Schrijven in je nieuwe taal

 

Portugal was dat jaar de winnaar van de allereerste Nations League, de nieuwe landencompetitie van de UEFA. Voor eigen volk in Porto werd Nederland in de (teleurstellende) finale geklopt met 1-0. De werkgever van Cristina was de volgende morgen als eerste om haar te feliciteren. “Dat was zo speciaal, in Portugal wordt niet gesproken met personeel,” vergelijkt Cristina. “Die snauwde je een opdracht toe, terwijl mijn werkgever hier vriendelijk naar me toe komt en vraagt: sorry, zou je me willen helpen?”

Europees burger

Het is lastig communiceren met Cristina. Als je vluchteling bent en van buiten Europa komt, is er een integratiecursus, een taalcursus en zijn er allerlei voorzieningen. Maar als Europees burger kan zij daarvan geen gebruikmaken, wat taal betreft is dat erg lastig. Lekkerkerk valt onder een district waarin wel Gouda valt, maar niet Krimpen aan de IJssel. Gouda is twee uur reizen met het openbaar vervoer. Nu staat ze op een wachtlijst om over een halfjaar in Bergambacht een taalcursus te kunnen doen. En dat is overdag, ook niet handig combineren met je werk. Niet dat ze klaagt, haar Nederlands is nu al zelfs beter dan dat van haar partner João, die ze met officiële documenten helpt.

Nieuwsgierig naar het vervolg? Lees verder in het boek Kleurrijk. Ook als e-book.

Het land van melk en honing

Afbeelding






Burundi… terwijl ik in de bibliotheek de coördinator van het Taalhuis Corine de Haij interview, vraag ik me hardop af of ik ooit iemand uit dat onbekende kleine Afrikaanse land te spreken zal krijgen. Aan het eind van ons gesprek schuift een prachtig geklede jonge vrouw aan. Corine kent haar ook niet, en we vragen waar ze vandaan komt. Je raadt het al: Burundi.

Hier volgt het verhaal van Marina. Haar woonplaats is bij de redactie bekend en haar naam is veranderd; op de lijst van het World Happiness Report 2018 staat Burundi  als minst gelukkige land op nummer 156. 68% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Of je Hutu bent of Tutsi, regeringsgezind of in de oppositie, iedereen wordt ooit geconfronteerd met de toestand waarin het land verkeert. Dat overkwam ook Marina.

Broer konijn
De zachtaardige Marina is zesentwintig en heeft een dochtertje van drie. Het kleine meisje zegt heel braaf alle woordjes na, maar durft nauwelijks haar mond open te doen. Daarom gaat ze naar logopedie, thuis spreken haar ouders Swahili, dus heeft ze ook een taalachterstand. Het Taalhuis Krimpenerwaard faciliteert met vrijwilligers die thuis komen voorlezen, en daarop is nu het wachten. “Wat voor verhalen vertelde jouw moeder aan je als kind?” vraag ik Marina. “Over broer konijn, die worteltjes steelt.” Ze moet lachen, alsof het kinderachtig is. Onderwijl speelt het meisje met een spelletjes-app op haar moeders telefoon. Aan de wand van haar appartement hangt een trouwfoto waarop zij en haar man elkaar uit een glas melk laten drinken. Traditie waarmee de koe wordt geëerd als symbool van vruchtbaarheid en voorspoed.

Sinaasappelboom
Marina pakt mijn notitieblok om haar ouderlijk huis te tekenen. Op een afgebakend erf staat een met witte leem gestuct gebouwtje met een plat dak en twee kamers. “Hier woonde ik met mijn moeder en twee zusjes. In de raamkozijnen zijn gietijzeren ornamenten bevestigd. Op het terrein staat nog een huisje, voor de drie broers. In het midden staat een sinaasappelboom en in de omgeving zijn veel bomen en lopen geiten, kippen en eenden rond. In een hoek van het erf is een kraan waar wordt gewassen en water getapt voor het eten; koken doen we buiten op een houtskoolfornuis voor twee pannen. Afhankelijk van hoeveel geld je hebt wordt er een tot drie keer per dag gegeten; rijst, eventueel met bonen. Vlees en vis zijn duur, dus die eten we maar soms. Groente is niet duur, er is een spinazie-achtige bladgroente en cassave. Brood is er niet, er is geen oven. Fruit is er volop: papaya, mango.” Ze beschrijft net zulke grote avocado’s als Flavia uit Oeganda in haar verhaal. “Sinds het overlijden van mijn vader verdient mijn moeder de kost met de verkoop van tomaten.” Marina kan eens in de veertien dagen met een beltegoed van tien euro, vijf minuten met haar moeder telefoneren. Ze hoopt hier een baan te krijgen in de ouderenzorg, zodat ze haar moeder kan ondersteunen om haar handel uit te breiden met rijst, mais, bonen en suiker. 

