Het land van melk en honing

Afbeelding






Burundi… terwijl ik in de bibliotheek de coördinator van het Taalhuis Corine de Haij interview, vraag ik me hardop af of ik ooit iemand uit dat onbekende kleine Afrikaanse land te spreken zal krijgen. Aan het eind van ons gesprek schuift een prachtig geklede jonge vrouw aan. Corine kent haar ook niet, en we vragen waar ze vandaan komt. Je raadt het al: Burundi.

Hier volgt het verhaal van Marina. Haar woonplaats is bij de redactie bekend en haar naam is veranderd; op de lijst van het World Happiness Report 2018 staat Burundi  als minst gelukkige land op nummer 156. 68% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Of je Hutu bent of Tutsi, regeringsgezind of in de oppositie, iedereen wordt ooit geconfronteerd met de toestand waarin het land verkeert. Dat overkwam ook Marina.

Broer konijn
De zachtaardige Marina is zesentwintig en heeft een dochtertje van drie. Het kleine meisje zegt heel braaf alle woordjes na, maar durft nauwelijks haar mond open te doen. Daarom gaat ze naar logopedie, thuis spreken haar ouders Swahili, dus heeft ze ook een taalachterstand. Het Taalhuis Krimpenerwaard faciliteert met vrijwilligers die thuis komen voorlezen, en daarop is nu het wachten. “Wat voor verhalen vertelde jouw moeder aan je als kind?” vraag ik Marina. “Over broer konijn, die worteltjes steelt.” Ze moet lachen, alsof het kinderachtig is. Onderwijl speelt het meisje met een spelletjes-app op haar moeders telefoon. Aan de wand van haar appartement hangt een trouwfoto waarop zij en haar man elkaar uit een glas melk laten drinken. Traditie waarmee de koe wordt geëerd als symbool van vruchtbaarheid en voorspoed.

Sinaasappelboom
Marina pakt mijn notitieblok om haar ouderlijk huis te tekenen. Op een afgebakend erf staat een met witte leem gestuct gebouwtje met een plat dak en twee kamers. “Hier woonde ik met mijn moeder en twee zusjes. In de raamkozijnen zijn gietijzeren ornamenten bevestigd. Op het terrein staat nog een huisje, voor de drie broers. In het midden staat een sinaasappelboom en in de omgeving zijn veel bomen en lopen geiten, kippen en eenden rond. In een hoek van het erf is een kraan waar wordt gewassen en water getapt voor het eten; koken doen we buiten op een houtskoolfornuis voor twee pannen. Afhankelijk van hoeveel geld je hebt wordt er een tot drie keer per dag gegeten; rijst, eventueel met bonen. Vlees en vis zijn duur, dus die eten we maar soms. Groente is niet duur, er is een spinazie-achtige bladgroente en cassave. Brood is er niet, er is geen oven. Fruit is er volop: papaya, mango.” Ze beschrijft net zulke grote avocado’s als Flavia uit Oeganda in haar verhaal. “Sinds het overlijden van mijn vader verdient mijn moeder de kost met de verkoop van tomaten.” Marina kan eens in de veertien dagen met een beltegoed van tien euro, vijf minuten met haar moeder telefoneren. Ze hoopt hier een baan te krijgen in de ouderenzorg, zodat ze haar moeder kan ondersteunen om haar handel uit te breiden met rijst, mais, bonen en suiker. 

Koude douche
“Naast de kraan heb je het toilet, met een put in de grond. En weer daarnaast is de douche: je haalt een klein emmertje koud water en giet dat over je hoofd. Dat is met een constante temperatuur van 28 graden echt niet zo vervelend als je zou denken!
In Burundi hoef je pas op je zevende naar school. Onze klas bestond uit tachtig leerlingen die in groepjes op de grond zaten.” Marina kijkt terug op een vrolijke kindertijd waarin “we altijd op blote voeten liepen en in het zand speelden, altijd buiten. Als speelgoed  hadden we een springtouw, elastieken en een bal. Van oude lapjes naaide ik mijn eigen pop, met een naald van mijn moeder, die me ook leerde haken. De jongens deden fanatiek wedstrijdjes met het gooien van gekleurde stenen.

Koeienmelk
De telefoon rinkelt. Op het beeldscherm verschijnt: My lovely husband. Maar goed ook, dat hij er is, als je uit zo’n andere wereld komt lijkt welhaast alles onoverkomelijk. Hij vult Marina’s vehaal graag aan: “Toen ik haar voor het eerst zag sloeg mijn hart over, ik was op slag verliefd. Wat er toen volgde was een omslachtig spel van overleg en beraad. Eerst met mijn eigen ouders, die een heleboel vragen stelden om er zeker van te zijn dat ik serieus mijn leven aan deze vrouw wilde wijden en mijn verantwoordelijkheden nakomen. Daarna ging ik met het meisje praten, en met haar instemming naar haar ouders. Na dit alles goed te hebben doorstaan ging ik weer naar mijn eigen ouders, die vervolgens overlegden met die van haar. In acht maanden tijd verdiende ik de bruidsschat bij elkaar.” Hij schrijft het nieuw geleerde woord op een briefje: Bruidsschat. Zo bouwt hij aan zijn woordenschat. En hij vervolgt: “Hiervan werd de uitzet gekocht, mooie kleren, sieraden, en de bruiloft werd ermee betaald. Na de religieuze plechtigheid was er een feest dat een hele dag duurde, met 300 genodigden. Het echtpaar zit dan op een verhoging terwijl de gasten om beurten de microfoon op het podium pakken om de echtelieden van goede raad te voorzien, voornamelijk wensen ze je veel geduld met elkaar toe. Na het huwelijk fungeert (in ons geval) de Shekh als raadsman en voor vrouwenzaken dient een tante.”

Taalhuis als ontmoetingsplek


Via Vluchtelingenwerk zijn ze door de eerste periode heen geholpen om maatschappelijk te integreren. Krimpenerwaard Intercultureel bevordert de sociale integratie en verzorgt de taalstages. De gemeente helpt met het zoeken naar werk. Taak van het Taalhuis is de informele taalontwikkeling te bevorderen.

