Schrijven in je nieuwe taal

 

Portugal was dat jaar de winnaar van de allereerste Nations League, de nieuwe landencompetitie van de UEFA. Voor eigen volk in Porto werd Nederland in de (teleurstellende) finale geklopt met 1-0. De werkgever van Cristina was de volgende morgen als eerste om haar te feliciteren. “Dat was zo speciaal, in Portugal wordt niet gesproken met personeel,” vergelijkt Cristina. “Die snauwde je een opdracht toe, terwijl mijn werkgever hier vriendelijk naar me toe komt en vraagt: sorry, zou je me willen helpen?”

Europees burger

Het is lastig communiceren met Cristina. Als je vluchteling bent en van buiten Europa komt, is er een integratiecursus, een taalcursus en zijn er allerlei voorzieningen. Maar als Europees burger kan zij daarvan geen gebruikmaken, wat taal betreft is dat erg lastig. Lekkerkerk valt onder een district waarin wel Gouda valt, maar niet Krimpen aan de IJssel. Gouda is twee uur reizen met het openbaar vervoer. Nu staat ze op een wachtlijst om over een halfjaar in Bergambacht een taalcursus te kunnen doen. En dat is overdag, ook niet handig combineren met je werk. Niet dat ze klaagt, haar Nederlands is nu al zelfs beter dan dat van haar partner João, die ze met officiële documenten helpt.

Nieuwsgierig naar het vervolg? Lees verder in het boek Kleurrijk. Ook als e-book.

Zo blij met mijn zusje


Chimène rechts en links Yulisa.

‘Als je een zusje hebt ben je nooit alleen’
Chimène Isabo Chang Han Lubbers

Zijzelf kan het zich niet herinneren, maar haar tante vertelde dat haar zusje Yulisa hun op Schiphol lopend tegemoetkwam. “Ze was toen nog geen twee en ik was tweeënhalf. Dat is me d’r eentje, zeiden zij en mijn moeder tegen elkaar. Zo bijdehand! En zo is ze altijd gebleven.”
Schoonhoven – “Ze is zo anders dan ik! Ik ben rustig, bescheiden en verlegen, terwijl zij veel en gemakkelijk met iedereen praat. Yulisa danst en beweegt de hele dag. Ik moet om haar lachen, ze kan echt gek doen!” Als Chimène over haar zusje praat, schitteren haar ogen en glimlacht haar mond. Dan hoef je niet te vragen wat ze voelt: “Als je een zusje hebt, ben je nooit alleen. In de zomervakantie gingen we kamperen en terwijl onze ouders de tent opzetten, speelden wij samen of gingen naar het zwembad. Yulisa kan geweldig dansen en doet mee aan wedstrijden, waar mijn vader haar naartoe brengt, of opa. Onze ouders hebben heel veel voor ons over. We hebben eigenlijk altijd plezier met elkaar. Wij zijn een heel gewoon gezin, maar als ik erover nadenk, zijn mijn zusje en ik wel erg gelukkig.”

Klein Ananasje
Het enige dat Chimène uit China heeft meegenomen is haar naam Han Bo Chang, dat betekent Klein Ananasje.

Ze was acht maanden toen ze werd geadopteerd. Chimène: “Mijn ouders haalden mij op uit China, in Changde, in de provincie Hunam. Ik was te vondeling gelegd, en heb dus geen enkel vooruitzicht ooit mijn biologische moeder of familie te vinden. Niet dat ik daarnaar verlang, ik heb daar ook nog geen gevoelens bij. Wel gedachten. Ik ben me ervan bewust dat allerlei gevoelens ooit kunnen komen. We hebben contact met andere geadopteerde kinderen, sommige hebben dat als zesjarige al, en bij andere komt dat later of pas als ze volwassen zijn. Dus ik ben er wel op voorbereid dat het alsnog kan gebeuren.”

