Zo blij met mijn zusje


Chimène rechts en links Yulisa.

‘Als je een zusje hebt ben je nooit alleen’
Chimène Isabo Chang Han Lubbers

Zijzelf kan het zich niet herinneren, maar haar tante vertelde dat haar zusje Yulisa hun op Schiphol lopend tegemoetkwam. “Ze was toen nog geen twee en ik was tweeënhalf. Dat is me d’r eentje, zeiden zij en mijn moeder tegen elkaar. Zo bijdehand! En zo is ze altijd gebleven.”
Schoonhoven – “Ze is zo anders dan ik! Ik ben rustig, bescheiden en verlegen, terwijl zij veel en gemakkelijk met iedereen praat. Yulisa danst en beweegt de hele dag. Ik moet om haar lachen, ze kan echt gek doen!” Als Chimène over haar zusje praat, schitteren haar ogen en glimlacht haar mond. Dan hoef je niet te vragen wat ze voelt: “Als je een zusje hebt, ben je nooit alleen. In de zomervakantie gingen we kamperen en terwijl onze ouders de tent opzetten, speelden wij samen of gingen naar het zwembad. Yulisa kan geweldig dansen en doet mee aan wedstrijden, waar mijn vader haar naartoe brengt, of opa. Onze ouders hebben heel veel voor ons over. We hebben eigenlijk altijd plezier met elkaar. Wij zijn een heel gewoon gezin, maar als ik erover nadenk, zijn mijn zusje en ik wel erg gelukkig.”

Klein Ananasje
Het enige dat Chimène uit China heeft meegenomen is haar naam Han Bo Chang, dat betekent Klein Ananasje.

Ze was acht maanden toen ze werd geadopteerd. Chimène: “Mijn ouders haalden mij op uit China, in Changde, in de provincie Hunam. Ik was te vondeling gelegd, en heb dus geen enkel vooruitzicht ooit mijn biologische moeder of familie te vinden. Niet dat ik daarnaar verlang, ik heb daar ook nog geen gevoelens bij. Wel gedachten. Ik ben me ervan bewust dat allerlei gevoelens ooit kunnen komen. We hebben contact met andere geadopteerde kinderen, sommige hebben dat als zesjarige al, en bij andere komt dat later of pas als ze volwassen zijn. Dus ik ben er wel op voorbereid dat het alsnog kan gebeuren.”

Eenouderpolitiek
Haar zusje Yulisa is nog helemaal niet met haar afkomst bezig, en trouwens ook niet met haar toekomst. Chimène: “Ook Yulisa is een vondeling. Het waren waarschijnlijk alleen maar meisjes die te vondeling waren gelegd, toen mijn ouders ze samen met een groep van tien Nederlandse adoptieouders kwamen halen. Door de eenouderpolitiek van China kozen ouders vaak liever voor een zoon.”

Plein van de Hemelse Vrede
“Ik voel me Nederlands, ik weet niet veel over China. De komende kerstvakantie gaan mijn moeder en ik, samen met mijn vriendin en haar moeder, naar Beijing. Lynn woont in Gouda, en komt ook uit China, net als haar zusje. Lynn en ik komen uit hetzelfde kindertehuis, maar zoals we onze familie warschijnlijk nooit zullen vinden, zo bestaat ook het kindertehuis niet meer. Het is er nog wel maar heeft nu een andere functie. Onze moeders willen ons laten kennismaken met China; we gaan naar highlights als de Verboden Stad en het Plein van de Hemelse Vrede.”

Commerciele economie
Dit schooljaar is Chimène commerciële economie gaan studeren, misschien wel omdat haar vader sales manager is, zegt ze. Bovendien had ze op de middelbare school economie en maatschappijleer in haar pakket. “Ik weet nog niet wat ik later wil worden, maar de eerste maanden van mijn studie bevallen al goed. Voor B&S, een groothandel en distributeur, en het biermerk Bavaria, moeten we in groepjes bedenken wat we kunnen doen om het in de markt te zetten, bekendheid te geven en natuurlijk omzet te genereren. Er draait al een project op Sint Maarten, waar ze in een resort verschillende biertaps hebben geplaatst. Ik zit in het groepje Europa en heb als opdracht Oostenrijk: waar liggen de meeste kansen, welke media kun je gebruiken. Voor ons is het leerdoel wat daar allemaal bij komt kijken, maar voor de bedrijven is het interessant als bron van goede ideeën.”

Voetbal
“Op mijn vijfde jaar speelde ik al in de Champions League van Voetbalvereniging Schoonhoven. En ik voetbal nog steeds, ik was altijd het enige meisje. Doordeweeks trainde ik met de jongens en op zondag speelde ik vanaf mijn veertiende met het damesteam, in de leeftijd van achttien tot vijfentwintig. Toen ik eindelijk naar dat damesteam wilde overstappen, stopte dat jammer genoeg vanwege een tekort aan leden. Sindsdien voetbal ik in Cabauw, waar meerdere damesteams zijn en je geen wedstrijden hoeft over te slaan, omdat je dames kunt lenen als je er tekort hebt.”

Vanaf haar twaalfde deed ze mee aan talentendagen van de KNVB,  en een seizoen kwam Chimène  in de selectie; ze werd zelfs uitgenodigd zich kandidaat te stellen voor het schaduwteam van ADO Den Haag. “Ik heb eventjes van het profvoetbal geproefd,” zegt ze. “Als ik daarvoor was uitgekozen, had ik die kans zeker aangegrepen.”

“Ik ben niet echt ambitieus,” lacht Chimène tot slot, “maar wel serieus. “Ik weet dat je er iets voor moet doen, en dat het dan lukt.”

