Schrijven in je nieuwe taal

 

Portugal was dat jaar de winnaar van de allereerste Nations League, de nieuwe landencompetitie van de UEFA. Voor eigen volk in Porto werd Nederland in de (teleurstellende) finale geklopt met 1-0. De werkgever van Cristina was de volgende morgen als eerste om haar te feliciteren. “Dat was zo speciaal, in Portugal wordt niet gesproken met personeel,” vergelijkt Cristina. “Die snauwde je een opdracht toe, terwijl mijn werkgever hier vriendelijk naar me toe komt en vraagt: sorry, zou je me willen helpen?”

Europees burger

Het is lastig communiceren met Cristina. Als je vluchteling bent en van buiten Europa komt, is er een integratiecursus, een taalcursus en zijn er allerlei voorzieningen. Maar als Europees burger kan zij daarvan geen gebruikmaken, wat taal betreft is dat erg lastig. Lekkerkerk valt onder een district waarin wel Gouda valt, maar niet Krimpen aan de IJssel. Gouda is twee uur reizen met het openbaar vervoer. Nu staat ze op een wachtlijst om over een halfjaar in Bergambacht een taalcursus te kunnen doen. En dat is overdag, ook niet handig combineren met je werk. Niet dat ze klaagt, haar Nederlands is nu al zelfs beter dan dat van haar partner João, die ze met officiële documenten helpt.

Nieuwsgierig naar het vervolg? Lees verder in het boek Kleurrijk. Ook als e-book.

Het land van melk en honing

Afbeelding






Burundi… terwijl ik in de bibliotheek de coördinator van het Taalhuis Corine de Haij interview, vraag ik me hardop af of ik ooit iemand uit dat onbekende kleine Afrikaanse land te spreken zal krijgen. Aan het eind van ons gesprek schuift een prachtig geklede jonge vrouw aan. Corine kent haar ook niet, en we vragen waar ze vandaan komt. Je raadt het al: Burundi.

Hier volgt het verhaal van Marina. Haar woonplaats is bij de redactie bekend en haar naam is veranderd; op de lijst van het World Happiness Report 2018 staat Burundi  als minst gelukkige land op nummer 156. 68% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Of je Hutu bent of Tutsi, regeringsgezind of in de oppositie, iedereen wordt ooit geconfronteerd met de toestand waarin het land verkeert. Dat overkwam ook Marina.

Broer konijn
De zachtaardige Marina is zesentwintig en heeft een dochtertje van drie. Het kleine meisje zegt heel braaf alle woordjes na, maar durft nauwelijks haar mond open te doen. Daarom gaat ze naar logopedie, thuis spreken haar ouders Swahili, dus heeft ze ook een taalachterstand. Het Taalhuis Krimpenerwaard faciliteert met vrijwilligers die thuis komen voorlezen, en daarop is nu het wachten. “Wat voor verhalen vertelde jouw moeder aan je als kind?” vraag ik Marina. “Over broer konijn, die worteltjes steelt.” Ze moet lachen, alsof het kinderachtig is. Onderwijl speelt het meisje met een spelletjes-app op haar moeders telefoon. Aan de wand van haar appartement hangt een trouwfoto waarop zij en haar man elkaar uit een glas melk laten drinken. Traditie waarmee de koe wordt geëerd als symbool van vruchtbaarheid en voorspoed.

Sinaasappelboom
Marina pakt mijn notitieblok om haar ouderlijk huis te tekenen. Op een afgebakend erf staat een met witte leem gestuct gebouwtje met een plat dak en twee kamers. “Hier woonde ik met mijn moeder en twee zusjes. In de raamkozijnen zijn gietijzeren ornamenten bevestigd. Op het terrein staat nog een huisje, voor de drie broers. In het midden staat een sinaasappelboom en in de omgeving zijn veel bomen en lopen geiten, kippen en eenden rond. In een hoek van het erf is een kraan waar wordt gewassen en water getapt voor het eten; koken doen we buiten op een houtskoolfornuis voor twee pannen. Afhankelijk van hoeveel geld je hebt wordt er een tot drie keer per dag gegeten; rijst, eventueel met bonen. Vlees en vis zijn duur, dus die eten we maar soms. Groente is niet duur, er is een spinazie-achtige bladgroente en cassave. Brood is er niet, er is geen oven. Fruit is er volop: papaya, mango.” Ze beschrijft net zulke grote avocado’s als Flavia uit Oeganda in haar verhaal. “Sinds het overlijden van mijn vader verdient mijn moeder de kost met de verkoop van tomaten.” Marina kan eens in de veertien dagen met een beltegoed van tien euro, vijf minuten met haar moeder telefoneren. Ze hoopt hier een baan te krijgen in de ouderenzorg, zodat ze haar moeder kan ondersteunen om haar handel uit te breiden met rijst, mais, bonen en suiker. 