Eenouderpolitiek
Haar zusje Yulisa is nog helemaal niet met haar afkomst bezig, en trouwens ook niet met haar toekomst. Chimène: “Ook Yulisa is een vondeling. Het waren waarschijnlijk alleen maar meisjes die te vondeling waren gelegd, toen mijn ouders ze samen met een groep van tien Nederlandse adoptieouders kwamen halen. Door de eenouderpolitiek van China kozen ouders vaak liever voor een zoon.”

Plein van de Hemelse Vrede
“Ik voel me Nederlands, ik weet niet veel over China. De komende kerstvakantie gaan mijn moeder en ik, samen met mijn vriendin en haar moeder, naar Beijing. Lynn woont in Gouda, en komt ook uit China, net als haar zusje. Lynn en ik komen uit hetzelfde kindertehuis, maar zoals we onze familie warschijnlijk nooit zullen vinden, zo bestaat ook het kindertehuis niet meer. Het is er nog wel maar heeft nu een andere functie. Onze moeders willen ons laten kennismaken met China; we gaan naar highlights als de Verboden Stad en het Plein van de Hemelse Vrede.”

Commerciele economie
Dit schooljaar is Chimène commerciële economie gaan studeren, misschien wel omdat haar vader sales manager is, zegt ze. Bovendien had ze op de middelbare school economie en maatschappijleer in haar pakket. “Ik weet nog niet wat ik later wil worden, maar de eerste maanden van mijn studie bevallen al goed. Voor B&S, een groothandel en distributeur, en het biermerk Bavaria, moeten we in groepjes bedenken wat we kunnen doen om het in de markt te zetten, bekendheid te geven en natuurlijk omzet te genereren. Er draait al een project op Sint Maarten, waar ze in een resort verschillende biertaps hebben geplaatst. Ik zit in het groepje Europa en heb als opdracht Oostenrijk: waar liggen de meeste kansen, welke media kun je gebruiken. Voor ons is het leerdoel wat daar allemaal bij komt kijken, maar voor de bedrijven is het interessant als bron van goede ideeën.”

Voetbal
“Op mijn vijfde jaar speelde ik al in de Champions League van Voetbalvereniging Schoonhoven. En ik voetbal nog steeds, ik was altijd het enige meisje. Doordeweeks trainde ik met de jongens en op zondag speelde ik vanaf mijn veertiende met het damesteam, in de leeftijd van achttien tot vijfentwintig. Toen ik eindelijk naar dat damesteam wilde overstappen, stopte dat jammer genoeg vanwege een tekort aan leden. Sindsdien voetbal ik in Cabauw, waar meerdere damesteams zijn en je geen wedstrijden hoeft over te slaan, omdat je dames kunt lenen als je er tekort hebt.”

Vanaf haar twaalfde deed ze mee aan talentendagen van de KNVB,  en een seizoen kwam Chimène  in de selectie; ze werd zelfs uitgenodigd zich kandidaat te stellen voor het schaduwteam van ADO Den Haag. “Ik heb eventjes van het profvoetbal geproefd,” zegt ze. “Als ik daarvoor was uitgekozen, had ik die kans zeker aangegrepen.”

“Ik ben niet echt ambitieus,” lacht Chimène tot slot, “maar wel serieus. “Ik weet dat je er iets voor moet doen, en dat het dan lukt.”

 
 Chimène rechts en links Yulisa

Het land van melk en honing

Afbeelding






Burundi… terwijl ik in de bibliotheek de coördinator van het Taalhuis Corine de Haij interview, vraag ik me hardop af of ik ooit iemand uit dat onbekende kleine Afrikaanse land te spreken zal krijgen. Aan het eind van ons gesprek schuift een prachtig geklede jonge vrouw aan. Corine kent haar ook niet, en we vragen waar ze vandaan komt. Je raadt het al: Burundi.

Hier volgt het verhaal van Marina. Haar woonplaats is bij de redactie bekend en haar naam is veranderd; op de lijst van het World Happiness Report 2018 staat Burundi  als minst gelukkige land op nummer 156. 68% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Of je Hutu bent of Tutsi, regeringsgezind of in de oppositie, iedereen wordt ooit geconfronteerd met de toestand waarin het land verkeert. Dat overkwam ook Marina.