Koude douche
“Naast de kraan heb je het toilet, met een put in de grond. En weer daarnaast is de douche: je haalt een klein emmertje koud water en giet dat over je hoofd. Dat is met een constante temperatuur van 28 graden echt niet zo vervelend als je zou denken!
In Burundi hoef je pas op je zevende naar school. Onze klas bestond uit tachtig leerlingen die in groepjes op de grond zaten.” Marina kijkt terug op een vrolijke kindertijd waarin “we altijd op blote voeten liepen en in het zand speelden, altijd buiten. Als speelgoed  hadden we een springtouw, elastieken en een bal. Van oude lapjes naaide ik mijn eigen pop, met een naald van mijn moeder, die me ook leerde haken. De jongens deden fanatiek wedstrijdjes met het gooien van gekleurde stenen.

Koeienmelk
De telefoon rinkelt. Op het beeldscherm verschijnt: My lovely husband. Maar goed ook, dat hij er is, als je uit zo’n andere wereld komt lijkt welhaast alles onoverkomelijk. Hij vult Marina’s vehaal graag aan: “Toen ik haar voor het eerst zag sloeg mijn hart over, ik was op slag verliefd. Wat er toen volgde was een omslachtig spel van overleg en beraad. Eerst met mijn eigen ouders, die een heleboel vragen stelden om er zeker van te zijn dat ik serieus mijn leven aan deze vrouw wilde wijden en mijn verantwoordelijkheden nakomen. Daarna ging ik met het meisje praten, en met haar instemming naar haar ouders. Na dit alles goed te hebben doorstaan ging ik weer naar mijn eigen ouders, die vervolgens overlegden met die van haar. In acht maanden tijd verdiende ik de bruidsschat bij elkaar.” Hij schrijft het nieuw geleerde woord op een briefje: Bruidsschat. Zo bouwt hij aan zijn woordenschat. En hij vervolgt: “Hiervan werd de uitzet gekocht, mooie kleren, sieraden, en de bruiloft werd ermee betaald. Na de religieuze plechtigheid was er een feest dat een hele dag duurde, met 300 genodigden. Het echtpaar zit dan op een verhoging terwijl de gasten om beurten de microfoon op het podium pakken om de echtelieden van goede raad te voorzien, voornamelijk wensen ze je veel geduld met elkaar toe. Na het huwelijk fungeert (in ons geval) de Shekh als raadsman en voor vrouwenzaken dient een tante.”

Stella: Chief-Storyteller



Buurtschap Lageweg – Verhalenverteller Stella Speksnijder treedt op onder de naam ‘Het Zingende Paard.’ Bij binnenkomst begint ze meteen met een verhaal; liever dan te vertellen over het vertellen zelf, hoewel dat na wat aandringen ook lukt. Tot op het laatst kan ze het niet laten om een nieuw verhaal te beginnen. Best fijn, eerlijk gezegd.


Er gebeurt iets met Stella zodra ze gaat vertellen. Haar gezicht verandert. Zoiets heb ik ooit eerder gezien toen ik in een ver verleden reisde met mijn kat. In de Franse Pyreneeën verdween zij elke avond het donker in om ‘s morgens terug te komen met een nieuwe uitdrukking op haar gezicht. Haar wimpers omlijstten de fonkelende diepten van haar ogen met een zwarte stralenkrans. Mond en neus verloren hun zachtheid en raakten scherp gefocust als op een prooi. Precies zo verandert Stella’s gezicht als ze vertelt.


Slavernij
“Afgelopen jaar nam ik deel aan een cursus over het slavernijverleden van Nederland, in een zeer gemêleerd gezelschap. Het was een eye-opener, zoveel wist ik eigenlijk niet van dat stukje vaderlandse geschiedenis. Na een tijdje ontstond er in mijn hoofd, als uit het niets, een figuur, een man, geboren in de Krimpenerwaard. Deze Ben wil ontsnappen aan het benauwde leven van zijn ouders, uurwerkmakers, en ontmoet Roza, een Surinaamse verpleegster uit Rotterdam.


Het verhaal vertelt de ontmoeting tussen twee culturen: Roza zegt daarover: ‘Jullie maken horloges, maar wij hebben de tijd.’ Het maakt op beiden een diepe persoonlijke indruk. Het is spannend en exotisch, maar ook erotisch, en gelukkig blijkt de aantrekkingskracht groter dan de angst voor het onbekende.”


Sprokkelen
“Een verhaal is er niet ineens. Het ligt in je achterhoofd te wachten tot het uit losse elementen bij elkaar is gesprokkeld. Je kunt de stijl van een ander niet reproduceren; belangrijk is authentiek te blijven. Verhalen ontstaan langzaam en krijgen vorm door wat het leven eraan toevoegt. Geleidelijk krijgen de personages karakter.
Je moet je bewust zijn wat je wilt vertellen, en aan wie. Om in de beeldspraak van de streek te blijven: een verhaal moet rijpen, net als kaas. En dan moet je het laten zien, voelen, beleven. Niet erover vertellen, maar van binnenuit, doorleefd en echt. Alles doet mee: de ambiance, je uitdrukking en lichaamsbewegingen, de hele entourage moet kloppen. Als ik je ga vertellen over een klein bruin hondje, dan heb jij meteen een beeld voor ogen. Dat hoeft niet te lijken op het beeld dat ik ervan heb. Het brengt je verbeelding op gang en zo zijn we ineens samen in het verhaal. Dat is waar de magie zijn intrede doet, waar we de realiteit allemaal net ietsje anders beleven. Daarom teken ik mijn verhalen ook niet op; dan haal je de dynamiek eruit, liggen ze vast.”