Lekkerkerk – Corine de Haij is coördinator van het Taalhuis Krimpenerwaard, onderdeel van de Bibliotheek Krimpenerwaard. Zij ontmoet de meeste vrouwen persoonlijk die uit het buitenland hier zijn komen wonen en aan hun taalontwikkeling willen werken. Corine heeft met haar teamgenoten Hester Hage en Melany Heuvelman vijfenzeventig vrijwilligers en honderdvierenzeventig cursisten onder haar hoede. Corine: “De bibliotheek wil een ontmoetingsplek zijn. Hier worden taallessen gegeven in informele vorm. In les- en leesgroepen met mensen, ongeacht hoelang ze hier al zijn, zijn wordt taal gestimuleerd. De taalactiviteiten zijn eenmaal per week. Tijdens de koffie in het Taalcafé wordt spelenderwijs geoefend met het durven spreken in het openbaar. Het biedt gezelschap én helpt  tegen eenzaamheid.

Informeel
Hester staat de vrijwilligers bij met antwoorden op inhoudelijke vragen over het lesmateriaal en het toetsen van de cursisten. Melany voert de intakegesprekken en ondersteunt de lesgroepen.
Integratie is een vrouwending; vrouwen hebben meer behoefte anderen te ontmoeten. Corine: “Mannen komen meer voor praktische informatie: het Taalhuis wordt voornamelijk, 80 procent, door vrouwen bezocht. Onze doelgroep bestaat uit anderstaligen in het algemeen, niet alleen uit vluchtelingen. Het Taalhuis is er voor beginners en gevorderden. Ook voor mensen die het inburgeringsexamen afgerond hebben geven we kortdurende cursussen zoals Taal en administratie of Taal en werk.
Binnen de bibliotheek zijn er ook activiteiten voor kinderen, zoals de voorleesexpres waarin het voorlezen wordt ingebed in de opvoeding, bij laaggeletterde Nederlanders en anderstaligen. Vrijwilligers komen eens per week bij kinderen thuis voor een periode van 20 weken en helpen zo de ouders op weg met voorlezen.”

Miscommunicatie
Corine, voorheen beleidsmedewerker WMO bij de gemeente, over haar drijfveer om dit werk te doen: “Het heeft mij gegrepen hoe mensen hun best doen een leven op te bouwen. Vluchten is afschuwelijk en vluchtelingen krijgen met veel miscommunicatie te maken. Dat werkt soms misverstanden in de hand of roep een negatief beeld op. In de bibliotheek is iedereen welkom; we willen deze groep mensen ondersteunen én van hen leren. Soms vertellen ze hun verhaal voor het eerst, of helemaal niet. Onze cultuur is nogal open; je mag zijn wie je bent. Maar het roept reacties en vragen op als je in een hooggesloten jurk gesluierd over straat gaat in een van onze dorpen. Ook kan ik me voorstellen dat het vragen oproept als er in een dorp als Lekkerkerk met 7000 inwoners een groep buitenlandse mannen op straat rondhangt. Natuurlijk zoeken die mannen elkaar op. En als je ze niet kent en hun verhaal niet weet, dan geeft dat in het slechtste geval een onveilig gevoel. Het legt beslag op het dorp en doet een appèl op Nederlanders. Integreren is niet een proces wat vanzelf gaat, het moet begeleid worden.”

Veiligheid
Dit doet je ook afvragen hoe stevig onze samenleving in elkaar zit. Dat zou als graadmeter kunnen dienen voor de opvangcapaciteit van de buurt. Hoeveel contacten heb je zelf in je omgeving? Worden er buurtbarbecues georganiseerd of lopen de bewoners van je wijk samen voor een goed doel? Melany was het afgelopen jaar teamcaptain in de Leeuwerikhof in Lekkerkerk voor de Samenloop voor Hoop, waardoor men elkaar allemaal kent. Daar is het gemakkelijker integreren dan in een buurt waar men elkaar sowieso nauwelijks groet.

Taal als brug
Corine: “Deze vrouwen hebben bewust gekozen om in een totaal onbekend land een nieuwe start te maken. Als ze hoogopgeleid zijn moeten ze hier onderaan de ladder beginnen. Blijkbaar is het ze die prijs waard in hun afweging om hun eigen land te verlaten. Heel vaak gaat het om de veiligheid en de toekomst van de kinderen. De culturele afstand kan een onzichtbare muur creëren waardoor je misschien lastig contacten legt. Dan kun je klem komen te zitten, onzeker raken. Taal is dan de uitgelezen brug naar contact, want – zo is het motto van de bibliotheek – “taal is van ons allemaal” en je woordenschat is je kostbaarste bezit. Met woorden kun je je verhaal vertellen zodat mensen je leren kennen. Multiculturele verhalen maken de mensen zichtbaar. Het helpt begrip te kweken als we hun verhalen horen en lezen.”

Buitenlanders zijn niet alleen vluchtelingen. Mensen komen om allerlei redenen naar Nederland. En zeker vrouwen zijn niet alleen maar hulpbehoevend. Ze voegen veerkracht, besluitvaardigheid, daadkracht en levenservaring toe en dragen op die manier bij aan onze samenleving.

Kleurrijk Krimpenerwaard

Lees hier de verhalen

SAMENLEVING ONDER CONSTRUCTIE

is een serie portretten van vrouwen die onze multiculturele samenleving een gezicht geven.

Het doel van dit project is om van de veertig nationaliteiten die in onze polder wonen zoveel mogelijk vrouwen te spreken en hun verhalen naar buiten te brengen voor iedereen die wil weten hoe onze samenleving wordt gerecreëerd. Het legt het onderliggend stramien bloot waarop de maatschappij verandert. Het project is niet klaar, en wordt misschien ook niet zoals oorspronkelijk bedoeld, de reis is immers belangrijker dan het doel.

Ik wilde mijn blik verruimen, liefst op wereldreis gaan, totdat ik inzag dat ik de wereld al binnen handbereik heb, in mijn eigen stadje en streek. Het leek me aardig iedereen daarvan te laten meegenieten. De Krimpenerwaard is een typisch Hollandse polder; eindeloos veel rechte sloten met witte zwanen en bonte koeien in klaverrijke weilanden; rivieren met in de lente gouden dotters langs de oevers, waar vroeger struise boerinnen vooral de dienst uitmaakten. De tegenwoordige samenleving is multicultureel en divers in alle kleuren. Vrouwen komen om allerlei redenen naar Nederland, en zijn niet alleen maar hulpbehoevend. Met hun veerkracht, besluitvaardigheid en levenservaring dragen ze blijvend bij.