Broer konijn
De zachtaardige Marina is zesentwintig en heeft een dochtertje van drie. Het kleine meisje zegt heel braaf alle woordjes na, maar durft nauwelijks haar mond open te doen. Daarom gaat ze naar logopedie, thuis spreken haar ouders Swahili, dus heeft ze ook een taalachterstand. Het Taalhuis Krimpenerwaard faciliteert met vrijwilligers die thuis komen voorlezen, en daarop is nu het wachten. “Wat voor verhalen vertelde jouw moeder aan je als kind?” vraag ik Marina. “Over broer konijn, die worteltjes steelt.” Ze moet lachen, alsof het kinderachtig is. Onderwijl speelt het meisje met een spelletjes-app op haar moeders telefoon. Aan de wand van haar appartement hangt een trouwfoto waarop zij en haar man elkaar uit een glas melk laten drinken. Traditie waarmee de koe wordt geëerd als symbool van vruchtbaarheid en voorspoed.

Sinaasappelboom
Marina pakt mijn notitieblok om haar ouderlijk huis te tekenen. Op een afgebakend erf staat een met witte leem gestuct gebouwtje met een plat dak en twee kamers. “Hier woonde ik met mijn moeder en twee zusjes. In de raamkozijnen zijn gietijzeren ornamenten bevestigd. Op het terrein staat nog een huisje, voor de drie broers. In het midden staat een sinaasappelboom en in de omgeving zijn veel bomen en lopen geiten, kippen en eenden rond. In een hoek van het erf is een kraan waar wordt gewassen en water getapt voor het eten; koken doen we buiten op een houtskoolfornuis voor twee pannen. Afhankelijk van hoeveel geld je hebt wordt er een tot drie keer per dag gegeten; rijst, eventueel met bonen. Vlees en vis zijn duur, dus die eten we maar soms. Groente is niet duur, er is een spinazie-achtige bladgroente en cassave. Brood is er niet, er is geen oven. Fruit is er volop: papaya, mango.” Ze beschrijft net zulke grote avocado’s als Flavia uit Oeganda in haar verhaal. “Sinds het overlijden van mijn vader verdient mijn moeder de kost met de verkoop van tomaten.” Marina kan eens in de veertien dagen met een beltegoed van tien euro, vijf minuten met haar moeder telefoneren. Ze hoopt hier een baan te krijgen in de ouderenzorg, zodat ze haar moeder kan ondersteunen om haar handel uit te breiden met rijst, mais, bonen en suiker. 

Koude douche
“Naast de kraan heb je het toilet, met een put in de grond. En weer daarnaast is de douche: je haalt een klein emmertje koud water en giet dat over je hoofd. Dat is met een constante temperatuur van 28 graden echt niet zo vervelend als je zou denken!
In Burundi hoef je pas op je zevende naar school. Onze klas bestond uit tachtig leerlingen die in groepjes op de grond zaten.” Marina kijkt terug op een vrolijke kindertijd waarin “we altijd op blote voeten liepen en in het zand speelden, altijd buiten. Als speelgoed  hadden we een springtouw, elastieken en een bal. Van oude lapjes naaide ik mijn eigen pop, met een naald van mijn moeder, die me ook leerde haken. De jongens deden fanatiek wedstrijdjes met het gooien van gekleurde stenen.