Binnenkamer
“Als ik lang genoeg hebt rondgelopen met een verhaal, neem ik het mee naar De Binnenkamer. In dit kleine groepje regionale verhalenvertellers proberen we onze verhalen op elkaar uit, leren van de feedback en inspireren elkaar.” In 2010 bracht Stella Het Zingende Paard onder bij de Kamer van Koophandel en in 2017 werd ze Chief-Storyteller. “Voor die tijd, de eerste vijf jaar, durfde ik niet eens te vertellen: dat deed je vroeger vooral aan kinderen. Ik ben ermee begonnen toen onze leesclub veranderde in een vertelclub nadat we besloten elkaar te vertellen wat we hadden gelezen. Het verbaasde me hoe een zaal in de ban raakte van een verhaal en daardoor raakte ik meer en meer in de ban van het vertellen en het creëren van eigen verhalen.”


Het Zingende Paard
“Je kunt me het best leren kennen door het verhaal hoe ik aan mijn naam gekomen ben. Het Zingende Paard is een Perzisch sprookje. Een veroordeelde verblijft in de kerker van het koninklijk paleis in afwachting van de galg. Voor zijn terechtstelling krijgt hij bezoek van de koning, die in het gesprek dat ze voeren, onder de indruk raakt van hoe de man alle beschuldigingen weet te weerleggen. De koning trekt zich terug en komt na rijp beraad met het volgende voorstel: ‘Mijn wens is om met een zingend paard door het land te trekken. Ik heb zo het vermoeden dat jij mijn paard aan het zingen krijgt. Ik geef je precies één jaar de tijd. Mocht je falen, dan hangen we je alsnog aan de hoogste boom.’


… De veroordeelde ging de uitdaging aan. De koning haalde zijn paard van stal en begeleidde de twee tot buiten de stad. Daar wachtte diens beste vriend, die eigenlijk was gekomen om afscheid te nemen en stomverbaasd was het stel zo aan te treffen. ‘Zou je me liever hebben zien hangen?’ reageerde de man. ‘Die garantie heb ik sowieso na een jaar. Maar er kan in een jaar ook veel veranderen; de koning kan doodgaan, ik kan zelf omkomen, maar stel je eens voor dat het paard gaat zingen?’


Ik had ook nooit kunnen bedenken dat ik verhalenverteller zou worden. Het leven geeft je soms ongelofelijke kansen, die heb ik aangepakt. Waag de sprong maar! En zeg eens, want nu ben ik benieuwd: Wat is jouw Zingende Paard?”

Tandarts uit Syrië



Haastrecht – De Syrische tandarts Fadia Khlief is sinds het moment dat ze met haar kinderen in Nederland arriveerde in 2017 op volle kracht actief om aan het werk te komen. “Ik kan echt geen vijf jaar bezig zijn met het leren van een taal. In Utrecht zijn stoomcursussen voor universitair geschoolden. Ook de drie kinderen hebben de eerste periode alleen maar Nederlandse taal gestudeerd.”


In haar woonplaats Alhassaka werkte ze al twaalf jaar, vanaf haar 21e als tandarts en had een eigen praktijk. Haar kinderen werden door haar ouders opgevangen. Het leven was goed. 
“De oorlog vernietigde toen zoveel dat er geen normaal geëmancipeerd en gelijkwaardig leven meer mogelijk was. Mijn familie bleef achter in Damascus en versnipperd over Europa, waar ze zo snel mogelijk willen integreren en hun leven oppakken.” 
Fadia is onuitsprekelijk dankbaar dat haar ouders, beiden ongeschoold en analfabeet, zo benadrukt ze, hun kinderen hebben laten studeren. “Mijn vader keek goed om zich heen, en besloot om zijn kinderen een toekomst te geven. Hij was ambulancebestuurder en heeft met heel hard werken een universitaire opleiding voor zijn acht kinderen mogelijk gemaakt. Geneeskunde, chirurgie, tandheelkunde; onderwijs was essentieel in onze opvoeding. Hij gaf ons van huis uit de discipline mee om te studeren. Ik geef op mijn beurt die motivatie en gedrevenheid door in de opvoeding van mijn eigen kinderen. De ontwikkelde kant van Syrië leek op de Nederlandse samenleving. Vrouwen houden hun eigen naam na het huwelijk, vooral de hoger opgeleiden bepalen zelf hun kindertal.”