Wekelijks kreeg ik in een krant een hele pagina en de vrije hand die in te vullen met mijn interviews. Later kwam daar RTV Krimpenerwaard bij, en de verhalen staan op mijn Facebookpagina Kleurrijk Krimpenerwaard, die soms wel drieduizend views krijgen. Het is educatief enerzijds en bevordert de integratie aan de andere kant; men krijgt interesse en plezier in elkaar. Want waar ik bij sommige vrouwen aanvankelijk nogal wat verlegenheid tegenkwam, helpen ze elkaar met hun verhalen nu over de drempel, waardoor het project zelf ook deel van die verandering wordt en een Kleurrijk Krimpenerwaard ontluikt.

Ga je met mij mee op wereldreis in de polder?

Het roer om


Stel dat je overtuiging zo sterk is en in overeenstemming met je talent. Dan zijn er plotseling geen barrières meer. “Praat me niet over ziekte, dat verhaal is al zo uitgemeten in de pers. Heb het liever over wat ik doe en wie ik ben.” Dit is het verhaal van José Donatz, die fotografe werd.

Bergambacht – José heeft de fotografie helemaal omarmd. Zozeer dat ze onlangs na 32 jaar haar baan als ambulant hulpverlener heeft opgezegd. “Ik beteken graag iets voor anderen en dat kan ik via fotografie het best. Nadat ik zes maanden had platgelegen in verband met mijn rug, was mijn tijd gekomen het roer om te gooien. Ik deed een opleiding fotografie, nam privélessen en ging zoveel mogelijk op stap met professionals op zoek naar verdieping.” Inmiddels heeft ze haar eigen studio voor portretfotografie.
Diepgang
De inhoud vond ze in haar afstudeerproject. Voor José geen oranjesoesjes als onderwerp maar daklozen bij de Soepbus in Rotterdam. José: “Hier werd ik eerst afgewezen, er was al zoveel media aandacht. Maar ik liet het er niet bij zitten en kreeg toestemming om contact te leggen met de daklozen. Toen ik terugkwam voor de handtekeningen in verband met het portretrecht stonden de daklozen in de rij en wilden allemaal op de foto. Een grote verrassing, er werd niet verwacht dat er ook maar enig animo voor zou zijn. De foto’s heb ik ze ingelijst en wel gegeven en ben later teruggegaan om de reportage te maken waarop ik uit was. Een expositie in de Laurenskerk genereerde veel aandacht, kwam op tv bij omroep MAX en William Rutte deelde mijn portfolio.’
Barbieren
José is niet voor een kleintje vervaard, welke uitdaging zoekt ze op? “Ik zoek naar verdieping, ik hou van mensen en maak graag mooie beelden.” Zo liep ze door Rotterdam om op haar eigen manier de stad vast te leggen. “Als vrouw kom je heus niet zomaar bij barbier ‘Schorem’ binnen. Ze drinken whiskey en bier en hebben niks met ‘zeikende vrouwen’ die willen dat je haar goed zit. Ik heb er de serie ‘Barbieren in Rotterdam’ gemaakt en daarmee exposeer ik via Bubble Projects in Hilton hotels in hoofdsteden van Europa, eerst Parijs, nu Brussel. Dit project heeft me tot huisfotograaf van barbier Gios Chop Shop gebracht.”
Afscheidsfotografie
“Ik had een gesprek met iemand over afscheidsfotografie toen vlak daarna haar zoon van zeventien bij een noodlottig ongeluk om het leven kwam. Daarop kreeg ik meteen de vraag om voor deze familie een fotoreportage van de uitvaart te maken. Ik heb geen seconde getwijfeld, dit wilde ik met alle liefde doen. Het afscheid van een dierbare gaat voor de nabestaanden vaak in een roes voorbij. Hoe bijzonder is het dat mensen je toelaten op het kwetsbaarste moment in hun leven. Je vertrouwen om zo dichtbij te komen, dat jij mooie, respectvolle beelden kunt maken. Want beelden kunnen belangrijk zijn voor de rouwverwerking. Het kan fijn zijn om achteraf troost te kunnen putten uit de fotoreportage. Wel pinken we achter de coulissen heus weleens een traantje weg, maar het mooiste compliment is als je onzichtbaar aanwezig bent geweest. Als ik met mijn werk bezig ben concentreer ik me op het detail om de mooiste momenten op te merken. Doorkijkjes tussen bomen, de sprekers of zangers, het licht in een kerk. Een hand op een kist, een zusje dat haar broertje een zakdoekje aanreikt.”
Wereldvrouwen
‘Wil je op de Internationale Vrouwendag tijdens de feestelijkheden álle vrouwen fotograferen?’ vroeg Mariëlle Azim van ‘Krimpenerwaard verbindt’. José: “Daarop zijn we gaan brainstormen en uiteindelijk heb ik een twaalftal vrouwen geportretteerd. Ik maak tenslotte geen kiekjes!” De foto’s, krachtige portretten, zijn uiteindelijk op de feestdag tentoongesteld. In mei wordt de serie in de bibliotheek van Bergambacht getoond met een officiële opening. Daarna reist de tentoonstelling door de gemeente.”

Stella: Chief-Storyteller


Kleurrijk Krimpenerwaard: in de ban van verhalen


Buurtschap Lageweg – Verhalenverteller Stella Speksnijder treedt op onder de naam ‘Het Zingende Paard.’ Bij binnenkomst begint ze meteen met een verhaal; liever dan te vertellen over het vertellen zelf, hoewel dat na wat aandringen ook lukt. Tot op het laatst kan ze het niet laten om een nieuw verhaal te beginnen. Best fijn, eerlijk gezegd.


Er gebeurt iets met Stella zodra ze gaat vertellen. Haar gezicht verandert. Zoiets heb ik ooit eerder gezien toen ik in een ver verleden reisde met mijn kat. In de Franse Pyreneeën verdween zij elke avond het donker in om ‘s morgens terug te komen met een nieuwe uitdrukking op haar gezicht. Haar wimpers omlijstten de fonkelende diepten van haar ogen met een zwarte stralenkrans. Mond en neus verloren hun zachtheid en raakten scherp gefocust als op een prooi. Precies zo verandert Stella’s gezicht als ze vertelt.