Koeienmelk
De telefoon rinkelt. Op het beeldscherm verschijnt: My lovely husband. Maar goed ook, dat hij er is, als je uit zo’n andere wereld komt lijkt welhaast alles onoverkomelijk. Hij vult Marina’s vehaal graag aan: “Toen ik haar voor het eerst zag sloeg mijn hart over, ik was op slag verliefd. Wat er toen volgde was een omslachtig spel van overleg en beraad. Eerst met mijn eigen ouders, die een heleboel vragen stelden om er zeker van te zijn dat ik serieus mijn leven aan deze vrouw wilde wijden en mijn verantwoordelijkheden nakomen. Daarna ging ik met het meisje praten, en met haar instemming naar haar ouders. Na dit alles goed te hebben doorstaan ging ik weer naar mijn eigen ouders, die vervolgens overlegden met die van haar. In acht maanden tijd verdiende ik de bruidsschat bij elkaar.” Hij schrijft het nieuw geleerde woord op een briefje: Bruidsschat. Zo bouwt hij aan zijn woordenschat. En hij vervolgt: “Hiervan werd de uitzet gekocht, mooie kleren, sieraden, en de bruiloft werd ermee betaald. Na de religieuze plechtigheid was er een feest dat een hele dag duurde, met 300 genodigden. Het echtpaar zit dan op een verhoging terwijl de gasten om beurten de microfoon op het podium pakken om de echtelieden van goede raad te voorzien, voornamelijk wensen ze je veel geduld met elkaar toe. Na het huwelijk fungeert (in ons geval) de Shekh als raadsman en voor vrouwenzaken dient een tante.”

Het roer om


Stel dat je overtuiging zo sterk is en in overeenstemming met je talent. Dan zijn er plotseling geen barrières meer. “Praat me niet over ziekte, dat verhaal is al zo uitgemeten in de pers. Heb het liever over wat ik doe en wie ik ben.” Dit is het verhaal van José Donatz, die fotografe werd.

Bergambacht – José heeft de fotografie helemaal omarmd. Zozeer dat ze onlangs na 32 jaar haar baan als ambulant hulpverlener heeft opgezegd. “Ik beteken graag iets voor anderen en dat kan ik via fotografie het best. Nadat ik zes maanden had platgelegen in verband met mijn rug, was mijn tijd gekomen het roer om te gooien. Ik deed een opleiding fotografie, nam privélessen en ging zoveel mogelijk op stap met professionals op zoek naar verdieping.” Inmiddels heeft ze haar eigen studio voor portretfotografie.
Diepgang
De inhoud vond ze in haar afstudeerproject. Voor José geen oranjesoesjes als onderwerp maar daklozen bij de Soepbus in Rotterdam. José: “Hier werd ik eerst afgewezen, er was al zoveel media aandacht. Maar ik liet het er niet bij zitten en kreeg toestemming om contact te leggen met de daklozen. Toen ik terugkwam voor de handtekeningen in verband met het portretrecht stonden de daklozen in de rij en wilden allemaal op de foto. Een grote verrassing, er werd niet verwacht dat er ook maar enig animo voor zou zijn. De foto’s heb ik ze ingelijst en wel gegeven en ben later teruggegaan om de reportage te maken waarop ik uit was. Een expositie in de Laurenskerk genereerde veel aandacht, kwam op tv bij omroep MAX en William Rutte deelde mijn portfolio.’
Barbieren
José is niet voor een kleintje vervaard, welke uitdaging zoekt ze op? “Ik zoek naar verdieping, ik hou van mensen en maak graag mooie beelden.” Zo liep ze door Rotterdam om op haar eigen manier de stad vast te leggen. “Als vrouw kom je heus niet zomaar bij barbier ‘Schorem’ binnen. Ze drinken whiskey en bier en hebben niks met ‘zeikende vrouwen’ die willen dat je haar goed zit. Ik heb er de serie ‘Barbieren in Rotterdam’ gemaakt en daarmee exposeer ik via Bubble Projects in Hilton hotels in hoofdsteden van Europa, eerst Parijs, nu Brussel. Dit project heeft me tot huisfotograaf van barbier Gios Chop Shop gebracht.”
Afscheidsfotografie
“Ik had een gesprek met iemand over afscheidsfotografie toen vlak daarna haar zoon van zeventien bij een noodlottig ongeluk om het leven kwam. Daarop kreeg ik meteen de vraag om voor deze familie een fotoreportage van de uitvaart te maken. Ik heb geen seconde getwijfeld, dit wilde ik met alle liefde doen. Het afscheid van een dierbare gaat voor de nabestaanden vaak in een roes voorbij. Hoe bijzonder is het dat mensen je toelaten op het kwetsbaarste moment in hun leven. Je vertrouwen om zo dichtbij te komen, dat jij mooie, respectvolle beelden kunt maken. Want beelden kunnen belangrijk zijn voor de rouwverwerking. Het kan fijn zijn om achteraf troost te kunnen putten uit de fotoreportage. Wel pinken we achter de coulissen heus weleens een traantje weg, maar het mooiste compliment is als je onzichtbaar aanwezig bent geweest. Als ik met mijn werk bezig ben concentreer ik me op het detail om de mooiste momenten op te merken. Doorkijkjes tussen bomen, de sprekers of zangers, het licht in een kerk. Een hand op een kist, een zusje dat haar broertje een zakdoekje aanreikt.”
Wereldvrouwen
‘Wil je op de Internationale Vrouwendag tijdens de feestelijkheden álle vrouwen fotograferen?’ vroeg Mariëlle Azim van ‘Krimpenerwaard verbindt’. José: “Daarop zijn we gaan brainstormen en uiteindelijk heb ik een twaalftal vrouwen geportretteerd. Ik maak tenslotte geen kiekjes!” De foto’s, krachtige portretten, zijn uiteindelijk op de feestdag tentoongesteld. In mei wordt de serie in de bibliotheek van Bergambacht getoond met een officiële opening. Daarna reist de tentoonstelling door de gemeente.”