“In onze familie heerst een gezond gevoel voor competitie.” Yamen van elf heeft interesse in aardrijkskunde en geschiedenis en al twee zwemdiploma’s gehaald. Hij wil net als zijn vader apotheker worden. Zein van vier, zijn naam betekent ‘mooi’, is weliswaar nog klein maar communicatief, sociaal en bijdehand. Fadia’s dochter wil vrouwenarts worden. Sara is pas acht en vindt het wonder van geboorte heel bijzonder. Dat beaamt Sara die haar trots voor haar moeder niet onder stoelen of banken steekt. “Ik lijk op jou hè, mama?” En studeren wil ze ook, “Ik hou van boeken, van leren, en ‘s avonds een puzzel voor het slapen.”
Hoe houdt Fadia vinger aan de pols wat betreft de vorderingen van haar kinderen? “Ik heb geregeld evaluatiegesprekken met de leerkrachten. Zo voorkomen we problemen. Ik ervaar Nederland als heel veilig voor kinderen. Sara zit op scouting en ik laat haar met een gerust hart meegaan op kamp. Ik heb vertrouwen in de leiding; ik weet dat we dagelijks even mogen bellen. bij wijze van uitzondering.”
Fadia loopt stage bij een tandartspraktijk en volgt scholing om haar werk te stroomlijnen met het Nederlands vakgebied. Wat te denken van een cursus medische woordenschat? “De praktijk is in Amsterdam waar veel nationaliteiten komen, wat ik erg leuk vind. Nederlandse gebitten zijn over het algemeen erg goed vanwege het verzekeringstelsel. Mijn hoop en kracht haal ik uit mijn beroep. Ik hou van mijn beroep. Mijn droom is om over vijf jaar een eigen praktijk te hebben.” Eerst nog wat diploma’s halen bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam en haar netwerk verder uitbouwen.”
Als ze alleen thuis zit kan het leven soms moeilijk zijn. “Maar dan zijn er fijne buren waarmee ik een halfuurtje thee drink. Nieuwe vriendinnen, kennissen en collega’s. En mijn man en ik wandelen elke dag. Nederland is vrij koud en nat, maar we genieten enorm van het groene en bloemrijke land. We bezoeken familie in Amsterdam en maken daar een rondvaart. We zoeken een neef op in Den Haag en gaan met elkaar naar het strand, of vieren vakantie bij relaties in het mooie Limburg.”
Wat Fadia wenst? “Gelijkwaardigheid tussen alle mensen. Het ontplooien van persoonlijke kwaliteiten. Een plaats in de maatschappij. In Nederland heb je de mogelijkheid jezelf te ontwikkelen en een positie in de samenleving in te nemen.”

Ik ben de kracht van Afrika




Dit is het verhaal van Samantha van der Wouden – Diedericks, internationaal bekend kunstenares en yogateacher. Zij woont in het hart van het Groene Hart en daar weeft zij vol aandacht haar kunst en levensfilosofie bijeen.

Berkenwoude – “In mijn opvoeding was veel aandacht voor kunst. Ik schilder daarom geen Afrikaanse kunst; ik ben Afrika, in de kleuren, de symboliek, de beweging, het drama en de grootsheid. Ik schrik niet terug voor grote onderwerpen.
Langzaam maar zeker realiseer ik mij dat ik meer ben dan yoga teacher en kunstenares. In mijn yoga verwerk ik mindfulness en oerkennis. In mijn kunst uit ik wat in mij opborrelt. Ik merk het effect van mijn lessen en werk. Als je geïnspireerd bent straalt je werk positieve energie uit en de reactie daarop ontvang jijzelf weer terug.”

Wijde wereld
Samantha groeide op op de afgelegen boerderij van haar familie in Zuid-Afrika. “Het was in een gelijkwaardige en hechte gemeenschap met iedereen die daar woonde en werkte. Tegelijk was er voldoende afzondering om te leren hoe te overleven. Ik was een buitenkind.
Als klein meisje klauterde ik al op mijn paard. Rasper was een rode Vos, mijn beste vriend. Ik reed op hem de wijde wereld in, door de heuvels naar de bergen. Daarboven had ik een weids uitzicht vanaf een fijne steen waar mijn billen precies in pasten zodat ik er uren heerlijk kon zitten, rondkijkend over de hele vallei. Dit was het echte Afrika. Ik stelde me voor dat het sinds de oertijd niet was veranderd.”

Aarde
“Eens per jaar dreven we met een grote groep kinderen te paard de herten vanuit de bergen. De ‘culling’ was het uitdunnen van de populatie om de gezondheid te waarborgen. Mijn vader schoot de dieren. Het slachten, villen, uitbenen en verwerken deden we gezamenlijk, ook kinderen. Niks werd voor ons verborgen, integendeel, we werden erin opgevoed, als deel uit van het leven met het land. En al vroeg was ik zelfstandig. Op mijn elfde jaar ging ik naar kostschool vanwege de lange afstanden, en tijdens mijn studie woonde ik samen met vriendinnen.

Ik ben opgegroeid met de kracht en kennis van de aarde. Mijn vader had en heeft nog steeds helende handen. Zieke dieren, maar ook mensen komen spontaan naar hem toe voor genezing. En kijk eens om je heen, hoe wij één groot geheel zijn met elkaar, elkaar beïnvloeden; hoe energie over en weer stroomt.”