Slavernij
“Afgelopen jaar nam ik deel aan een cursus over het slavernijverleden van Nederland, in een zeer gemêleerd gezelschap. Het was een eye-opener, zoveel wist ik eigenlijk niet van dat stukje vaderlandse geschiedenis. Na een tijdje ontstond er in mijn hoofd, als uit het niets, een figuur, een man, geboren in de Krimpenerwaard. Deze Ben wil ontsnappen aan het benauwde leven van zijn ouders, uurwerkmakers, en ontmoet Roza, een Surinaamse verpleegster uit Rotterdam.


Het verhaal vertelt de ontmoeting tussen twee culturen: Roza zegt daarover: ‘Jullie maken horloges, maar wij hebben de tijd.’ Het maakt op beiden een diepe persoonlijke indruk. Het is spannend en exotisch, maar ook erotisch, en gelukkig blijkt de aantrekkingskracht groter dan de angst voor het onbekende.”


Sprokkelen
“Een verhaal is er niet ineens. Het ligt in je achterhoofd te wachten tot het uit losse elementen bij elkaar is gesprokkeld. Je kunt de stijl van een ander niet reproduceren; belangrijk is authentiek te blijven. Verhalen ontstaan langzaam en krijgen vorm door wat het leven eraan toevoegt. Geleidelijk krijgen de personages karakter.
Je moet je bewust zijn wat je wilt vertellen, en aan wie. Om in de beeldspraak van de streek te blijven: een verhaal moet rijpen, net als kaas. En dan moet je het laten zien, voelen, beleven. Niet erover vertellen, maar van binnenuit, doorleefd en echt. Alles doet mee: de ambiance, je uitdrukking en lichaamsbewegingen, de hele entourage moet kloppen. Als ik je ga vertellen over een klein bruin hondje, dan heb jij meteen een beeld voor ogen. Dat hoeft niet te lijken op het beeld dat ik ervan heb. Het brengt je verbeelding op gang en zo zijn we ineens samen in het verhaal. Dat is waar de magie zijn intrede doet, waar we de realiteit allemaal net ietsje anders beleven. Daarom teken ik mijn verhalen ook niet op; dan haal je de dynamiek eruit, liggen ze vast.”

Binnenkamer
“Als ik lang genoeg hebt rondgelopen met een verhaal, neem ik het mee naar De Binnenkamer. In dit kleine groepje regionale verhalenvertellers proberen we onze verhalen op elkaar uit, leren van de feedback en inspireren elkaar.” In 2010 bracht Stella Het Zingende Paard onder bij de Kamer van Koophandel en in 2017 werd ze Chief-Storyteller. “Voor die tijd, de eerste vijf jaar, durfde ik niet eens te vertellen: dat deed je vroeger vooral aan kinderen. Ik ben ermee begonnen toen onze leesclub veranderde in een vertelclub nadat we besloten elkaar te vertellen wat we hadden gelezen. Het verbaasde me hoe een zaal in de ban raakte van een verhaal en daardoor raakte ik meer en meer in de ban van het vertellen en het creëren van eigen verhalen.”


Het Zingende Paard
“Je kunt me het best leren kennen door het verhaal hoe ik aan mijn naam gekomen ben. Het Zingende Paard is een Perzisch sprookje. Een veroordeelde verblijft in de kerker van het koninklijk paleis in afwachting van de galg. Voor zijn terechtstelling krijgt hij bezoek van de koning, die in het gesprek dat ze voeren, onder de indruk raakt van hoe de man alle beschuldigingen weet te weerleggen. De koning trekt zich terug en komt na rijp beraad met het volgende voorstel: ‘Mijn wens is om met een zingend paard door het land te trekken. Ik heb zo het vermoeden dat jij mijn paard aan het zingen krijgt. Ik geef je precies één jaar de tijd. Mocht je falen, dan hangen we je alsnog aan de hoogste boom.’


… De veroordeelde ging de uitdaging aan. De koning haalde zijn paard van stal en begeleidde de twee tot buiten de stad. Daar wachtte diens beste vriend, die eigenlijk was gekomen om afscheid te nemen en stomverbaasd was het stel zo aan te treffen. ‘Zou je me liever hebben zien hangen?’ reageerde de man. ‘Die garantie heb ik sowieso na een jaar. Maar er kan in een jaar ook veel veranderen; de koning kan doodgaan, ik kan zelf omkomen, maar stel je eens voor dat het paard gaat zingen?’


Ik had ook nooit kunnen bedenken dat ik verhalenverteller zou worden. Het leven geeft je soms ongelofelijke kansen, die heb ik aangepakt. Waag de sprong maar! En zeg eens, want nu ben ik benieuwd: Wat is jouw Zingende Paard?”

Tandarts uit Syrië

Hoogopgeleide Syrische gaat voor werk


Haastrecht – De Syrische tandarts Fadia Khlief is sinds het moment dat ze met haar kinderen in Nederland arriveerde in 2017 op volle kracht actief om aan het werk te komen. “Ik kan echt geen vijf jaar bezig zijn met het leren van een taal. In Utrecht zijn stoomcursussen voor universitair geschoolden. Ook de drie kinderen hebben de eerste periode alleen maar Nederlandse taal gestudeerd.”


In haar woonplaats Alhassaka werkte ze al twaalf jaar, vanaf haar 21e als tandarts en had een eigen praktijk. Haar kinderen werden door haar ouders opgevangen. Het leven was goed. 
“De oorlog vernietigde toen zoveel dat er geen normaal geëmancipeerd en gelijkwaardig leven meer mogelijk was. Mijn familie bleef achter in Damascus en versnipperd over Europa, waar ze zo snel mogelijk willen integreren en hun leven oppakken.” 
Fadia is onuitsprekelijk dankbaar dat haar ouders, beiden ongeschoold en analfabeet, zo benadrukt ze, hun kinderen hebben laten studeren. “Mijn vader keek goed om zich heen, en besloot om zijn kinderen een toekomst te geven. Hij was ambulancebestuurder en heeft met heel hard werken een universitaire opleiding voor zijn acht kinderen mogelijk gemaakt. Geneeskunde, chirurgie, tandheelkunde; onderwijs was essentieel in onze opvoeding. Hij gaf ons van huis uit de discipline mee om te studeren. Ik geef op mijn beurt die motivatie en gedrevenheid door in de opvoeding van mijn eigen kinderen. De ontwikkelde kant van Syrië leek op de Nederlandse samenleving. Vrouwen houden hun eigen naam na het huwelijk, vooral de hoger opgeleiden bepalen zelf hun kindertal.”