Koude douche
“Naast de kraan heb je het toilet, met een put in de grond. En weer daarnaast is de douche: je haalt een klein emmertje koud water en giet dat over je hoofd. Dat is met een constante temperatuur van 28 graden echt niet zo vervelend als je zou denken!
In Burundi hoef je pas op je zevende naar school. Onze klas bestond uit tachtig leerlingen die in groepjes op de grond zaten.” Marina kijkt terug op een vrolijke kindertijd waarin “we altijd op blote voeten liepen en in het zand speelden, altijd buiten. Als speelgoed  hadden we een springtouw, elastieken en een bal. Van oude lapjes naaide ik mijn eigen pop, met een naald van mijn moeder, die me ook leerde haken. De jongens deden fanatiek wedstrijdjes met het gooien van gekleurde stenen.

Koeienmelk
De telefoon rinkelt. Op het beeldscherm verschijnt: My lovely husband. Maar goed ook, dat hij er is, als je uit zo’n andere wereld komt lijkt welhaast alles onoverkomelijk. Hij vult Marina’s vehaal graag aan: “Toen ik haar voor het eerst zag sloeg mijn hart over, ik was op slag verliefd. Wat er toen volgde was een omslachtig spel van overleg en beraad. Eerst met mijn eigen ouders, die een heleboel vragen stelden om er zeker van te zijn dat ik serieus mijn leven aan deze vrouw wilde wijden en mijn verantwoordelijkheden nakomen. Daarna ging ik met het meisje praten, en met haar instemming naar haar ouders. Na dit alles goed te hebben doorstaan ging ik weer naar mijn eigen ouders, die vervolgens overlegden met die van haar. In acht maanden tijd verdiende ik de bruidsschat bij elkaar.” Hij schrijft het nieuw geleerde woord op een briefje: Bruidsschat. Zo bouwt hij aan zijn woordenschat. En hij vervolgt: “Hiervan werd de uitzet gekocht, mooie kleren, sieraden, en de bruiloft werd ermee betaald. Na de religieuze plechtigheid was er een feest dat een hele dag duurde, met 300 genodigden. Het echtpaar zit dan op een verhoging terwijl de gasten om beurten de microfoon op het podium pakken om de echtelieden van goede raad te voorzien, voornamelijk wensen ze je veel geduld met elkaar toe. Na het huwelijk fungeert (in ons geval) de Shekh als raadsman en voor vrouwenzaken dient een tante.”

Taalhuis als ontmoetingsplek


Via Vluchtelingenwerk zijn ze door de eerste periode heen geholpen om maatschappelijk te integreren. Krimpenerwaard Intercultureel bevordert de sociale integratie en verzorgt de taalstages. De gemeente helpt met het zoeken naar werk. Taak van het Taalhuis is de informele taalontwikkeling te bevorderen.

Lekkerkerk – Corine de Haij is coördinator van het Taalhuis Krimpenerwaard, onderdeel van de Bibliotheek Krimpenerwaard. Zij ontmoet de meeste vrouwen persoonlijk die uit het buitenland hier zijn komen wonen en aan hun taalontwikkeling willen werken. Corine heeft met haar teamgenoten Hester Hage en Melany Heuvelman vijfenzeventig vrijwilligers en honderdvierenzeventig cursisten onder haar hoede. Corine: “De bibliotheek wil een ontmoetingsplek zijn. Hier worden taallessen gegeven in informele vorm. In les- en leesgroepen met mensen, ongeacht hoelang ze hier al zijn, zijn wordt taal gestimuleerd. De taalactiviteiten zijn eenmaal per week. Tijdens de koffie in het Taalcafé wordt spelenderwijs geoefend met het durven spreken in het openbaar. Het biedt gezelschap én helpt  tegen eenzaamheid.

Informeel
Hester staat de vrijwilligers bij met antwoorden op inhoudelijke vragen over het lesmateriaal en het toetsen van de cursisten. Melany voert de intakegesprekken en ondersteunt de lesgroepen.
Integratie is een vrouwending; vrouwen hebben meer behoefte anderen te ontmoeten. Corine: “Mannen komen meer voor praktische informatie: het Taalhuis wordt voornamelijk, 80 procent, door vrouwen bezocht. Onze doelgroep bestaat uit anderstaligen in het algemeen, niet alleen uit vluchtelingen. Het Taalhuis is er voor beginners en gevorderden. Ook voor mensen die het inburgeringsexamen afgerond hebben geven we kortdurende cursussen zoals Taal en administratie of Taal en werk.
Binnen de bibliotheek zijn er ook activiteiten voor kinderen, zoals de voorleesexpres waarin het voorlezen wordt ingebed in de opvoeding, bij laaggeletterde Nederlanders en anderstaligen. Vrijwilligers komen eens per week bij kinderen thuis voor een periode van 20 weken en helpen zo de ouders op weg met voorlezen.”

