
Afscheidsfotografie
“Ik had een gesprek met iemand over afscheidsfotografie toen vlak daarna haar zoon van zeventien bij een noodlottig ongeluk om het leven kwam. Daarop kreeg ik meteen de vraag om voor deze familie een fotoreportage van de uitvaart te maken. Ik heb geen seconde getwijfeld, dit wilde ik met alle liefde doen. Het afscheid van een dierbare gaat voor de nabestaanden vaak in een roes voorbij. Hoe bijzonder is het dat mensen je toelaten op het kwetsbaarste moment in hun leven. Je vertrouwen om zo dichtbij te komen, dat jij mooie, respectvolle beelden kunt maken. Want beelden kunnen belangrijk zijn voor de rouwverwerking. Het kan fijn zijn om achteraf troost te kunnen putten uit de fotoreportage. Wel pinken we achter de coulissen heus weleens een traantje weg, maar het mooiste compliment is als je onzichtbaar aanwezig bent geweest. Als ik met mijn werk bezig ben concentreer ik me op het detail om de mooiste momenten op te merken. Doorkijkjes tussen bomen, de sprekers of zangers, het licht in een kerk. Een hand op een kist, een zusje dat haar broertje een zakdoekje aanreikt.”
Wereldvrouwen
‘Wil je op de Internationale Vrouwendag tijdens de feestelijkheden álle vrouwen fotograferen?’ vroeg Mariëlle Azim van ‘Krimpenerwaard verbindt’. José: “Daarop zijn we gaan brainstormen en uiteindelijk heb ik een twaalftal vrouwen geportretteerd. Ik maak tenslotte geen kiekjes!” De foto’s, krachtige portretten, zijn uiteindelijk op de feestdag tentoongesteld. In mei wordt de serie in de bibliotheek van Bergambacht getoond met een officiële opening. Daarna reist de tentoonstelling door de gemeente.”

Stella: Chief-Storyteller



Buurtschap Lageweg – Verhalenverteller Stella Speksnijder treedt op onder de naam ‘Het Zingende Paard.’ Bij binnenkomst begint ze meteen met een verhaal; liever dan te vertellen over het vertellen zelf, hoewel dat na wat aandringen ook lukt. Tot op het laatst kan ze het niet laten om een nieuw verhaal te beginnen. Best fijn, eerlijk gezegd.


Er gebeurt iets met Stella zodra ze gaat vertellen. Haar gezicht verandert. Zoiets heb ik ooit eerder gezien toen ik in een ver verleden reisde met mijn kat. In de Franse Pyreneeën verdween zij elke avond het donker in om ‘s morgens terug te komen met een nieuwe uitdrukking op haar gezicht. Haar wimpers omlijstten de fonkelende diepten van haar ogen met een zwarte stralenkrans. Mond en neus verloren hun zachtheid en raakten scherp gefocust als op een prooi. Precies zo verandert Stella’s gezicht als ze vertelt.


Slavernij
“Afgelopen jaar nam ik deel aan een cursus over het slavernijverleden van Nederland, in een zeer gemêleerd gezelschap. Het was een eye-opener, zoveel wist ik eigenlijk niet van dat stukje vaderlandse geschiedenis. Na een tijdje ontstond er in mijn hoofd, als uit het niets, een figuur, een man, geboren in de Krimpenerwaard. Deze Ben wil ontsnappen aan het benauwde leven van zijn ouders, uurwerkmakers, en ontmoet Roza, een Surinaamse verpleegster uit Rotterdam.


Het verhaal vertelt de ontmoeting tussen twee culturen: Roza zegt daarover: ‘Jullie maken horloges, maar wij hebben de tijd.’ Het maakt op beiden een diepe persoonlijke indruk. Het is spannend en exotisch, maar ook erotisch, en gelukkig blijkt de aantrekkingskracht groter dan de angst voor het onbekende.”