“In onze familie heerst een gezond gevoel voor competitie.” Yamen van elf heeft interesse in aardrijkskunde en geschiedenis en al twee zwemdiploma’s gehaald. Hij wil net als zijn vader apotheker worden. Zein van vier, zijn naam betekent ‘mooi’, is weliswaar nog klein maar communicatief, sociaal en bijdehand. Fadia’s dochter wil vrouwenarts worden. Sara is pas acht en vindt het wonder van geboorte heel bijzonder. Dat beaamt Sara die haar trots voor haar moeder niet onder stoelen of banken steekt. “Ik lijk op jou hè, mama?” En studeren wil ze ook, “Ik hou van boeken, van leren, en ‘s avonds een puzzel voor het slapen.”
Hoe houdt Fadia vinger aan de pols wat betreft de vorderingen van haar kinderen? “Ik heb geregeld evaluatiegesprekken met de leerkrachten. Zo voorkomen we problemen. Ik ervaar Nederland als heel veilig voor kinderen. Sara zit op scouting en ik laat haar met een gerust hart meegaan op kamp. Ik heb vertrouwen in de leiding; ik weet dat we dagelijks even mogen bellen. bij wijze van uitzondering.”
Fadia loopt stage bij een tandartspraktijk en volgt scholing om haar werk te stroomlijnen met het Nederlands vakgebied. Wat te denken van een cursus medische woordenschat? “De praktijk is in Amsterdam waar veel nationaliteiten komen, wat ik erg leuk vind. Nederlandse gebitten zijn over het algemeen erg goed vanwege het verzekeringstelsel. Mijn hoop en kracht haal ik uit mijn beroep. Ik hou van mijn beroep. Mijn droom is om over vijf jaar een eigen praktijk te hebben.” Eerst nog wat diploma’s halen bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam en haar netwerk verder uitbouwen.”
Als ze alleen thuis zit kan het leven soms moeilijk zijn. “Maar dan zijn er fijne buren waarmee ik een halfuurtje thee drink. Nieuwe vriendinnen, kennissen en collega’s. En mijn man en ik wandelen elke dag. Nederland is vrij koud en nat, maar we genieten enorm van het groene en bloemrijke land. We bezoeken familie in Amsterdam en maken daar een rondvaart. We zoeken een neef op in Den Haag en gaan met elkaar naar het strand, of vieren vakantie bij relaties in het mooie Limburg.”
Wat Fadia wenst? “Gelijkwaardigheid tussen alle mensen. Het ontplooien van persoonlijke kwaliteiten. Een plaats in de maatschappij. In Nederland heb je de mogelijkheid jezelf te ontwikkelen en een positie in de samenleving in te nemen.”

De schat van twee culturen


Met twee culturen heb je een schat in handen

Schoonhoven – “Misschien ben ik wel een geluksvogel,” denkt Eleni Topali.  Ze kwam in 2011 met haar man en dochter Konstantina van vier naar Nederland. Ze werden opgevangen door haar schoonzus en zwager. “Het eerste wat ik zag was hoe vrolijk en onbezorgd Nederlanders waren. Was ik ook zo terneergeslagen door de crisis?


Ik realiseerde me hoe de voorheen zo opgewekte Grieken ongemerkt het hoofd naar beneden en de blik naar binnen hadden gericht, de rug gekromd door armoede en verdriet.” Met de financiële teloorgang van het land, de intellectuele bakermat van Europa, was er een bres geslagen in het zelfvertrouwen van de Grieken. Eleni liet zich er niet door uit het veld slaan: “Ik mis mijn land en familie maar het is wat het is.”


Als kind wilde Eleni graag psycholoog worden en mensen helpen met het beantwoorden van levensvragen. Ze werd opgeleid in de kinderopvang, en uiteindelijk werkt ze hier in de logistiek. In de avonduren zodat ze overdag bij haar kinderen kan zijn. Ze legt zich erbij neer dat ze niet meer in het onderwijs terecht kan. “Als ikzelf een kind naar school stuur is taal in eerste instantie essentieel en dat niveau ga ik niet halen.” Desondanks kijkt ze uit naar het laatste deel van haar taalexamen waarna ze een werk/leertraject wil gaan volgen als Vasiliki, haar jongste dochter, naar school gaat. “Als vrouw heb je dat werken buitenshuis broodnodig. Om iets voor jezelf te hebben, voor je sociale contacten en om je te ontwikkelen.” 


Taalmaatje
Taalmaatje Désirée heeft Eleni in 2016 leren kennen.  Zij vertelt: “Toen ik een kind kreeg ben ik minder gaan werken en omdat ik er graag iets bij deed ben ik taalmaatje geworden. Daar zitten ze om te springen en ik vind het erg fijn om iets te doen wat niet persé over geld verdienen gaat. Eleni is een rolmodel; zij en haar man zijn harde werkers. Voor mensen die hun hand hier komen ophouden heeft Eleni een Griekse uitdrukking: ‘De weg is open en de honden liggen aangelijnd.’ Oftewel: hoepel op!”  Désirée lacht. “We lijken in dat opzicht wel een beetje op elkaar, hebben beide het laconieke van het sterrenbeeld Maagd.” Tijdens hun wekelijkse ontmoetingen bespreken ze in het Nederlands alles wat er aan de orde komt of werken met de schoolopdrachten van Konstantina.  “Je begint met eenvoudig lesmateriaal en bespreekt uiteindelijk wat er in de krant staat,” zegt Eleni.  En Désirée vult aan: “Ik leer evenzoveel van Eleni. Zij vertelt me over allerlei Griekse gewoontes en gebruiken, en spelenderwijs leer ik ook wat van háár taal. Eleni: “Als je hier komt ben je in eerste instantie alleen maar bezig met taal. Taal is alles. Nederland is een oase; als je wilt werken is er de volgende dag werk. En als je in je onderhoud kunt voorzien heb je ruimte om te dromen en die dromen waar te maken.”


In 2017 is Vasiliki geboren. Désirée: “In haar zwangerschap belde ik voor Eleni met de luidspreker aan met de verloskundige afdeling om de bevalling voor te bespreken. Het is niet alleen de taal, je weet ook niet hoe het er hier aan toe gaat.” 