Water
“Dagelijks beoefen ik een wateroffer uit de Vedische traditie – ik omarm dit ritueel voor innerlijke balans. Het gaat als volgt: Ik vul een bakje met schoon stromend water. Vervolgens spreek ik mijn gedachten daarover uit, mijn behoeften, iets wat ik kwijt wil of wil ontvangen. Ik geef het water iets mee wat belangrijk is voor mij. Dit is heel persoonlijk. Ik dank de voorvaders of de goden en vervolgens zegen ik de aarde met dit water als ik het daarover uitschenk. Dit doe je vlak na het ontwaken ‘s morgens, voor je iemand gesproken hebt, als je nog in contact bent met je diepe wezen.”

Drama
Hoe sta je sterk in een land dat niet van jouzelf is? “Dat is een proces wat je doormaakt. Alle factoren die je identiteit dragen heb je achtergelaten. De rollen die je speelde in je eigen land werken hier niet. Waar je diploma niet geldig is, je beroep niet kunt uitoefenen, waar je vertrouwde manier van leven zich niet kan voortzetten. Zonder familie, zonder werk. Als we dan om ons heen kijken zien we ook hoe mensen zijn vervreemd van hun natuur. Politici denken in korte termijnen, bedrijven zijn op winstbejag uit en mensen zijn afhankelijk van hun baan. Zie toch eens hoe ze hun baby’s niet troosten als ze verschoond en gevoed zijn en zogenaamd huilen om niks.”

Dankbaarheid
“Natuurlijk heeft iedereen zijn verhaal, zijn eigen drama. Daarvan leer je om verantwoording te nemen voor jezelf. Keuzes te maken, jezelf te aanvaarden. Iedere uitdaging kun je gebruiken om te groeien. Je bent altijd sterker dan je dacht.
Mijn sterkste gereedschap is dankbaar te zijn. Door positieve gedachten in mijn geest toe te laten. En me bewust te zijn dat wat je denkt en wat je wenst weleens zou kunnen uitkomen. Je moet eerst alle laagjes van jezelf afpellen. En dan jezelf voeden met wat vervulling geeft. Alles wat je eet en wat je denkt stop je in je lichaam.”

Mens zijn
“Tegen nieuwkomers in Nederland zou ik dan ook willen zeggen dat je niet altijd hoeft te vechten of stoer te doen. Neem de tijd om mens te zijn. Vertrouw op je eigen natuur en geef expressie aan je emotie: je mag boos worden en je mag huilen. Dan blijf je het dichtst bij jezelf en de bron van geluk.


Ik ben blij met de huidige generatie sterke vrouwen: Greta Thunberg, de vijftienjarige Zweedse klimaatactiviste. De minister president van Nieuw-Zeeland Jacinda Ardern die na de aanslag in Christchurch automatische wapens verbiedt. Dit zijn moderne vrouwen die laten weten wie ze zijn en waarom ze beslissingen nemen.”

Kaarsjes op je verjaardagstaart


We vijlden onze nagels met een steen en kleurden onze lippen met een rode balpen, vertelt Flavia Almeida Reis. “In de kerk zaten we naast elkaar, geloofden we samen in God en zongen alle liedjes mee uit volle borst. Laudicéa was mijn vriendinnetje.”

Lekkerkerk – Flavia Reis groeide op in een kindertehuis in Brazilië, het Orfanato Evangélico das Assembleias de Deus na Bahia.” Ik spreek haar met taalmaatje Ria in de bibliotheek en in het gezellige dijkhuis waar zij met haar man Chris en twee dochtertjes woont. “Mijn moeder was nog heel jong toen ze mij kreeg en mij aan mijn overgrootmoeder gaf. Die bracht me naar het kindertehuis, want ook zij moest werken. Daarna heeft mijn moeder nog vijf kinderen gekregen, daar heb ik eerlijk gezegd geen begrip voor.  Alleen mijn jongste broer groeide op bij onze moeder. Ik heb altijd gedacht dat ik een weeskind was en kwam er pas later achter dat ik familie had.”
In het kindertehuis in Feira de Santana Bahia woonden tachtig kinderen van alle leeftijden; jongens en meisjes, de baby’s en tieners, allemaal apart. Het was een groot complex met een kerk, een speeltuin, een bakkerij. Verder een groentetuin, een boomgaard en natuurlijk een school. In gebouwen met twintig slaapkamers sliep je in een eigen kamer of je deelde die met een of twee andere kinderen. Als kind droomde Flavia ervan later haar eigen huis te hebben.
“Het was gezellig in het tehuis en het eten was lekker, maar we werden er streng en gelovig opgevoed. De directrice Loide was wel altijd lief. Met haar heb ik nog steeds contact. Loide vierde haar eigen verjaardag met ons in het tehuis. Ze maakte er voor mij een onvergetelijk feest van door met de drie kinderen die in diezelfde maand jarig waren taart te eten. Al die jaren correspondeerde ik met Laura, een Finse vrouw die me financieel had geadopteerd. Ik schreef haar wat wij zoal deden en zij stuurde snoep en geld. Drop! Zo vies. Helaas zijn we elkaar later uit het oog verloren.” 