Miscommunicatie
Corine, voorheen beleidsmedewerker WMO bij de gemeente, over haar drijfveer om dit werk te doen: “Het heeft mij gegrepen hoe mensen hun best doen een leven op te bouwen. Vluchten is afschuwelijk en vluchtelingen krijgen met veel miscommunicatie te maken. Dat werkt soms misverstanden in de hand of roep een negatief beeld op. In de bibliotheek is iedereen welkom; we willen deze groep mensen ondersteunen én van hen leren. Soms vertellen ze hun verhaal voor het eerst, of helemaal niet. Onze cultuur is nogal open; je mag zijn wie je bent. Maar het roept reacties en vragen op als je in een hooggesloten jurk gesluierd over straat gaat in een van onze dorpen. Ook kan ik me voorstellen dat het vragen oproept als er in een dorp als Lekkerkerk met 7000 inwoners een groep buitenlandse mannen op straat rondhangt. Natuurlijk zoeken die mannen elkaar op. En als je ze niet kent en hun verhaal niet weet, dan geeft dat in het slechtste geval een onveilig gevoel. Het legt beslag op het dorp en doet een appèl op Nederlanders. Integreren is niet een proces wat vanzelf gaat, het moet begeleid worden.”

Veiligheid
Dit doet je ook afvragen hoe stevig onze samenleving in elkaar zit. Dat zou als graadmeter kunnen dienen voor de opvangcapaciteit van de buurt. Hoeveel contacten heb je zelf in je omgeving? Worden er buurtbarbecues georganiseerd of lopen de bewoners van je wijk samen voor een goed doel? Melany was het afgelopen jaar teamcaptain in de Leeuwerikhof in Lekkerkerk voor de Samenloop voor Hoop, waardoor men elkaar allemaal kent. Daar is het gemakkelijker integreren dan in een buurt waar men elkaar sowieso nauwelijks groet.

Taal als brug
Corine: “Deze vrouwen hebben bewust gekozen om in een totaal onbekend land een nieuwe start te maken. Als ze hoogopgeleid zijn moeten ze hier onderaan de ladder beginnen. Blijkbaar is het ze die prijs waard in hun afweging om hun eigen land te verlaten. Heel vaak gaat het om de veiligheid en de toekomst van de kinderen. De culturele afstand kan een onzichtbare muur creëren waardoor je misschien lastig contacten legt. Dan kun je klem komen te zitten, onzeker raken. Taal is dan de uitgelezen brug naar contact, want – zo is het motto van de bibliotheek – “taal is van ons allemaal” en je woordenschat is je kostbaarste bezit. Met woorden kun je je verhaal vertellen zodat mensen je leren kennen. Multiculturele verhalen maken de mensen zichtbaar. Het helpt begrip te kweken als we hun verhalen horen en lezen.”

Buitenlanders zijn niet alleen vluchtelingen. Mensen komen om allerlei redenen naar Nederland. En zeker vrouwen zijn niet alleen maar hulpbehoevend. Ze voegen veerkracht, besluitvaardigheid, daadkracht en levenservaring toe en dragen op die manier bij aan onze samenleving.

Het roer om


Stel dat je overtuiging zo sterk is en in overeenstemming met je talent. Dan zijn er plotseling geen barrières meer. “Praat me niet over ziekte, dat verhaal is al zo uitgemeten in de pers. Heb het liever over wat ik doe en wie ik ben.” Dit is het verhaal van José Donatz, die fotografe werd.

Bergambacht – José heeft de fotografie helemaal omarmd. Zozeer dat ze onlangs na 32 jaar haar baan als ambulant hulpverlener heeft opgezegd. “Ik beteken graag iets voor anderen en dat kan ik via fotografie het best. Nadat ik zes maanden had platgelegen in verband met mijn rug, was mijn tijd gekomen het roer om te gooien. Ik deed een opleiding fotografie, nam privélessen en ging zoveel mogelijk op stap met professionals op zoek naar verdieping.” Inmiddels heeft ze haar eigen studio voor portretfotografie.
Diepgang
De inhoud vond ze in haar afstudeerproject. Voor José geen oranjesoesjes als onderwerp maar daklozen bij de Soepbus in Rotterdam. José: “Hier werd ik eerst afgewezen, er was al zoveel media aandacht. Maar ik liet het er niet bij zitten en kreeg toestemming om contact te leggen met de daklozen. Toen ik terugkwam voor de handtekeningen in verband met het portretrecht stonden de daklozen in de rij en wilden allemaal op de foto. Een grote verrassing, er werd niet verwacht dat er ook maar enig animo voor zou zijn. De foto’s heb ik ze ingelijst en wel gegeven en ben later teruggegaan om de reportage te maken waarop ik uit was. Een expositie in de Laurenskerk genereerde veel aandacht, kwam op tv bij omroep MAX en William Rutte deelde mijn portfolio.’
Barbieren
José is niet voor een kleintje vervaard, welke uitdaging zoekt ze op? “Ik zoek naar verdieping, ik hou van mensen en maak graag mooie beelden.” Zo liep ze door Rotterdam om op haar eigen manier de stad vast te leggen. “Als vrouw kom je heus niet zomaar bij barbier ‘Schorem’ binnen. Ze drinken whiskey en bier en hebben niks met ‘zeikende vrouwen’ die willen dat je haar goed zit. Ik heb er de serie ‘Barbieren in Rotterdam’ gemaakt en daarmee exposeer ik via Bubble Projects in Hilton hotels in hoofdsteden van Europa, eerst Parijs, nu Brussel. Dit project heeft me tot huisfotograaf van barbier Gios Chop Shop gebracht.”
Afscheidsfotografie
“Ik had een gesprek met iemand over afscheidsfotografie toen vlak daarna haar zoon van zeventien bij een noodlottig ongeluk om het leven kwam. Daarop kreeg ik meteen de vraag om voor deze familie een fotoreportage van de uitvaart te maken. Ik heb geen seconde getwijfeld, dit wilde ik met alle liefde doen. Het afscheid van een dierbare gaat voor de nabestaanden vaak in een roes voorbij. Hoe bijzonder is het dat mensen je toelaten op het kwetsbaarste moment in hun leven. Je vertrouwen om zo dichtbij te komen, dat jij mooie, respectvolle beelden kunt maken. Want beelden kunnen belangrijk zijn voor de rouwverwerking. Het kan fijn zijn om achteraf troost te kunnen putten uit de fotoreportage. Wel pinken we achter de coulissen heus weleens een traantje weg, maar het mooiste compliment is als je onzichtbaar aanwezig bent geweest. Als ik met mijn werk bezig ben concentreer ik me op het detail om de mooiste momenten op te merken. Doorkijkjes tussen bomen, de sprekers of zangers, het licht in een kerk. Een hand op een kist, een zusje dat haar broertje een zakdoekje aanreikt.”
Wereldvrouwen
‘Wil je op de Internationale Vrouwendag tijdens de feestelijkheden álle vrouwen fotograferen?’ vroeg Mariëlle Azim van ‘Krimpenerwaard verbindt’. José: “Daarop zijn we gaan brainstormen en uiteindelijk heb ik een twaalftal vrouwen geportretteerd. Ik maak tenslotte geen kiekjes!” De foto’s, krachtige portretten, zijn uiteindelijk op de feestdag tentoongesteld. In mei wordt de serie in de bibliotheek van Bergambacht getoond met een officiële opening. Daarna reist de tentoonstelling door de gemeente.”

