Kaarsjes op je verjaardagstaart


We vijlden onze nagels met een steen en kleurden onze lippen met een rode balpen, vertelt Flavia Almeida Reis. “In de kerk zaten we naast elkaar, geloofden we samen in God en zongen alle liedjes mee uit volle borst. Laudicéa was mijn vriendinnetje.”

Lekkerkerk – Flavia Reis groeide op in een kindertehuis in Brazilië, het Orfanato Evangélico das Assembleias de Deus na Bahia.” Ik spreek haar met taalmaatje Ria in de bibliotheek en in het gezellige dijkhuis waar zij met haar man Chris en twee dochtertjes woont. “Mijn moeder was nog heel jong toen ze mij kreeg en mij aan mijn overgrootmoeder gaf. Die bracht me naar het kindertehuis, want ook zij moest werken. Daarna heeft mijn moeder nog vijf kinderen gekregen, daar heb ik eerlijk gezegd geen begrip voor.  Alleen mijn jongste broer groeide op bij onze moeder. Ik heb altijd gedacht dat ik een weeskind was en kwam er pas later achter dat ik familie had.”
In het kindertehuis in Feira de Santana Bahia woonden tachtig kinderen van alle leeftijden; jongens en meisjes, de baby’s en tieners, allemaal apart. Het was een groot complex met een kerk, een speeltuin, een bakkerij. Verder een groentetuin, een boomgaard en natuurlijk een school. In gebouwen met twintig slaapkamers sliep je in een eigen kamer of je deelde die met een of twee andere kinderen. Als kind droomde Flavia ervan later haar eigen huis te hebben.
“Het was gezellig in het tehuis en het eten was lekker, maar we werden er streng en gelovig opgevoed. De directrice Loide was wel altijd lief. Met haar heb ik nog steeds contact. Loide vierde haar eigen verjaardag met ons in het tehuis. Ze maakte er voor mij een onvergetelijk feest van door met de drie kinderen die in diezelfde maand jarig waren taart te eten. Al die jaren correspondeerde ik met Laura, een Finse vrouw die me financieel had geadopteerd. Ik schreef haar wat wij zoal deden en zij stuurde snoep en geld. Drop! Zo vies. Helaas zijn we elkaar later uit het oog verloren.” 

Nanny
“Op mijn zestiende kwam overgrootmoeder me ophalen. Ze had me mijn eerste drie jaar eenmaal per jaar bezocht, maar dat was ik vergeten. Blijkbaar was het tijd om bij haar te gaan wonen, maar omdat ik mezelf moest onderhouden, werd ik nanny. Ik trok bij de familie in, een vriendin van mijn moeder. Mijn eigen familie heb ik in die periode pas leren kennen, maar ik voelde geen band met mijn moeder en ook niet met mijn oma. Wel met mijn halfbroers en -zusje. Mijn zusje raakte al op haar veertiende zwanger. Inmiddels is ze vierentwintig en heeft ze twee dochters. Ze werkt in een pizzeria en een tante helpt haar met de kinderen, want ze heeft geen man. En een van mijn broers is bij drugsbendes betrokken geraakt en later door een gewapende passagier doodgeschoten toen hij een overval pleegde op een bus.”

Macumba
In Salvador de Bahia kwamen vroeger de slavenschepen aan uit Afrika. Het  Afrikaanse geloof en cultuur zijn er sterk vertegenwoordigd gebleven. Dat is te zien aan de vele kleurige huizen, en miljoenen mensen maken nog weleens een macumba. Dit is een offer, gericht aan de goden en geesten, dat wordt samengesteld uit allerlei kleurige en symbolische attributen, zoals schelpen, snoep en geld. Er wordt dan gedanst, vuur gestookt, soms wordt er een dier geofferd. Het gaat hierbij om serieuze en ethisch hoogstaande zaken, maar het gebeurt net zo goed te pas en te onpas, zoals wanneer je iemands echtgenoot wil afpakken.  
Flavia: “Toen er een keer een macumba werd gemaakt, hebben Laudicéa en ik de muntjes, een paar dubbeltjes, gepikt uit het offer. Dat was zó spannend. Omdat we niet van het terrein af konden moesten we over de muur roepen naar de eigenaresse van de snoepwinkel aan de andere kant. Wij gooiden het geld over de muur en dan gooide zij snoep terug.” 