Nanny
“Op mijn zestiende kwam overgrootmoeder me ophalen. Ze had me mijn eerste drie jaar eenmaal per jaar bezocht, maar dat was ik vergeten. Blijkbaar was het tijd om bij haar te gaan wonen, maar omdat ik mezelf moest onderhouden, werd ik nanny. Ik trok bij de familie in, een vriendin van mijn moeder. Mijn eigen familie heb ik in die periode pas leren kennen, maar ik voelde geen band met mijn moeder en ook niet met mijn oma. Wel met mijn halfbroers en -zusje. Mijn zusje raakte al op haar veertiende zwanger. Inmiddels is ze vierentwintig en heeft ze twee dochters. Ze werkt in een pizzeria en een tante helpt haar met de kinderen, want ze heeft geen man. En een van mijn broers is bij drugsbendes betrokken geraakt en later door een gewapende passagier doodgeschoten toen hij een overval pleegde op een bus.”

Macumba
In Salvador de Bahia kwamen vroeger de slavenschepen aan uit Afrika. Het  Afrikaanse geloof en cultuur zijn er sterk vertegenwoordigd gebleven. Dat is te zien aan de vele kleurige huizen, en miljoenen mensen maken nog weleens een macumba. Dit is een offer, gericht aan de goden en geesten, dat wordt samengesteld uit allerlei kleurige en symbolische attributen, zoals schelpen, snoep en geld. Er wordt dan gedanst, vuur gestookt, soms wordt er een dier geofferd. Het gaat hierbij om serieuze en ethisch hoogstaande zaken, maar het gebeurt net zo goed te pas en te onpas, zoals wanneer je iemands echtgenoot wil afpakken.  
Flavia: “Toen er een keer een macumba werd gemaakt, hebben Laudicéa en ik de muntjes, een paar dubbeltjes, gepikt uit het offer. Dat was zó spannend. Omdat we niet van het terrein af konden moesten we over de muur roepen naar de eigenaresse van de snoepwinkel aan de andere kant. Wij gooiden het geld over de muur en dan gooide zij snoep terug.” 

Machista
“Ik was twintig toen ik de Nederlandse Chris leerde kennen en ik vond hem aardig. Voor mij geen Braziliaan, die zijn machista, seksistisch, en daar had ik helemaal geen boodschap aan.”Hij had een verhuurbedrijf in Salvador de Bahia van woningen  tijdens carnaval en andere festiviteiten. We woonden tien jaar in zo’n kleurig huisje vlak bij het strand, voordat we verhuisden naar Nederland. Ons dochtertje Luna was toen zes. Inmiddels zijn we getrouwd en heeft Luna een zusje gekregen: Eva, zij is nu drie.
Chris vult aan: “Flavia is niet zo uitbundig en extravert als de gemiddelde Braziliaanse, ze is bescheiden maar weet wat ze wil. Ze lijkt niet getraumatiseerd; in die cultuur tilt men er niet zo zwaar aan wie je kind verzorgt, het wordt gegeven aan degene die daar het best toe in staat is. Maar toen ons dochtertje Luna haar eerste verjaardag vierde, had Flavia ons huis van onder tot boven versierd en volgezet met lekkernijen en zoetigheid. Daaraan kon je wel zien wat het voor haar betekende om haar eigen gezin te hebben.”
Taart
“Ik heb een gelukkig leven en een fijn thuis gekregen. Door mijn eigen kindertijd betekent het heel veel voor me om zelf de verjaardagstaarten voor mijn dochters te kunnen bakken. Ik wil graag mijn eigen inkomen gaan verdienen met het bakken van taarten.”

De liefste moeder van de wereld

Schoonhoven – Ayat Ghannam is sinds december 2015 in Nederland. Haar man vluchtte tien maanden eerder uit Syrië. Hoewel ze in Krimpen aan de Lek hartelijk zijn opgevangen door de buren Teus en Meta Klein en taalmeisje Nelly Gonzales, moesten ze een paar maanden geleden naar Schoonhoven verhuizen wegens ruimtegebrek. Soms valt het allemaal niet mee

Lees alle verhalen ook op: https://www.facebook.com/KleurrijkKrimpenerwaard

Jarmuk is een stad in het gouvernement Damascus. Opgezet voor de huisvesting van Palestijnse vluchtelingen uit de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948. Hieronder bevonden zich ook Ayat’s Palestijnse grootouders. Met in 2004 een inwonertal van 137.248 ontvluchtten die de stad bijna allemaal na 2012, totdat er eind 2014 nog maar 20.000 over waren. Ayat is geboren in Damascus maar woonde in Jarmuk toen de oorlog plotseling begon.

Bombardement

“Het was indringend en allesoverweldigend. We dachten een dag weg te gaan, het bleek permanent.” 16 december 2012. Een vliegtuig dat laag, traag, bulderend overvliegt. Een bombardement, gevolgd door doodse stilte. Ze deden alle deuren en ramen dicht en verstopten zich. “De volgende dag hoorden we rumoer op straat; buiten was het ineens zo vol met mensen dat auto’s niet konden rijden. Het bombardement had in één klap driehonderd mensen gedood, er zijn nog steeds vermisten. Wij voegden ons in de horde. Onmiddellijk. Zonder jas, zonder tas, ik griste nog net onze identiteitspapieren mee. Lopen, weg van hier, was het enige wat we konden bedenken.”