De schat van twee culturen




Schoonhoven – “Misschien ben ik wel een geluksvogel,” denkt Eleni Topali.  Ze kwam in 2011 met haar man en dochter Konstantina van vier naar Nederland. Ze werden opgevangen door haar schoonzus en zwager. “Het eerste wat ik zag was hoe vrolijk en onbezorgd Nederlanders waren. Was ik ook zo terneergeslagen door de crisis?


Ik realiseerde me hoe de voorheen zo opgewekte Grieken ongemerkt het hoofd naar beneden en de blik naar binnen hadden gericht, de rug gekromd door armoede en verdriet.” Met de financiële teloorgang van het land, de intellectuele bakermat van Europa, was er een bres geslagen in het zelfvertrouwen van de Grieken. Eleni liet zich er niet door uit het veld slaan: “Ik mis mijn land en familie maar het is wat het is.”


Als kind wilde Eleni graag psycholoog worden en mensen helpen met het beantwoorden van levensvragen. Ze werd opgeleid in de kinderopvang, en uiteindelijk werkt ze hier in de logistiek. In de avonduren zodat ze overdag bij haar kinderen kan zijn. Ze legt zich erbij neer dat ze niet meer in het onderwijs terecht kan. “Als ikzelf een kind naar school stuur is taal in eerste instantie essentieel en dat niveau ga ik niet halen.” Desondanks kijkt ze uit naar het laatste deel van haar taalexamen waarna ze een werk/leertraject wil gaan volgen als Vasiliki, haar jongste dochter, naar school gaat. “Als vrouw heb je dat werken buitenshuis broodnodig. Om iets voor jezelf te hebben, voor je sociale contacten en om je te ontwikkelen.” 


Taalmaatje
Taalmaatje Désirée heeft Eleni in 2016 leren kennen.  Zij vertelt: “Toen ik een kind kreeg ben ik minder gaan werken en omdat ik er graag iets bij deed ben ik taalmaatje geworden. Daar zitten ze om te springen en ik vind het erg fijn om iets te doen wat niet persé over geld verdienen gaat. Eleni is een rolmodel; zij en haar man zijn harde werkers. Voor mensen die hun hand hier komen ophouden heeft Eleni een Griekse uitdrukking: ‘De weg is open en de honden liggen aangelijnd.’ Oftewel: hoepel op!”  Désirée lacht. “We lijken in dat opzicht wel een beetje op elkaar, hebben beide het laconieke van het sterrenbeeld Maagd.” Tijdens hun wekelijkse ontmoetingen bespreken ze in het Nederlands alles wat er aan de orde komt of werken met de schoolopdrachten van Konstantina.  “Je begint met eenvoudig lesmateriaal en bespreekt uiteindelijk wat er in de krant staat,” zegt Eleni.  En Désirée vult aan: “Ik leer evenzoveel van Eleni. Zij vertelt me over allerlei Griekse gewoontes en gebruiken, en spelenderwijs leer ik ook wat van háár taal. Eleni: “Als je hier komt ben je in eerste instantie alleen maar bezig met taal. Taal is alles. Nederland is een oase; als je wilt werken is er de volgende dag werk. En als je in je onderhoud kunt voorzien heb je ruimte om te dromen en die dromen waar te maken.”