Machista
“Ik was twintig toen ik de Nederlandse Chris leerde kennen en ik vond hem aardig. Voor mij geen Braziliaan, die zijn machista, seksistisch, en daar had ik helemaal geen boodschap aan.”Hij had een verhuurbedrijf in Salvador de Bahia van woningen  tijdens carnaval en andere festiviteiten. We woonden tien jaar in zo’n kleurig huisje vlak bij het strand, voordat we verhuisden naar Nederland. Ons dochtertje Luna was toen zes. Inmiddels zijn we getrouwd en heeft Luna een zusje gekregen: Eva, zij is nu drie.
Chris vult aan: “Flavia is niet zo uitbundig en extravert als de gemiddelde Braziliaanse, ze is bescheiden maar weet wat ze wil. Ze lijkt niet getraumatiseerd; in die cultuur tilt men er niet zo zwaar aan wie je kind verzorgt, het wordt gegeven aan degene die daar het best toe in staat is. Maar toen ons dochtertje Luna haar eerste verjaardag vierde, had Flavia ons huis van onder tot boven versierd en volgezet met lekkernijen en zoetigheid. Daaraan kon je wel zien wat het voor haar betekende om haar eigen gezin te hebben.”
Taart
“Ik heb een gelukkig leven en een fijn thuis gekregen. Door mijn eigen kindertijd betekent het heel veel voor me om zelf de verjaardagstaarten voor mijn dochters te kunnen bakken. Ik wil graag mijn eigen inkomen gaan verdienen met het bakken van taarten.”

Hoofddoek als uiting van vrijheid


“Nederland is mijn kleine paradijsje. Het enige dat ik anders zou willen zien is dat er eerst wordt gekeken naar wat we gemeen hebben in plaats van de verschillen op te zoeken en die te benadrukken.”


Schoonhoven – Shahiera Sharif is zesendertig jaar, op haar 16e kwam ze vanuit Afghanistan naar Nederland. Ze is alleenstaand moeder met een zoon. Ze is landelijk projectleider bij Vluchtelingenwerk Nederland, waar arbeidscoaches vluchtelingen helpen een baan te vinden. Daarnaast heeft ze een studio voor sport en yoga, Fempowerment Studio. “Het concept daarvan is de combinatie van bewegen en je mindset. Stilte, het volgen van het ritme van je hartslag en ademhaling kan confronterend zijn,” lacht ze. “Maar het is belangrijk om naar binnen te gaan, je lichaam bewust te voelen. Yoga wordt misschien dan wel niet gewaardeerd door de islam, maar ik maak mijn eigen keuzes. Iedereen wordt geboren met een doel en mijn doel is vrijheid!”

Hoofddoek
Negen jaar geleden nam Shahiera een besluit. Ze koos voor het dragen van een hoofddoek. Dat wierp nogal wat stof op. Veel mensen hadden en hebben er nog moeite mee. Shahiera: “Ze zien niet dat ik innerlijk niet ben veranderd. Ik heb alleen zichtbaar gemaakt waar ik voor sta. Mijn ouders zijn met mij, mijn broertje en zusje, gevlucht vanwege de repressieve regering van een land waar we geen vrijheid hadden. In Nederland hebben we veiligheid én vrijheid gevonden.
Een jaar of veertien geleden begon Geert Wilders zich te roeren: islam zegt dit, de Koran zegt dat. Tegelijkertijd zagen we de samenleving verharden. Mijn moeder besloot zich in de Koran te verdiepen, en ik studeerde met haar mee. Ik kwam tot de slotsom dat de schepper in je hart leeft, dat religie kracht geeft, je steunt en helpt opstaan als je valt. Dat je het leven niet hoeft te begrijpen om er vertrouwen in te hebben dat het goed is. Dan leer je de stilte waarderen, en hoef je er niet voor te vluchten, zo creëer je vrede in je hart. Mijn moeder is genezen van migraine nadat zij op bedevaart is gegaan. Of je een hoofddoek draagt omdat je het huishouden doet, of chemotherapie hebt gehad, of dat het een uiting is van je relatie met de Schepper; ik dacht dat het allemaal kon in Nederland.”