Een schat 
Ieder kind ter wereld zal van zijn vaderland houden en redenen kunnen vinden er trots op te zijn. Eleni: “In twee culturen opgroeien betekent dat je een schat in handen hebt. Als je door de streek Thessaloniki reist sla je op ieder station een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis open. Beelden en landschappen herinneren aan de Griekse mythologie, cultuur, en geschiedenis. Volgens een niet vooropgezet plan geef ik mijn dochters les. Als een onderwerp ter sprake komt waarmee ik een verbinding kan leggen met Griekenland verdiep ik me in het onderwerp. Voor mezelf maak ik er een project van en neem dat vervolgens samen met hen door.”



Helden in overvloed

De kinderen groeien op als Nederlanders, je wortelt waar je je ontwikkelt. Eleni: “Maar hun Griekse achtergrond geef ik op deze manier mee. Niet via theorielessen maar door ervaring, want je kunt vertellen wat je wilt maar als je geloofwaardig wilt zijn moet je het goede voorbeeld geven in je handelingen.

Geschiedenis is wat zwaar voor een jong kind, dus ben ik begonnen met sprookjes en mythologie. De rijke godenwereld van de oude Grieken leent zich daar goed voor. Muzen, schikgodinnen, helden, filosofen, goden en godinnen in overvloed.” 

Konstantina kiest  na de basischool voor het tweetalig VWO. En van haar ouders heeft ze Nieuwgrieks leren spreken, lezen en schrijven.


Moira

Eleni haalt een map tevoorschijn met foto’s van beelden en tekeningen, vergezeld van haar handgeschreven uitleg. Een ervan gaat over de drie schikgodinnen, deelaspecten van de Griekse Moira of lotsbestemming. Klotho is de spinster van de levensdraad; Lachesis bedeelt je het lot toe en Atropos snijdt aan het eind van je leven de levensdraad door. De godin schept, handhaaft en vernietigt. 


Op de feestdag ter ere van Moira op 23 augustus onderzoeken de mensen hun geweten en bepalen ze de richting voor hun toekomst. Zo wordt de filosofie in het dagelijks leven toegepast.

Ik ben Afrika



Ik ben de kracht van Afrika

Dit is het verhaal van Samantha van der Wouden – Diedericks, internationaal bekend kunstenares en yogateacher. Zij woont in het hart van het Groene Hart en daar weeft zij vol aandacht haar kunst en levensfilosofie bijeen.

Berkenwoude – “In mijn opvoeding was veel aandacht voor kunst. Ik schilder daarom geen Afrikaanse kunst; ik ben Afrika, in de kleuren, de symboliek, de beweging, het drama en de grootsheid. Ik schrik niet terug voor grote onderwerpen.
Langzaam maar zeker realiseer ik mij dat ik meer ben dan yoga teacher en kunstenares. In mijn yoga verwerk ik mindfulness en oerkennis. In mijn kunst uit ik wat in mij opborrelt. Ik merk het effect van mijn lessen en werk. Als je geïnspireerd bent straalt je werk positieve energie uit en de reactie daarop ontvang jijzelf weer terug.”

Wijde wereld
Samantha groeide op op de afgelegen boerderij van haar familie in Zuid-Afrika. “Het was in een gelijkwaardige en hechte gemeenschap met iedereen die daar woonde en werkte. Tegelijk was er voldoende afzondering om te leren hoe te overleven. Ik was een buitenkind.
Als klein meisje klauterde ik al op mijn paard. Rasper was een rode Vos, mijn beste vriend. Ik reed op hem de wijde wereld in, door de heuvels naar de bergen. Daarboven had ik een weids uitzicht vanaf een fijne steen waar mijn billen precies in pasten zodat ik er uren heerlijk kon zitten, rondkijkend over de hele vallei. Dit was het echte Afrika. Ik stelde me voor dat het sinds de oertijd niet was veranderd.”

Aarde
“Eens per jaar dreven we met een grote groep kinderen te paard de herten vanuit de bergen. De ‘culling’ was het uitdunnen van de populatie om de gezondheid te waarborgen. Mijn vader schoot de dieren. Het slachten, villen, uitbenen en verwerken deden we gezamenlijk, ook kinderen. Niks werd voor ons verborgen, integendeel, we werden erin opgevoed, als deel uit van het leven met het land. En al vroeg was ik zelfstandig. Op mijn elfde jaar ging ik naar kostschool vanwege de lange afstanden, en tijdens mijn studie woonde ik samen met vriendinnen.

Ik ben opgegroeid met de kracht en kennis van de aarde. Mijn vader had en heeft nog steeds helende handen. Zieke dieren, maar ook mensen komen spontaan naar hem toe voor genezing. En kijk eens om je heen, hoe wij één groot geheel zijn met elkaar, elkaar beïnvloeden; hoe energie over en weer stroomt.”

Water
“Dagelijks beoefen ik een wateroffer uit de Vedische traditie – ik omarm dit ritueel voor innerlijke balans. Het gaat als volgt: Ik vul een bakje met schoon stromend water. Vervolgens spreek ik mijn gedachten daarover uit, mijn behoeften, iets wat ik kwijt wil of wil ontvangen. Ik geef het water iets mee wat belangrijk is voor mij. Dit is heel persoonlijk. Ik dank de voorvaders of de goden en vervolgens zegen ik de aarde met dit water als ik het daarover uitschenk. Dit doe je vlak na het ontwaken ‘s morgens, voor je iemand gesproken hebt, als je nog in contact bent met je diepe wezen.”

Drama
Hoe sta je sterk in een land dat niet van jouzelf is? “Dat is een proces wat je doormaakt. Alle factoren die je identiteit dragen heb je achtergelaten. De rollen die je speelde in je eigen land werken hier niet. Waar je diploma niet geldig is, je beroep niet kunt uitoefenen, waar je vertrouwde manier van leven zich niet kan voortzetten. Zonder familie, zonder werk. Als we dan om ons heen kijken zien we ook hoe mensen zijn vervreemd van hun natuur. Politici denken in korte termijnen, bedrijven zijn op winstbejag uit en mensen zijn afhankelijk van hun baan. Zie toch eens hoe ze hun baby’s niet troosten als ze verschoond en gevoed zijn en zogenaamd huilen om niks.”

Dankbaarheid
“Natuurlijk heeft iedereen zijn verhaal, zijn eigen drama. Daarvan leer je om verantwoording te nemen voor jezelf. Keuzes te maken, jezelf te aanvaarden. Iedere uitdaging kun je gebruiken om te groeien. Je bent altijd sterker dan je dacht.
Mijn sterkste gereedschap is dankbaar te zijn. Door positieve gedachten in mijn geest toe te laten. En me bewust te zijn dat wat je denkt en wat je wenst weleens zou kunnen uitkomen. Je moet eerst alle laagjes van jezelf afpellen. En dan jezelf voeden met wat vervulling geeft. Alles wat je eet en wat je denkt stop je in je lichaam.”