De schat van twee culturen




Schoonhoven – “Misschien ben ik wel een geluksvogel,” denkt Eleni Topali.  Ze kwam in 2011 met haar man en dochter Konstantina van vier naar Nederland. Ze werden opgevangen door haar schoonzus en zwager. “Het eerste wat ik zag was hoe vrolijk en onbezorgd Nederlanders waren. Was ik ook zo terneergeslagen door de crisis?


Ik realiseerde me hoe de voorheen zo opgewekte Grieken ongemerkt het hoofd naar beneden en de blik naar binnen hadden gericht, de rug gekromd door armoede en verdriet.” Met de financiële teloorgang van het land, de intellectuele bakermat van Europa, was er een bres geslagen in het zelfvertrouwen van de Grieken. Eleni liet zich er niet door uit het veld slaan: “Ik mis mijn land en familie maar het is wat het is.”


Als kind wilde Eleni graag psycholoog worden en mensen helpen met het beantwoorden van levensvragen. Ze werd opgeleid in de kinderopvang, en uiteindelijk werkt ze hier in de logistiek. In de avonduren zodat ze overdag bij haar kinderen kan zijn. Ze legt zich erbij neer dat ze niet meer in het onderwijs terecht kan. “Als ikzelf een kind naar school stuur is taal in eerste instantie essentieel en dat niveau ga ik niet halen.” Desondanks kijkt ze uit naar het laatste deel van haar taalexamen waarna ze een werk/leertraject wil gaan volgen als Vasiliki, haar jongste dochter, naar school gaat. “Als vrouw heb je dat werken buitenshuis broodnodig. Om iets voor jezelf te hebben, voor je sociale contacten en om je te ontwikkelen.” 