Sprokkelen
“Een verhaal is er niet ineens. Het ligt in je achterhoofd te wachten tot het uit losse elementen bij elkaar is gesprokkeld. Je kunt de stijl van een ander niet reproduceren; belangrijk is authentiek te blijven. Verhalen ontstaan langzaam en krijgen vorm door wat het leven eraan toevoegt. Geleidelijk krijgen de personages karakter.
Je moet je bewust zijn wat je wilt vertellen, en aan wie. Om in de beeldspraak van de streek te blijven: een verhaal moet rijpen, net als kaas. En dan moet je het laten zien, voelen, beleven. Niet erover vertellen, maar van binnenuit, doorleefd en echt. Alles doet mee: de ambiance, je uitdrukking en lichaamsbewegingen, de hele entourage moet kloppen. Als ik je ga vertellen over een klein bruin hondje, dan heb jij meteen een beeld voor ogen. Dat hoeft niet te lijken op het beeld dat ik ervan heb. Het brengt je verbeelding op gang en zo zijn we ineens samen in het verhaal. Dat is waar de magie zijn intrede doet, waar we de realiteit allemaal net ietsje anders beleven. Daarom teken ik mijn verhalen ook niet op; dan haal je de dynamiek eruit, liggen ze vast.”

Binnenkamer
“Als ik lang genoeg hebt rondgelopen met een verhaal, neem ik het mee naar De Binnenkamer. In dit kleine groepje regionale verhalenvertellers proberen we onze verhalen op elkaar uit, leren van de feedback en inspireren elkaar.” In 2010 bracht Stella Het Zingende Paard onder bij de Kamer van Koophandel en in 2017 werd ze Chief-Storyteller. “Voor die tijd, de eerste vijf jaar, durfde ik niet eens te vertellen: dat deed je vroeger vooral aan kinderen. Ik ben ermee begonnen toen onze leesclub veranderde in een vertelclub nadat we besloten elkaar te vertellen wat we hadden gelezen. Het verbaasde me hoe een zaal in de ban raakte van een verhaal en daardoor raakte ik meer en meer in de ban van het vertellen en het creëren van eigen verhalen.”


Het Zingende Paard
“Je kunt me het best leren kennen door het verhaal hoe ik aan mijn naam gekomen ben. Het Zingende Paard is een Perzisch sprookje. Een veroordeelde verblijft in de kerker van het koninklijk paleis in afwachting van de galg. Voor zijn terechtstelling krijgt hij bezoek van de koning, die in het gesprek dat ze voeren, onder de indruk raakt van hoe de man alle beschuldigingen weet te weerleggen. De koning trekt zich terug en komt na rijp beraad met het volgende voorstel: ‘Mijn wens is om met een zingend paard door het land te trekken. Ik heb zo het vermoeden dat jij mijn paard aan het zingen krijgt. Ik geef je precies één jaar de tijd. Mocht je falen, dan hangen we je alsnog aan de hoogste boom.’


… De veroordeelde ging de uitdaging aan. De koning haalde zijn paard van stal en begeleidde de twee tot buiten de stad. Daar wachtte diens beste vriend, die eigenlijk was gekomen om afscheid te nemen en stomverbaasd was het stel zo aan te treffen. ‘Zou je me liever hebben zien hangen?’ reageerde de man. ‘Die garantie heb ik sowieso na een jaar. Maar er kan in een jaar ook veel veranderen; de koning kan doodgaan, ik kan zelf omkomen, maar stel je eens voor dat het paard gaat zingen?’


Ik had ook nooit kunnen bedenken dat ik verhalenverteller zou worden. Het leven geeft je soms ongelofelijke kansen, die heb ik aangepakt. Waag de sprong maar! En zeg eens, want nu ben ik benieuwd: Wat is jouw Zingende Paard?”

Tandarts uit Syrië



Haastrecht – De Syrische tandarts Fadia Khlief is sinds het moment dat ze met haar kinderen in Nederland arriveerde in 2017 op volle kracht actief om aan het werk te komen. “Ik kan echt geen vijf jaar bezig zijn met het leren van een taal. In Utrecht zijn stoomcursussen voor universitair geschoolden. Ook de drie kinderen hebben de eerste periode alleen maar Nederlandse taal gestudeerd.”