In 2017 is Vasiliki geboren. Désirée: “In haar zwangerschap belde ik voor Eleni met de luidspreker aan met de verloskundige afdeling om de bevalling voor te bespreken. Het is niet alleen de taal, je weet ook niet hoe het er hier aan toe gaat.” 


Een schat 
Ieder kind ter wereld zal van zijn vaderland houden en redenen kunnen vinden er trots op te zijn. Eleni: “In twee culturen opgroeien betekent dat je een schat in handen hebt. Als je door de streek Thessaloniki reist sla je op ieder station een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis open. Beelden en landschappen herinneren aan de Griekse mythologie, cultuur, en geschiedenis. Volgens een niet vooropgezet plan geef ik mijn dochters les. Als een onderwerp ter sprake komt waarmee ik een verbinding kan leggen met Griekenland verdiep ik me in het onderwerp. Voor mezelf maak ik er een project van en neem dat vervolgens samen met hen door.”



Helden in overvloed

De kinderen groeien op als Nederlanders, je wortelt waar je je ontwikkelt. Eleni: “Maar hun Griekse achtergrond geef ik op deze manier mee. Niet via theorielessen maar door ervaring, want je kunt vertellen wat je wilt maar als je geloofwaardig wilt zijn moet je het goede voorbeeld geven in je handelingen.

Geschiedenis is wat zwaar voor een jong kind, dus ben ik begonnen met sprookjes en mythologie. De rijke godenwereld van de oude Grieken leent zich daar goed voor. Muzen, schikgodinnen, helden, filosofen, goden en godinnen in overvloed.” 

Konstantina kiest  na de basischool voor het tweetalig VWO. En van haar ouders heeft ze Nieuwgrieks leren spreken, lezen en schrijven.


Moira

Eleni haalt een map tevoorschijn met foto’s van beelden en tekeningen, vergezeld van haar handgeschreven uitleg. Een ervan gaat over de drie schikgodinnen, deelaspecten van de Griekse Moira of lotsbestemming. Klotho is de spinster van de levensdraad; Lachesis bedeelt je het lot toe en Atropos snijdt aan het eind van je leven de levensdraad door. De godin schept, handhaaft en vernietigt. 


Op de feestdag ter ere van Moira op 23 augustus onderzoeken de mensen hun geweten en bepalen ze de richting voor hun toekomst. Zo wordt de filosofie in het dagelijks leven toegepast.

En de vrouw die slaat de trom

Uitgelicht


“Het was een heerlijke tijd. We waren verliefd en zagen er knap en leuk uit, in onze stoere broeken met wijde pijpen en strakke bloezen. Ik had hem op school leren kennen, de zus van een docent had familie in Nederland en hij kwam regelmatig langsgereden.”

Schoonhoven – “Ik was vrijmoedig en vol bewondering voor zijn mooie Mercedes. Na een poosje gingen we een eindje rijden en later nog ergens iets drinken. Zo is het begonnen.” Nadia Zaïdi kwam in 1979 op 17-jarige leeftijd naar Nederland. Even wennen was dat, maar ze zorgde meteen overal bij betrokken te zijn, “anders word je eenzaam.” En één aspect van haar jeugd zou ze nooit loslaten: “Iedere dag is een feest.”

Opa’s lieveling
Opa bezat een flinke boerderij aan de rand van Tanger. “Ik groeide op in een grote familie op zijn land, waar hij woonde met zijn vrouw, hun vijf zonen en twee dochters en hun gezinnen.
Als jongste van alle kleinkinderen was ik opa’s lieveling, ik stond altijd naast hem of zat op zijn rechterknie en volgde hem op de voet. Zodoende was ik vaak van van alles op de hoogte. Opa was de familieoudste; gaf wijze adviezen en goede raad: Zijn levensmotto was dat iedereen vooral gelukkig moest zijn en van het leven diende te genieten. Af en toe ging de radio aan, tv kwam er pas op het laatst. Ik was altijd buiten en hielp op de boerderij, vermaakte me met de dieren; molk de koeien en gaf alle kippen een naam. ‘s Avonds aten we gezamenlijk op het binnenplein aan grote tafels tussen de bomen, overdekt met gekleurde zeilen. Daar liepen dan twaalf bedienden af en aan met rijk gevulde schotels. De woningen lagen om het plein.
Wij kinderen verzamelden ons elke morgen bij de grote boom en liepen naar de school. Daarvoor hoefden we alleen over te steken. Tanger kent nu een miljoen inwoners maar ik herinner het me als een mooie en rustige stad waar iedereen elkaar kende en waar je alles lopend deed.”