Ayat pakt haar telefoon en laat een filmpje zien via het grote beeldscherm van de tv. “Kijk, dit was mijn straat, mijn huis.” Ik zie alles wat ze zonet heeft verteld, jonge en oude mensen, alles in een angstaanjagende stilte.

Ayat ging met haar gezin te voet naar een verderop gelegen plaats, waar ze werden opgevangen door familie. “We zaten met vijfentwintig mensen in een huis en zorgden voor elkaar, het geluk van een grote familie. Maar steeds als de oorlog dichterbij kwam trok ik verder met de kinderen naar een andere plek. Naar school moesten ze, de kinderen hebben nog een heel leven voor zich.” In 2014 was het niet meer uit te houden en ging vader Ismael vooruit, op de vlucht, niet wetend waar hij terecht zou komen, terwijl Ayat  zo goed en zo kwaad als het ging haar hoofd boven water probeerde te houden, erop vertrouwend dat ze hem zou weerzien.

Gestold moment

Ik zit bij Ayat op de bank en ze vertelt: “Het leven was fijn en rustig. In Syrië is het een eer als een man genoeg geld verdient om zijn gezin en huishouding te onderhouden. De opvoeding is mijn belangrijkste taak en met inmiddels zes kinderen is dat druk genoeg. Toch heb ik jaren gewerkt als docente wiskunde, natuur- en scheikunde. Na de middelbare school is er een groot algemeen examen, en daarin begeleidde ik de leerlingen met veel plezier. 

Het moeilijkste moment in mijn leven was het vertrek uit Syrië. Je wilt niet, alles in je verzet zich. Ik hou niet van reizen, en zeker niet met de zorg voor de kinderen, naar een volstrekt vreemd land. Ik was nooit in het buitenland geweest. Ik liet mijn vader, mijn moeder en mijn zus achter, zonder enig idee wat de toekomst zou brengen.” 

Het wordt heel stil terwijl ze me vertelt hoe ze het vliegtuig moet instappen en hoe bang ze is;  het moment stolt in de tijd. We weten allebei even niet wat te zeggen. “Ik vergeet je thee te geven,” bedenkt ze. En ik: “Doe maar graag een glaasje water.” En terwijl zij glaasjes water haalt pinken we beiden vlug een traantje weg voor ze antwoordt op mijn volgende vraag:

“Waar haal je je kracht vandaan?” Ze hoeft geen moment na te denken: “Mijn ouders hebben me altijd gesteund en blijkgegeven van hun vertrouwen in mij. Alleen God weet waarom de dingen gebeuren. Dus wees een sterke moeder. Verdriet helpt niet, het verandert niks aan de situatie. Alles wat er gebeurt is ergens goed voor, een test van God hoeveel vertrouwen je hebt en hoe emotioneel stabiel je bent. Al deze jaren was het mijn doel de kinderen veiligheid te bieden.

We probeerden om nooit naar buiten te kijken, maar als Ahmad zijn hoofd verborg onder een deken als er weer een bommenwerper overvloog, zei ik: “Doe dat maar niet, God zal ons beschermen.” Terwijl ik intussen dacht: als de bom valt, zullen we het toch niet navertellen. Het heeft geen zin om bang te zijn. Beter is het om je zinnen te verzetten en te studeren, je leerprestaties naar een hoger niveau te tillen.”

Warm nest

“De kinderen zijn bewust gemotiveerd iets te bereiken. Met zes kinderen in de leeftijd van drie tot negentien heb ik elke leeftijd met zijn eigen kenmerken en aanpak in huis.” En hoe zit dat dan bij jullie met de puberteit? Daarop krijg ik van alle kinderen volmondig als antwoord: “Wij hebben de liefste moeder van de wereld. Ze is er altijd voor ons, ze is onze beste vriend. We kunnen met alles bij haar terecht. Ze weet ons te motiveren, ze geeft ons vertrouwen. We kunnen overal over praten. Trouwens met onze papa is het precies zo.” Het is bijzonder dat ze hierover met z’n allen zo eensgezind vertellen! Wat een liefdevol gezin is dit!

De religie van dankbaarheid

Yukari Hishikawa straalt een serene rust uit die licht en vrolijk maakt. Ze geeft me twee snoepjes uit Japan, in de vorm van een bloem. Achteraf realiseer ik me dat alles wat ze me vertelt zin heeft, geen woord teveel of te weinig, alles past precies. De hele dag erna voel ik me blij, voldoende om in alle rust nog eens te overdenken.

Schoonhoven – Yukari en haar echtgenoot zijn naar Nederland gekomen omdat ze het beter vonden voor hun zoon Quirin om in Nederland op te groeien. ‘In Japan moeten kinderen de hele dag leren, als ze uit school komen moeten ze weer ergens anders heen voor lessen. Dat is zielig; kinderen krijgen geen gelegenheid om te spelen! Het is veel leuker in Nederland.’ 
Toen ze over de eerste periode met heimwee heen was, ging Yukari steeds meer genieten van de vrijheid die hier heerst en ze wil zeker niet meer terug: ‘In Japan letten mensen erg op elkaar en wil iedereen hetzelfde zijn. Hier kun je je vrijer bewegen. Ik ga heel graag naar Japan, maar dan wel op vakantie!’ 
Yukari werkte tien jaar bij de Wereldwinkel. Zij en haar man Eric reizen graag en kijken films, zoals ‘Departures’ waarin goed wordt weergegeven hoe de crematieceremonie in Japan wordt uitgevoerd.