Vrijheid
Je geloofsovertuiging is de basis vanwaaruit je het leven leeft. Is het belangrijk dat je vrij bent in het uiten van je geloofsovertuiging of religie?
“Ik zal me niet conformeren aan de mensen die deze vrijheid bestrijden. Dat ik mijn hoofddoek draag betekent dat ik me juist níet laat knechten. Mijn hoofddoek is daarom per se geen statement; het is een kledingvoorschrift uit de Koran die de verbinding met de Schepper vertegenwoordigt. Ik draag de hoofddoek omdat ik mijn Schepper wil gehoorzamen, onvoorwaardelijk liefheb en wil volgen. Maar soms denk ik er weleens over om de politiek in te gaan, om eens wat duidelijkheid te brengen. In Afghanistan zijn vrouwen verplicht een hoofddoek te dragen, hier mag het. Daarom hou ik zo van Nederland. Ik waardeer de vrije keus enorm. Maar helaas maak ik juist vaker mee dat je ter verantwoording wordt geroepen voor het dragen van die hoofddoek.”


Wat voor commentaar krijg je op je hoofddoek?
…. Tut-tut- jij ook al?
… Wat zonde van je haar, ik dacht dat je een superwesterse dame was.
… Shahiera versie 2.0


“Er zijn hele lieve prachtige hoogopgeleide vrouwen die een hoofddoek dragen. Uiteindelijk zijn er altijd verschillen, maar de vraag is: waar krijg je energie van? En waar leer je van? Ik zou willen dat mensen aandacht hadden voor onze overeenkomsten. Laat verschillen niet tussenbeide komen. Met opleidingen, werk, partner, kinderen en huishouding kom je nauwelijks toe aan jezelf. Neem twee uur per week de tijd waarin je helemaal zelf bepaalt wat je doet. Leg je geluk nooit in handen van een ander en laat niemand je zwak maken. Houd de regie over je eigen leven. Leer op jezelf te vertrouwen. Vrijheid heb je net zo hard nodig als zuurstof. “


Wereldburgers
Hoe sta je tegenover Afghanistan?
“Ik weet het zo gauw niet, laatst sprak ik erover met mijn broertje, die zei dat we wereldburgers zijn geworden. We zijn snel in velerlei opzichten, hechten minder waarde aan tijd en plaats. Je kunt je paradijs creëren waar je ook bent. Het gevoel van geluk is niet afhankelijk van je afkomst maar van je hart en mindset. Ik besef intens hoe waardevol het leven is tussen geboorte en de dood. Op een keer beloofde ik mijn moeder te bellen zodra ik vlak bij huis was. Ik realiseerde me dat de dag ervoor op precies diezelfde plek een dodelijk ongeval had plaatsgevonden. Twee broers, waarvan één aanstaand vader, kwamen nooit meer thuis. In Afghanistan worden de doden in drie witte lappen stof gewikkeld en dezelfde dag nog ter aarde besteld. Er is niets wat je meeneemt. Als je dat beseft is het geen moeite om ergens voor te staan en ervoor te gaan.”


Hoe ziet je leven er over vijf jaar uit? “Ik zou heel graag mijn studio uitbreiden en nog meer vrouwen bereiken volgens de stelregel: Wees trots als een pauw, zacht als een roos en sterk als een leeuw.”

En de vrouw die slaat de trom


“Het was een heerlijke tijd. We waren verliefd en zagen er knap en leuk uit, in onze stoere broeken met wijde pijpen en strakke bloezen. Ik had hem op school leren kennen, de zus van een docent had familie in Nederland en hij kwam regelmatig langsgereden.”

Schoonhoven – “Ik was vrijmoedig en vol bewondering voor zijn mooie Mercedes. Na een poosje gingen we een eindje rijden en later nog ergens iets drinken. Zo is het begonnen.” Nadia Zaïdi kwam in 1979 op 17-jarige leeftijd naar Nederland. Even wennen was dat, maar ze zorgde meteen overal bij betrokken te zijn, “anders word je eenzaam.” En één aspect van haar jeugd zou ze nooit loslaten: “Iedere dag is een feest.”