In haar woonplaats Alhassaka werkte ze al twaalf jaar, vanaf haar 21e als tandarts en had een eigen praktijk. Haar kinderen werden door haar ouders opgevangen. Het leven was goed. 
“De oorlog vernietigde toen zoveel dat er geen normaal geëmancipeerd en gelijkwaardig leven meer mogelijk was. Mijn familie bleef achter in Damascus en versnipperd over Europa, waar ze zo snel mogelijk willen integreren en hun leven oppakken.” 
Fadia is onuitsprekelijk dankbaar dat haar ouders, beiden ongeschoold en analfabeet, zo benadrukt ze, hun kinderen hebben laten studeren. “Mijn vader keek goed om zich heen, en besloot om zijn kinderen een toekomst te geven. Hij was ambulancebestuurder en heeft met heel hard werken een universitaire opleiding voor zijn acht kinderen mogelijk gemaakt. Geneeskunde, chirurgie, tandheelkunde; onderwijs was essentieel in onze opvoeding. Hij gaf ons van huis uit de discipline mee om te studeren. Ik geef op mijn beurt die motivatie en gedrevenheid door in de opvoeding van mijn eigen kinderen. De ontwikkelde kant van Syrië leek op de Nederlandse samenleving. Vrouwen houden hun eigen naam na het huwelijk, vooral de hoger opgeleiden bepalen zelf hun kindertal.”


“In onze familie heerst een gezond gevoel voor competitie.” Yamen van elf heeft interesse in aardrijkskunde en geschiedenis en al twee zwemdiploma’s gehaald. Hij wil net als zijn vader apotheker worden. Zein van vier, zijn naam betekent ‘mooi’, is weliswaar nog klein maar communicatief, sociaal en bijdehand. Fadia’s dochter wil vrouwenarts worden. Sara is pas acht en vindt het wonder van geboorte heel bijzonder. Dat beaamt Sara die haar trots voor haar moeder niet onder stoelen of banken steekt. “Ik lijk op jou hè, mama?” En studeren wil ze ook, “Ik hou van boeken, van leren, en ‘s avonds een puzzel voor het slapen.”
Hoe houdt Fadia vinger aan de pols wat betreft de vorderingen van haar kinderen? “Ik heb geregeld evaluatiegesprekken met de leerkrachten. Zo voorkomen we problemen. Ik ervaar Nederland als heel veilig voor kinderen. Sara zit op scouting en ik laat haar met een gerust hart meegaan op kamp. Ik heb vertrouwen in de leiding; ik weet dat we dagelijks even mogen bellen. bij wijze van uitzondering.”
Fadia loopt stage bij een tandartspraktijk en volgt scholing om haar werk te stroomlijnen met het Nederlands vakgebied. Wat te denken van een cursus medische woordenschat? “De praktijk is in Amsterdam waar veel nationaliteiten komen, wat ik erg leuk vind. Nederlandse gebitten zijn over het algemeen erg goed vanwege het verzekeringstelsel. Mijn hoop en kracht haal ik uit mijn beroep. Ik hou van mijn beroep. Mijn droom is om over vijf jaar een eigen praktijk te hebben.” Eerst nog wat diploma’s halen bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam en haar netwerk verder uitbouwen.”
Als ze alleen thuis zit kan het leven soms moeilijk zijn. “Maar dan zijn er fijne buren waarmee ik een halfuurtje thee drink. Nieuwe vriendinnen, kennissen en collega’s. En mijn man en ik wandelen elke dag. Nederland is vrij koud en nat, maar we genieten enorm van het groene en bloemrijke land. We bezoeken familie in Amsterdam en maken daar een rondvaart. We zoeken een neef op in Den Haag en gaan met elkaar naar het strand, of vieren vakantie bij relaties in het mooie Limburg.”
Wat Fadia wenst? “Gelijkwaardigheid tussen alle mensen. Het ontplooien van persoonlijke kwaliteiten. Een plaats in de maatschappij. In Nederland heb je de mogelijkheid jezelf te ontwikkelen en een positie in de samenleving in te nemen.”