Klein altaar
In de boekenkast, centraal in de woonkamer heeft Yukari een klein altaar ingericht. Ter nagedachtenis aan haar zuster die in 2006 is gestorven en aan haar vader, die in maart 2018 overleed.
Na een overlijden komen familie en vrienden bij elkaar om bij de overledene te bidden tot de volgende dag aanbreekt. ‘Mijn vader was Boeddhist, aan zijn ziel heeft een monnik middels gebeden de weg gewezen om veilig naar het hiernamaals te reizen. Na de wake volgt een ceremoniële dag waarop vrienden en familie bij elkaar komen om over de overledene te praten en zoveel mogelijk herinneringen op te halen. De achtergebleven echtgenoot voert afsluitend het woord om alle aanwezigen te bedanken. Vervolgens wordt er gezamenlijk gegeten. Het is een intense bijeenkomst waar familiebanden worden versterkt.
Zo snel mogelijk daarna volgt de crematie, waarbij alleen de familie en naaste vrienden aanwezig zijn. Drie uur later is het vuur gedoofd en afgekoeld. Dan krijgt men chop-sticks uitgereikt waarmee de overgebleven botjes en resten worden opgepakt en in een grote doos verzameld. De tweede halswervel, waar het hoofd buigt tijdens het bidden is het belangrijkst om te bewaren. Daar is het waar de Boeddha huist.
De ziel van de overledene zou nog weleens een poosje in onze wereld kunnen vertoeven, daartoe blijven de resten bij elkaar zolang de familie dat goeddunkt. Dat kan van een halfjaar tot een jaar duren. Na deze periode worden de botjes overgedaan in kleine urnen die worden meegegeven aan de familieleden.’

Troost
‘Mijn vader overleed in maart. De tijd helpt mee het verdriet te laten slijten. Als in april het weer mooier wordt en de kersenbloesem bloeit geeft dat troost. Troosten doe je ook door je verdriet te delen. Je mag gerust laten merken dat je zelf ook verdriet hebt. Medeleven hebben betekent dat je leed niet alleen hoeft te dragen.’


Shinto
Elke ochtend en avond spreekt Yukari een gebed uit, gericht aan haar vader en zuster. ‘Ik vertel ze wat ik ga doen of wat er is gebeurd of vraag om steun in een heel persoonlijk gesprekje. Mijn religie, Shinto, is die van dankbaarheid. Ik ben dankbaar als de zon schijnt. Dat er stromend water is in de badkamer. Ik ben dankbaar voor de natuur. Dankbaar dat ik leef en dankbaar voor de mensen in mijn leven. Medeleven geeft troost en dankbaarheid maakt je gelukkig. Als je gelukkig bent en je niet alleen voelt, volgt als vanzelf tevredenheid en bescheidenheid. Je hoeft nergens over te pochen als alles goed is.’ 

Quilts
‘Toch heb ik een grote wens,’ lacht Yukari. ‘De strenge en sobere manier van leven van de de Amish in Ohio intrigeert me. Ze hebben geen auto, electra of telefoon. Als de zon ondergaat is het bedtijd. Het tempo van de Amish is weliswaar langzaam maar ontegenzeglijk rijk. Enfin, er is een markt waar ze hun quilts verkopen. Dat is waar ik naartoe wil.’ Ze haalt wat boeken tevoorschijn met quilts uit Japan met vele sierlijke motieven, en ernaast die van de Amish, opvallend door eenvoud in effen lapjes, hoewel de stiksels erdoorheen zeer verfijnd zijn. ‘Alles met de hand gemaakt,’ verzucht Yukari die zelf op haar twintigste met groot wandkleed is begonnen en het pas na haar verhuizing naar Nederland op haar drieënveertigste heeft afgemaakt. ‘Mijn vader had veel mooie stropdassen,’ vertelt ze. ‘Na zijn dood heb ik die meegenomen om in een quilt te verwerken. Het is een mooie manier om kleding waar herinneringen aan verbonden zijn als aandenken te bewaren.’

Recept
Yukari trakteert mij op heerlijke sushi; rijst met verse gember in een tasje van tofu, en misosoep. Misosoep maak je zo: Kook water met miso en visbouillon, voeg er blokjes tofu of aardappel aan toe, evenals wat wakame zeewier en een lentepreitje. Klaar!

Loes Ambrosius schrijft een serie portretten van vrouwen die onze moderne multiculturele samenleving een gezicht geven. Ben je of ken je zo’n vrouw? Bel dan 06-18257903. Volg de verhalen en achtergrond op: www.KleurrijkKrimpenerwaard.nl en op Facebook: Kleurrijk Krimpenerwaard.