Mens zijn
“Tegen nieuwkomers in Nederland zou ik dan ook willen zeggen dat je niet altijd hoeft te vechten of stoer te doen. Neem de tijd om mens te zijn. Vertrouw op je eigen natuur en geef expressie aan je emotie: je mag boos worden en je mag huilen. Dan blijf je het dichtst bij jezelf en de bron van geluk.


Ik ben blij met de huidige generatie sterke vrouwen: Greta Thunberg, de vijftienjarige Zweedse klimaatactiviste. De minister president van Nieuw-Zeeland Jacinda Ardern die na de aanslag in Christchurch automatische wapens verbiedt. Dit zijn moderne vrouwen die laten weten wie ze zijn en waarom ze beslissingen nemen.”

De gelukkige globetrotter


Gabriela Perez 
De gelukkige globetrotter

Schoonhoven – Gabriela Perez ontvangt mij in haar lichte flatje met ramen rondom en serveert jasmijnthee. Ik hoef niets te vragen, zoveel te vertellen! Zo vol is ze van zoveel en zo blij is ze met van alles. Het is gewoon een feestje om bij haar te zijn.
“Moet je horen. Dertien jaar geleden, in 2006, heb ik mijn man Remi leren kennen. Ik was een van de 22 miljoen inwoners van Mexico stad. Met zestien medewerkers leverde ik door het hele land computers aan scholen en bibliotheken en gaf vervolgens als pedagoge trainingen. Toen ik eens in de streek Campeche was, besloot ik het archeologische Mayastad Calakmul te bezoeken, met ontelbare piramides. Sommige zijn schoongemaakt en ertussen zijn wandelroutes aangelegd. De rest is mysterieus verborgen gebleven onder het groen van de jungle. Het was een reis van zes uur ernaartoe en we waren met een klein groepje. Een aardig gezinnetje, en een Limburgse man, Remi. Hij en ik raakten meteen aan de praat. Tegen de tijd dat we bij de piramides kwamen had ik daar allang geen oog meer voor en ook een plotselinge regenbui deerde ons niet. Het was magisch. De hele terugweg konden we niet ophouden met praten en we stopten er niet mee tot diep in de nacht. Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk. Op 30 mei 2008 zijn we in op het gemeentehuis getrouwd en op 23 augustus voor de kerk in Mexico met een groot Mexicaans feest.”


Talenknobbel
Dochter Nina is in 2013 geboren. “In de 35e zwangerschapsweek liep ik nog rond in Napels en de eerste twee jaar van Nina’s leven zijn we zoveel mogelijk blijven reizen. Op zeker moment hadden we een huis in Mexico, een in Granada en hier in Schoonhoven,” lacht Gaby. “Van haar tweede tot vierde jaar reisden we ietsje minder. Het heeft Nina vooral goed gedaan. Ze eet alles, slaapt overal en spreekt Spaans-Spaans, Mexicaans-Spaans en Nederlands. Ze zal het wel van haar vader hebben, hij spreekt negen talen. Tot je vierde pak je meerdere talen tegelijkertijd moeiteloos op. Terwijl je motoriek zich ontwikkelt en je langzamerhand gaat leren schrijven, vormt het strottenhoofd zich naar de taal die je spreekt. En wij willen dat Nina zich zowel Mexicaanse als Nederlandse voelt. Door mijn vrijwilligerswerk kende ik de kleuterjuffen Nannie en Annette al van de Emmaschool. Voordat Nannie met pensioen ging, wilde ik Nina graag bij deze juffen hebben. En na deze periode stap ik zometeen weer op, misschien wel naar Spanje met zijn heerlijke klimaat, waar we prachtige fietstochten kunnen maken. Als we bij elkaar kunnen zijn maakt het me niet uit waar ter wereld dat ook is. Home is where the heart is, en dan is het overal goed. Voor zijn werk reist Remi de hele wereld rond. Hij is natuurkundige bij de VN en ontwikkelt internationale projecten in groene energie in ontwikkelingslanden; water, wind en biomassa.”


Alfabetisering
Gaby werkt in de bibliotheek als vrijwilligster alfabetisering. In Nederland zijn er ongeveer 1,3 miljoen volwassenen laaggeletterd, vertelt ze; zij hebben moeite met lezen en schrijven. Ongeveer 250.000 mensen in Nederland zijn analfabeet, dus die lezen of schrijven helemaal niet. Een schrikbarend hoog percentage. 1 op de 9 volwassenen heeft een groot probleem met lezen, schijven en andere basisvaardigheden als rekenen of computergebruik.
Gaby heeft daar uitgesproken ideeën over: “Op het probleem analfabetisme bij volwassenen zijn de Nederlandse lesmethodes niet altijd toereikend. Er is geen adequaat lesmateriaal. Daarom heb ik in opdracht van de bibliotheek kaartjes gemaakt in een bingo-spel, met daarop onderwerpen waarmee volwassenen te maken hebben in het dagelijks leven. Ik werk aan een op leeftijd toegepast lesmateriaal voor mijn leerlingen, liefst in spelvormen die ik heb meegenomen uit Mexico.”


Leesbril
Twee keer per week oefent ze met haar leerlingen. Een 38-jarige moeder van 5 kinderen die door omstandigheden zowel in Marokko als in Nederland nooit naar school is geweest. En een 61-jarige Marokkaanse vrouw, hoofd van een familie met kinderen en kleinkinderen. Ze is actief op school en verzorgt ook nog haar eigen moeder. Als naaister tekende ze patronen, maar schrijven kon ze niet. Gaby: “Stel je voor dat je zelfs de icoontjes zoals ‘zet hier een cirkel of een kruis’ niet begrijpt omdat je die nooit eerder gezien hebt. In de winkel niet weet wat een euroteken is, of het getal dat erop volgt. En dan een taal leren die je niet verstaat. Het vergt vele hersenprocessen om de taalontwikkeling in gang te zetten die gepaard gaat met logisch denken. Daarom zal het een hele poos duren voor zij leert lezen en schrijven.” Gaby kwam ook nog ergens anders achter: Waarom schreef haar leerlinge zo slordig? “Samen hebben we net zolang de leesbrillen die in de bibliotheek liggen, gepast tot tot ze scherp kon zien. En toen kon ze wel tussen de lijnen schrijven.”