Opa’s lieveling
Opa bezat een flinke boerderij aan de rand van Tanger. “Ik groeide op in een grote familie op zijn land, waar hij woonde met zijn vrouw, hun vijf zonen en twee dochters en hun gezinnen.
Als jongste van alle kleinkinderen was ik opa’s lieveling, ik stond altijd naast hem of zat op zijn rechterknie en volgde hem op de voet. Zodoende was ik vaak van van alles op de hoogte. Opa was de familieoudste; gaf wijze adviezen en goede raad: Zijn levensmotto was dat iedereen vooral gelukkig moest zijn en van het leven diende te genieten. Af en toe ging de radio aan, tv kwam er pas op het laatst. Ik was altijd buiten en hielp op de boerderij, vermaakte me met de dieren; molk de koeien en gaf alle kippen een naam. ‘s Avonds aten we gezamenlijk op het binnenplein aan grote tafels tussen de bomen, overdekt met gekleurde zeilen. Daar liepen dan twaalf bedienden af en aan met rijk gevulde schotels. De woningen lagen om het plein.
Wij kinderen verzamelden ons elke morgen bij de grote boom en liepen naar de school. Daarvoor hoefden we alleen over te steken. Tanger kent nu een miljoen inwoners maar ik herinner het me als een mooie en rustige stad waar iedereen elkaar kende en waar je alles lopend deed.”

Moeders
Moeders speelden een heel grote rol. Schoenen en jurken werden in opdracht buitenshuis gemaakt, hoewel de meisjes wel naailes kregen. En kookles. Met de Ramadan werd er gekookt voor de armen, en de kinderen brachten pannetjes soep rond. Die ervaring kwam goed te pas toen Nadia bij de SWOS met vrijwilligerswerk begon: “Er ging een wereld voor me open, en ik vroeg me af of ik het wel zou kunnen. Maar we werden gekoppeld aan Nederlandse dames en dachten toen: O, noemen ze dit hier koken? De Nederlanders vonden het aanvankelijk ook maar eng: ze zouden toch geen vies Marokkaans eten krijgen? Dus mijn (Marokkaanse) vriendin en ik kookten de Hollandse pot. We bleken een grote aantrekkingskracht te hebben op de Marokkaanse gemeenschap, en algauw werd er voor mij bij de SWOS een baan gecreëerd als activiteitenbegeleidster voor migranten. Het was zelfs zo dat de huisarts Marokkanen naar mij verwees voor gymnastiekles, wandelen, feestjes, bruiloften en het verschaffen van interculturele informatie. Vooral met ouderen werken is mijn passie, bijvoorbeeld het herkennen en begeleiden van beginnende dementie. Wij brengen zoveel kleur mee! En op de markt kopen we niet één paprika maar een paar kilo!”

Vroedvrouw
Oma was de matriarch van de familie en stuurde het thuisfront aan. Zij ging prachtig gekleed en had met henna beschilderde handen. “Oma van mijn vaders kant was vroedvrouw en gynaecoloog in de wijde omtrek,” vertelt Nadia. “Ook legde zij de doden af. Deze beroepen werden als vanzelfsprekend uitgeoefend door ‘pittige vrouwen’. Als meisje van acht jaar ging ik al met haar mee, ik ben nooit bang voor doden of de dood. Ook geboortes vind ik niet eng. Eens werd oma bij een bevalling geroepen. “Zo hard ik kon holde ik achter haar aan. Daar was ze bezig, met een bezweet hoofd. De navelstreng zat om het nekje, zag ik. “Oma,” zei ik zacht. “Nu niet,” bitste ze. Even later moest ik wel doeken en warm water halen. Het jongetje was al blauw, maar met een paar ferme petsen bleef hij toch in leven. Later kwam ik hem tegen: Hee jongetje, ik heb jou eruit zien komen, zei ik dan. En ja hoor, hij wist het nog! Iedereen daar was met haar hulp geboren en al die kinderen noemden haar Moeder.”
Uithuwelijken
“Ach, daaraan wordt hier altijd zo zwaar getild. Ik herinner het me als aandachtig en liefdevol. Je groeide heel betrokken met elkaar op. Zo was al vroeg duidelijk wie er bij wie hoorde en werd het uiteindelijk een gezamenlijke keus met wie je trouwde, iedereen was het ermee eens.”
Toen haar moeder haar eigen bedrijf wilde beginnen was opa geshockeerd. Hij bood haar geld aan, met de gedachte dat het haar iets ontbrak. “Het kostte oma de nodige overredingskracht om hem duidelijk te maken dat het haar ging om zelfontplooiing. Toen kon hij zich er wel in vinden. Later, toen ik naar Nederland ging, was het mijn moeders beurt om geschokt te zijn.
Na de dood van opa brokkelde het familiegebeuren geleidelijk af en ging ieder zijns weegs.”
Loes Ambrosius schrijft aan een serie portretten van vrouwen van elders. Meedoen? Bel 06-18257903. Kijk ook op Facebook: Kleurrijk Krimpenerwaard en op: KleurrijkKrimpenerwaard.nl