 
 Chimène rechts en links Yulisa

De liefste moeder van de wereld

Schoonhoven – Ayat Ghannam is sinds december 2015 in Nederland. Haar man vluchtte tien maanden eerder uit Syrië. Hoewel ze in Krimpen aan de Lek hartelijk zijn opgevangen door de buren Teus en Meta Klein en taalmeisje Nelly Gonzales, moesten ze een paar maanden geleden naar Schoonhoven verhuizen wegens ruimtegebrek. Soms valt het allemaal niet mee

Lees alle verhalen ook op: https://www.facebook.com/KleurrijkKrimpenerwaard

Jarmuk is een stad in het gouvernement Damascus. Opgezet voor de huisvesting van Palestijnse vluchtelingen uit de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948. Hieronder bevonden zich ook Ayat’s Palestijnse grootouders. Met in 2004 een inwonertal van 137.248 ontvluchtten die de stad bijna allemaal na 2012, totdat er eind 2014 nog maar 20.000 over waren. Ayat is geboren in Damascus maar woonde in Jarmuk toen de oorlog plotseling begon.

Bombardement

“Het was indringend en allesoverweldigend. We dachten een dag weg te gaan, het bleek permanent.” 16 december 2012. Een vliegtuig dat laag, traag, bulderend overvliegt. Een bombardement, gevolgd door doodse stilte. Ze deden alle deuren en ramen dicht en verstopten zich. “De volgende dag hoorden we rumoer op straat; buiten was het ineens zo vol met mensen dat auto’s niet konden rijden. Het bombardement had in één klap driehonderd mensen gedood, er zijn nog steeds vermisten. Wij voegden ons in de horde. Onmiddellijk. Zonder jas, zonder tas, ik griste nog net onze identiteitspapieren mee. Lopen, weg van hier, was het enige wat we konden bedenken.”

Ayat pakt haar telefoon en laat een filmpje zien via het grote beeldscherm van de tv. “Kijk, dit was mijn straat, mijn huis.” Ik zie alles wat ze zonet heeft verteld, jonge en oude mensen, alles in een angstaanjagende stilte.

Ayat ging met haar gezin te voet naar een verderop gelegen plaats, waar ze werden opgevangen door familie. “We zaten met vijfentwintig mensen in een huis en zorgden voor elkaar, het geluk van een grote familie. Maar steeds als de oorlog dichterbij kwam trok ik verder met de kinderen naar een andere plek. Naar school moesten ze, de kinderen hebben nog een heel leven voor zich.” In 2014 was het niet meer uit te houden en ging vader Ismael vooruit, op de vlucht, niet wetend waar hij terecht zou komen, terwijl Ayat  zo goed en zo kwaad als het ging haar hoofd boven water probeerde te houden, erop vertrouwend dat ze hem zou weerzien.

Gestold moment

Ik zit bij Ayat op de bank en ze vertelt: “Het leven was fijn en rustig. In Syrië is het een eer als een man genoeg geld verdient om zijn gezin en huishouding te onderhouden. De opvoeding is mijn belangrijkste taak en met inmiddels zes kinderen is dat druk genoeg. Toch heb ik jaren gewerkt als docente wiskunde, natuur- en scheikunde. Na de middelbare school is er een groot algemeen examen, en daarin begeleidde ik de leerlingen met veel plezier. 

Het moeilijkste moment in mijn leven was het vertrek uit Syrië. Je wilt niet, alles in je verzet zich. Ik hou niet van reizen, en zeker niet met de zorg voor de kinderen, naar een volstrekt vreemd land. Ik was nooit in het buitenland geweest. Ik liet mijn vader, mijn moeder en mijn zus achter, zonder enig idee wat de toekomst zou brengen.” 

Het wordt heel stil terwijl ze me vertelt hoe ze het vliegtuig moet instappen en hoe bang ze is;  het moment stolt in de tijd. We weten allebei even niet wat te zeggen. “Ik vergeet je thee te geven,” bedenkt ze. En ik: “Doe maar graag een glaasje water.” En terwijl zij glaasjes water haalt pinken we beiden vlug een traantje weg voor ze antwoordt op mijn volgende vraag:

“Waar haal je je kracht vandaan?” Ze hoeft geen moment na te denken: “Mijn ouders hebben me altijd gesteund en blijkgegeven van hun vertrouwen in mij. Alleen God weet waarom de dingen gebeuren. Dus wees een sterke moeder. Verdriet helpt niet, het verandert niks aan de situatie. Alles wat er gebeurt is ergens goed voor, een test van God hoeveel vertrouwen je hebt en hoe emotioneel stabiel je bent. Al deze jaren was het mijn doel de kinderen veiligheid te bieden.

We probeerden om nooit naar buiten te kijken, maar als Ahmad zijn hoofd verborg onder een deken als er weer een bommenwerper overvloog, zei ik: “Doe dat maar niet, God zal ons beschermen.” Terwijl ik intussen dacht: als de bom valt, zullen we het toch niet navertellen. Het heeft geen zin om bang te zijn. Beter is het om je zinnen te verzetten en te studeren, je leerprestaties naar een hoger niveau te tillen.”

Warm nest

“De kinderen zijn bewust gemotiveerd iets te bereiken. Met zes kinderen in de leeftijd van drie tot negentien heb ik elke leeftijd met zijn eigen kenmerken en aanpak in huis.” En hoe zit dat dan bij jullie met de puberteit? Daarop krijg ik van alle kinderen volmondig als antwoord: “Wij hebben de liefste moeder van de wereld. Ze is er altijd voor ons, ze is onze beste vriend. We kunnen met alles bij haar terecht. Ze weet ons te motiveren, ze geeft ons vertrouwen. We kunnen overal over praten. Trouwens met onze papa is het precies zo.” Het is bijzonder dat ze hierover met z’n allen zo eensgezind vertellen! Wat een liefdevol gezin is dit!