Moeders
Moeders speelden een heel grote rol. Schoenen en jurken werden in opdracht buitenshuis gemaakt, hoewel de meisjes wel naailes kregen. En kookles. Met de Ramadan werd er gekookt voor de armen, en de kinderen brachten pannetjes soep rond. Die ervaring kwam goed te pas toen Nadia bij de SWOS met vrijwilligerswerk begon: “Er ging een wereld voor me open, en ik vroeg me af of ik het wel zou kunnen. Maar we werden gekoppeld aan Nederlandse dames en dachten toen: O, noemen ze dit hier koken? De Nederlanders vonden het aanvankelijk ook maar eng: ze zouden toch geen vies Marokkaans eten krijgen? Dus mijn (Marokkaanse) vriendin en ik kookten de Hollandse pot. We bleken een grote aantrekkingskracht te hebben op de Marokkaanse gemeenschap, en algauw werd er voor mij bij de SWOS een baan gecreëerd als activiteitenbegeleidster voor migranten. Het was zelfs zo dat de huisarts Marokkanen naar mij verwees voor gymnastiekles, wandelen, feestjes, bruiloften en het verschaffen van interculturele informatie. Vooral met ouderen werken is mijn passie, bijvoorbeeld het herkennen en begeleiden van beginnende dementie. Wij brengen zoveel kleur mee! En op de markt kopen we niet één paprika maar een paar kilo!”

Vroedvrouw
Oma was de matriarch van de familie en stuurde het thuisfront aan. Zij ging prachtig gekleed en had met henna beschilderde handen. “Oma van mijn vaders kant was vroedvrouw en gynaecoloog in de wijde omtrek,” vertelt Nadia. “Ook legde zij de doden af. Deze beroepen werden als vanzelfsprekend uitgeoefend door ‘pittige vrouwen’. Als meisje van acht jaar ging ik al met haar mee, ik ben nooit bang voor doden of de dood. Ook geboortes vind ik niet eng. Eens werd oma bij een bevalling geroepen. “Zo hard ik kon holde ik achter haar aan. Daar was ze bezig, met een bezweet hoofd. De navelstreng zat om het nekje, zag ik. “Oma,” zei ik zacht. “Nu niet,” bitste ze. Even later moest ik wel doeken en warm water halen. Het jongetje was al blauw, maar met een paar ferme petsen bleef hij toch in leven. Later kwam ik hem tegen: Hee jongetje, ik heb jou eruit zien komen, zei ik dan. En ja hoor, hij wist het nog! Iedereen daar was met haar hulp geboren en al die kinderen noemden haar Moeder.”
Uithuwelijken
“Ach, daaraan wordt hier altijd zo zwaar getild. Ik herinner het me als aandachtig en liefdevol. Je groeide heel betrokken met elkaar op. Zo was al vroeg duidelijk wie er bij wie hoorde en werd het uiteindelijk een gezamenlijke keus met wie je trouwde, iedereen was het ermee eens.”
Toen haar moeder haar eigen bedrijf wilde beginnen was opa geshockeerd. Hij bood haar geld aan, met de gedachte dat het haar iets ontbrak. “Het kostte oma de nodige overredingskracht om hem duidelijk te maken dat het haar ging om zelfontplooiing. Toen kon hij zich er wel in vinden. Later, toen ik naar Nederland ging, was het mijn moeders beurt om geschokt te zijn.
Na de dood van opa brokkelde het familiegebeuren geleidelijk af en ging ieder zijns weegs.”
Loes Ambrosius schrijft aan een serie portretten van vrouwen van elders. Meedoen? Bel 06-18257903. Kijk ook op Facebook: Kleurrijk Krimpenerwaard en op: KleurrijkKrimpenerwaard.nl

De liefste moeder van de wereld

Schoonhoven – Ayat Ghannam is sinds december 2015 in Nederland. Haar man vluchtte tien maanden eerder uit Syrië. Hoewel ze in Krimpen aan de Lek hartelijk zijn opgevangen door de buren Teus en Meta Klein en taalmeisje Nelly Gonzales, moesten ze een paar maanden geleden naar Schoonhoven verhuizen wegens ruimtegebrek. Soms valt het allemaal niet mee

Lees alle verhalen ook op: https://www.facebook.com/KleurrijkKrimpenerwaard

Jarmuk is een stad in het gouvernement Damascus. Opgezet voor de huisvesting van Palestijnse vluchtelingen uit de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948. Hieronder bevonden zich ook Ayat’s Palestijnse grootouders. Met in 2004 een inwonertal van 137.248 ontvluchtten die de stad bijna allemaal na 2012, totdat er eind 2014 nog maar 20.000 over waren. Ayat is geboren in Damascus maar woonde in Jarmuk toen de oorlog plotseling begon.

Bombardement

“Het was indringend en allesoverweldigend. We dachten een dag weg te gaan, het bleek permanent.” 16 december 2012. Een vliegtuig dat laag, traag, bulderend overvliegt. Een bombardement, gevolgd door doodse stilte. Ze deden alle deuren en ramen dicht en verstopten zich. “De volgende dag hoorden we rumoer op straat; buiten was het ineens zo vol met mensen dat auto’s niet konden rijden. Het bombardement had in één klap driehonderd mensen gedood, er zijn nog steeds vermisten. Wij voegden ons in de horde. Onmiddellijk. Zonder jas, zonder tas, ik griste nog net onze identiteitspapieren mee. Lopen, weg van hier, was het enige wat we konden bedenken.”