Engelengeduld
Het vergt engelengeduld. Maar Gaby is laconiek en blijmoedig: “Ik doe wat ik kan zolang ik hier ben, en ik leg me erbij neer dat ik niet alles voor iedereen kan verbeteren.” 

De belofte van Milan


De belofte van Milan


“Ik ben gedisciplineerd opgevoed,” stelt Milan Astrinawaty. “Als je een goed leven wilt heb je een fatsoenlijke opleiding nodig. Streef niet naar rijkdom, leerde mijn vader ons, maar wees een eerlijk mens. Als je daarmee vertrouwen weet te winnen kom je veel verder.”


Krimpen aan de Lek – Milan Astrinawaty Seip vergeet de datum nooit, dat haar moeder belde vanuit Indonesië. Het was 22 juni 2015. Milan was in Nederland bij haar vriend op bezoek. ‘Pappie ligt kritiek.’ Ze kon hem nog wel aan de telefoon krijgen maar haar vader zelf kon niet meer praten. Mijn broer zat naast hem, die kon me vertellen hoe hij reageerde. “Pappie,” zei ik, “Ik kom direct naar huis om afscheid van je te nemen. Maar je hoeft niet op mij te wachten als je teveel pijn hebt, ik begrijp het. Ik ben je eeuwig dankbaar voor alles wat je wat je voor ons hebt gedaan. En het spijt mij dat ik niet aan je verwachting heb voldaan, vergeef je mij? Twintig minuten later is hij heengegaan, in vrede.”

Loopbaan

“Ik had mijn studie niet afgemaakt, dat had ik hem beloofd en hierover voelde ik me schuldig. Ik zal je het verhaal vertellen van mijn ouders. Mijn moeder kwam uit een hogere klasse dan mijn vader. Parvatti had zeven broers en zussen. Toen haar vader overleed nam oma Tientje, de zus van haar oma, de opvoeding over. Haar man, Zachri, was bankdirecteur. Mijn vader, Jimmy, een jongen uit de middenklasse, werkte parttime als chauffeur en loopjongen, hij sorteerde de post en bracht die rond rond in de bank van opa Zachri. Tot drie keer toe weigerde oma Tientje toestemming te geven voor de verbintenis. Maar het was Zachri die de knoop doorhakte en toestemming gaf voor het huwelijk, dat op 8 mei 1972 plaatsvond. Zachtri zei toen: ‘Eens zal Jimmy hoger staan dan ik.'”


Rolmodellen
“Zachri kreeg gelijk. Op eigen kracht werkte Jimmy zich op tot dezelfde positie als hijzelf. Dat was 1995. In die 23 jaar zijn we wel twaalf keer verhuisd. Uiteindelijk werd pappie vice-president van de BNI bank in Bandung op Java. Mijn ouders waren de beste rolmodellen die we ons, ik heb twee broers, konden wensen.” Wat waren hun belangrijkste waarden? “Wees stipt, zelfstandig, eerlijk en heb zelfvertrouwen.

In 1991 ging ik naar de hotelschool. Mijn vader wilde dat ik minstens een bachelor haalde. Waarom is dat zo belangrijk?, vroeg ik me af. ‘Als je een keer in de problemen komt heb je altijd iets om op terug te vallen.’
Maar ik zakte voor de test aan de universiteit van Jakarta, de staatsuniversiteit van Indonesië, en moest een veel duurder examen afleggen om op een particuliere universiteit aangenomen te worden.”


Office manager
“Hier startte ik met de studie merkontwikkeling die ik niet heb afgemaakt. Ik had geen zin meer, ik wilde liever werken. Hiermee stelde ik mijn ouders ongelofelijk teleur. maar ik vond een baan in Jakarta en werkte me op tot office manager van de grootste bedrijf in goud en juwelen van het land, met 600 werknemers. 
Ik trouwde en bleek niet zwanger te kunnen worden. Het werd een stressvolle tijd waarin ik me liet behandelen voor onvruchtbaarheid en bovendien moest mijn moeder een hartoperatie ondergaan. Middenin deze spannende en onzekere periode ontdekte ik dat mijn man in de tussentijd een relatie had met een andere vrouw die inmiddels zelfs zwanger was van hem. Dit betekende een enorme klap voor me, waarop vanzelfsprekend een scheiding volgde; ik keerde terug naar mijn ouders.”


Scheiding
“In Indonesië is het zo dat als een man een scheiding aanvraagt de bezittingen verdeeld worden. Als een vrouw de scheiding aanvraagt krijgt zij helemaal niets. Ik had al die tijd niet gehuild maar over dit onrecht schreide ik dikke tranen. Ik kon natuurlijk wachten tot ik een ons woog, dus uiteindelijk moest ik de scheiding wel zelf aanvragen, die na tweeënhalf jaar op 28 mei 2013 werd uitgesproken. Hierna werd ik een echte workaholic, ik werkte zes dagen per week op de afdelingen HR en sales tot mijn vader me erop wees dat ik geen sociaal leven meer had.


Ik heb geen kinderen gekregen maar wel liefde gevonden. Hoewel dat betekende dat ik ver weg ben van mijn familie en het overlijden van mijn vader op afstand heb moeten meemaken. Mijn moeder gunt het me, jouw geluk is het mijne, zei ze me, ‘if that guy makes you happy,’ dan ligt daar jouw weg. Ik voel me door haar gesteund in het volgen van mijn hart, zij weet hoe belangrijk dat is en ik heb het uiteindelijk ook geleerd.”
Nu is Milan bijna zesenveertig. In Krimpen aan de Lek werkt ze sinds februari 2017 aan een nieuw bestaan. Haar man Peter heeft twee volwassen zoons. De inburgeringscursus brengt vriendschappen. “Je moet wel een stap terug, gelukkig ben ik voor het eerste examen, Nederlands lezen en luisteren, geslaagd. Als vrijwilligster in het taalcafé leer ik heel veel mensen kennen.” Binnenkort begint ze met een baantje in de lunchroom van Boerske Broodjes. Je moet tenslotte door met je leven! Maar wel heeft ze zich ingeschreven bij de Open Universiteit. Voor een postgraduate, om de belofte aan haar vader in te lossen.