Ayat pakt haar telefoon en laat een filmpje zien via het grote beeldscherm van de tv. “Kijk, dit was mijn straat, mijn huis.” Ik zie alles wat ze zonet heeft verteld, jonge en oude mensen, alles in een angstaanjagende stilte.

Ayat ging met haar gezin te voet naar een verderop gelegen plaats, waar ze werden opgevangen door familie. “We zaten met vijfentwintig mensen in een huis en zorgden voor elkaar, het geluk van een grote familie. Maar steeds als de oorlog dichterbij kwam trok ik verder met de kinderen naar een andere plek. Naar school moesten ze, de kinderen hebben nog een heel leven voor zich.” In 2014 was het niet meer uit te houden en ging vader Ismael vooruit, op de vlucht, niet wetend waar hij terecht zou komen, terwijl Ayat  zo goed en zo kwaad als het ging haar hoofd boven water probeerde te houden, erop vertrouwend dat ze hem zou weerzien.

Gestold moment

Ik zit bij Ayat op de bank en ze vertelt: “Het leven was fijn en rustig. In Syrië is het een eer als een man genoeg geld verdient om zijn gezin en huishouding te onderhouden. De opvoeding is mijn belangrijkste taak en met inmiddels zes kinderen is dat druk genoeg. Toch heb ik jaren gewerkt als docente wiskunde, natuur- en scheikunde. Na de middelbare school is er een groot algemeen examen, en daarin begeleidde ik de leerlingen met veel plezier. 

Het moeilijkste moment in mijn leven was het vertrek uit Syrië. Je wilt niet, alles in je verzet zich. Ik hou niet van reizen, en zeker niet met de zorg voor de kinderen, naar een volstrekt vreemd land. Ik was nooit in het buitenland geweest. Ik liet mijn vader, mijn moeder en mijn zus achter, zonder enig idee wat de toekomst zou brengen.” 

Het wordt heel stil terwijl ze me vertelt hoe ze het vliegtuig moet instappen en hoe bang ze is;  het moment stolt in de tijd. We weten allebei even niet wat te zeggen. “Ik vergeet je thee te geven,” bedenkt ze. En ik: “Doe maar graag een glaasje water.” En terwijl zij glaasjes water haalt pinken we beiden vlug een traantje weg voor ze antwoordt op mijn volgende vraag:

“Waar haal je je kracht vandaan?” Ze hoeft geen moment na te denken: “Mijn ouders hebben me altijd gesteund en blijkgegeven van hun vertrouwen in mij. Alleen God weet waarom de dingen gebeuren. Dus wees een sterke moeder. Verdriet helpt niet, het verandert niks aan de situatie. Alles wat er gebeurt is ergens goed voor, een test van God hoeveel vertrouwen je hebt en hoe emotioneel stabiel je bent. Al deze jaren was het mijn doel de kinderen veiligheid te bieden.

We probeerden om nooit naar buiten te kijken, maar als Ahmad zijn hoofd verborg onder een deken als er weer een bommenwerper overvloog, zei ik: “Doe dat maar niet, God zal ons beschermen.” Terwijl ik intussen dacht: als de bom valt, zullen we het toch niet navertellen. Het heeft geen zin om bang te zijn. Beter is het om je zinnen te verzetten en te studeren, je leerprestaties naar een hoger niveau te tillen.”

Warm nest

“De kinderen zijn bewust gemotiveerd iets te bereiken. Met zes kinderen in de leeftijd van drie tot negentien heb ik elke leeftijd met zijn eigen kenmerken en aanpak in huis.” En hoe zit dat dan bij jullie met de puberteit? Daarop krijg ik van alle kinderen volmondig als antwoord: “Wij hebben de liefste moeder van de wereld. Ze is er altijd voor ons, ze is onze beste vriend. We kunnen met alles bij haar terecht. Ze weet ons te motiveren, ze geeft ons vertrouwen. We kunnen overal over praten. Trouwens met onze papa is het precies zo.” Het is bijzonder dat ze hierover met z’n allen zo eensgezind vertellen! Wat een liefdevol gezin is dit!

De religie van dankbaarheid

Yukari Hishikawa straalt een serene rust uit die licht en vrolijk maakt. Ze geeft me twee snoepjes uit Japan, in de vorm van een bloem. Achteraf realiseer ik me dat alles wat ze me vertelt zin heeft, geen woord teveel of te weinig, alles past precies. De hele dag erna voel ik me blij, voldoende om in alle rust nog eens te overdenken.

Schoonhoven – Yukari en haar echtgenoot zijn naar Nederland gekomen omdat ze het beter vonden voor hun zoon Quirin om in Nederland op te groeien. ‘In Japan moeten kinderen de hele dag leren, als ze uit school komen moeten ze weer ergens anders heen voor lessen. Dat is zielig; kinderen krijgen geen gelegenheid om te spelen! Het is veel leuker in Nederland.’ 
Toen ze over de eerste periode met heimwee heen was, ging Yukari steeds meer genieten van de vrijheid die hier heerst en ze wil zeker niet meer terug: ‘In Japan letten mensen erg op elkaar en wil iedereen hetzelfde zijn. Hier kun je je vrijer bewegen. Ik ga heel graag naar Japan, maar dan wel op vakantie!’ 
Yukari werkte tien jaar bij de Wereldwinkel. Zij en haar man Eric reizen graag en kijken films, zoals ‘Departures’ waarin goed wordt weergegeven hoe de crematieceremonie in Japan wordt uitgevoerd.

Klein altaar
In de boekenkast, centraal in de woonkamer heeft Yukari een klein altaar ingericht. Ter nagedachtenis aan haar zuster die in 2006 is gestorven en aan haar vader, die in maart 2018 overleed.
Na een overlijden komen familie en vrienden bij elkaar om bij de overledene te bidden tot de volgende dag aanbreekt. ‘Mijn vader was Boeddhist, aan zijn ziel heeft een monnik middels gebeden de weg gewezen om veilig naar het hiernamaals te reizen. Na de wake volgt een ceremoniële dag waarop vrienden en familie bij elkaar komen om over de overledene te praten en zoveel mogelijk herinneringen op te halen. De achtergebleven echtgenoot voert afsluitend het woord om alle aanwezigen te bedanken. Vervolgens wordt er gezamenlijk gegeten. Het is een intense bijeenkomst waar familiebanden worden versterkt.
Zo snel mogelijk daarna volgt de crematie, waarbij alleen de familie en naaste vrienden aanwezig zijn. Drie uur later is het vuur gedoofd en afgekoeld. Dan krijgt men chop-sticks uitgereikt waarmee de overgebleven botjes en resten worden opgepakt en in een grote doos verzameld. De tweede halswervel, waar het hoofd buigt tijdens het bidden is het belangrijkst om te bewaren. Daar is het waar de Boeddha huist.
De ziel van de overledene zou nog weleens een poosje in onze wereld kunnen vertoeven, daartoe blijven de resten bij elkaar zolang de familie dat goeddunkt. Dat kan van een halfjaar tot een jaar duren. Na deze periode worden de botjes overgedaan in kleine urnen die worden meegegeven aan de familieleden.’

Troost
‘Mijn vader overleed in maart. De tijd helpt mee het verdriet te laten slijten. Als in april het weer mooier wordt en de kersenbloesem bloeit geeft dat troost. Troosten doe je ook door je verdriet te delen. Je mag gerust laten merken dat je zelf ook verdriet hebt. Medeleven hebben betekent dat je leed niet alleen hoeft te dragen.’


Shinto
Elke ochtend en avond spreekt Yukari een gebed uit, gericht aan haar vader en zuster. ‘Ik vertel ze wat ik ga doen of wat er is gebeurd of vraag om steun in een heel persoonlijk gesprekje. Mijn religie, Shinto, is die van dankbaarheid. Ik ben dankbaar als de zon schijnt. Dat er stromend water is in de badkamer. Ik ben dankbaar voor de natuur. Dankbaar dat ik leef en dankbaar voor de mensen in mijn leven. Medeleven geeft troost en dankbaarheid maakt je gelukkig. Als je gelukkig bent en je niet alleen voelt, volgt als vanzelf tevredenheid en bescheidenheid. Je hoeft nergens over te pochen als alles goed is.’ 

Quilts
‘Toch heb ik een grote wens,’ lacht Yukari. ‘De strenge en sobere manier van leven van de de Amish in Ohio intrigeert me. Ze hebben geen auto, electra of telefoon. Als de zon ondergaat is het bedtijd. Het tempo van de Amish is weliswaar langzaam maar ontegenzeglijk rijk. Enfin, er is een markt waar ze hun quilts verkopen. Dat is waar ik naartoe wil.’ Ze haalt wat boeken tevoorschijn met quilts uit Japan met vele sierlijke motieven, en ernaast die van de Amish, opvallend door eenvoud in effen lapjes, hoewel de stiksels erdoorheen zeer verfijnd zijn. ‘Alles met de hand gemaakt,’ verzucht Yukari die zelf op haar twintigste met groot wandkleed is begonnen en het pas na haar verhuizing naar Nederland op haar drieënveertigste heeft afgemaakt. ‘Mijn vader had veel mooie stropdassen,’ vertelt ze. ‘Na zijn dood heb ik die meegenomen om in een quilt te verwerken. Het is een mooie manier om kleding waar herinneringen aan verbonden zijn als aandenken te bewaren.’

Recept
Yukari trakteert mij op heerlijke sushi; rijst met verse gember in een tasje van tofu, en misosoep. Misosoep maak je zo: Kook water met miso en visbouillon, voeg er blokjes tofu of aardappel aan toe, evenals wat wakame zeewier en een lentepreitje. Klaar!

Loes Ambrosius schrijft een serie portretten van vrouwen die onze moderne multiculturele samenleving een gezicht geven. Ben je of ken je zo’n vrouw? Bel dan 06-18257903. Volg de verhalen en achtergrond op: www.KleurrijkKrimpenerwaard.nl en op Facebook: Kleurrijk Krimpenerwaard.