Taalmaatje
Taalmaatje Désirée heeft Eleni in 2016 leren kennen.  Zij vertelt: “Toen ik een kind kreeg ben ik minder gaan werken en omdat ik er graag iets bij deed ben ik taalmaatje geworden. Daar zitten ze om te springen en ik vind het erg fijn om iets te doen wat niet persé over geld verdienen gaat. Eleni is een rolmodel; zij en haar man zijn harde werkers. Voor mensen die hun hand hier komen ophouden heeft Eleni een Griekse uitdrukking: ‘De weg is open en de honden liggen aangelijnd.’ Oftewel: hoepel op!”  Désirée lacht. “We lijken in dat opzicht wel een beetje op elkaar, hebben beide het laconieke van het sterrenbeeld Maagd.” Tijdens hun wekelijkse ontmoetingen bespreken ze in het Nederlands alles wat er aan de orde komt of werken met de schoolopdrachten van Konstantina.  “Je begint met eenvoudig lesmateriaal en bespreekt uiteindelijk wat er in de krant staat,” zegt Eleni.  En Désirée vult aan: “Ik leer evenzoveel van Eleni. Zij vertelt me over allerlei Griekse gewoontes en gebruiken, en spelenderwijs leer ik ook wat van háár taal. Eleni: “Als je hier komt ben je in eerste instantie alleen maar bezig met taal. Taal is alles. Nederland is een oase; als je wilt werken is er de volgende dag werk. En als je in je onderhoud kunt voorzien heb je ruimte om te dromen en die dromen waar te maken.”


In 2017 is Vasiliki geboren. Désirée: “In haar zwangerschap belde ik voor Eleni met de luidspreker aan met de verloskundige afdeling om de bevalling voor te bespreken. Het is niet alleen de taal, je weet ook niet hoe het er hier aan toe gaat.” 


Een schat 
Ieder kind ter wereld zal van zijn vaderland houden en redenen kunnen vinden er trots op te zijn. Eleni: “In twee culturen opgroeien betekent dat je een schat in handen hebt. Als je door de streek Thessaloniki reist sla je op ieder station een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis open. Beelden en landschappen herinneren aan de Griekse mythologie, cultuur, en geschiedenis. Volgens een niet vooropgezet plan geef ik mijn dochters les. Als een onderwerp ter sprake komt waarmee ik een verbinding kan leggen met Griekenland verdiep ik me in het onderwerp. Voor mezelf maak ik er een project van en neem dat vervolgens samen met hen door.”



Helden in overvloed

De kinderen groeien op als Nederlanders, je wortelt waar je je ontwikkelt. Eleni: “Maar hun Griekse achtergrond geef ik op deze manier mee. Niet via theorielessen maar door ervaring, want je kunt vertellen wat je wilt maar als je geloofwaardig wilt zijn moet je het goede voorbeeld geven in je handelingen.

Geschiedenis is wat zwaar voor een jong kind, dus ben ik begonnen met sprookjes en mythologie. De rijke godenwereld van de oude Grieken leent zich daar goed voor. Muzen, schikgodinnen, helden, filosofen, goden en godinnen in overvloed.” 

Konstantina kiest  na de basischool voor het tweetalig VWO. En van haar ouders heeft ze Nieuwgrieks leren spreken, lezen en schrijven.


Moira

Eleni haalt een map tevoorschijn met foto’s van beelden en tekeningen, vergezeld van haar handgeschreven uitleg. Een ervan gaat over de drie schikgodinnen, deelaspecten van de Griekse Moira of lotsbestemming. Klotho is de spinster van de levensdraad; Lachesis bedeelt je het lot toe en Atropos snijdt aan het eind van je leven de levensdraad door. De godin schept, handhaaft en vernietigt. 


Op de feestdag ter ere van Moira op 23 augustus onderzoeken de mensen hun geweten en bepalen ze de richting voor hun toekomst. Zo wordt de filosofie in het dagelijks leven toegepast.

Ik ben de kracht van Afrika




Dit is het verhaal van Samantha van der Wouden – Diedericks, internationaal bekend kunstenares en yogateacher. Zij woont in het hart van het Groene Hart en daar weeft zij vol aandacht haar kunst en levensfilosofie bijeen.

Berkenwoude – “In mijn opvoeding was veel aandacht voor kunst. Ik schilder daarom geen Afrikaanse kunst; ik ben Afrika, in de kleuren, de symboliek, de beweging, het drama en de grootsheid. Ik schrik niet terug voor grote onderwerpen.
Langzaam maar zeker realiseer ik mij dat ik meer ben dan yoga teacher en kunstenares. In mijn yoga verwerk ik mindfulness en oerkennis. In mijn kunst uit ik wat in mij opborrelt. Ik merk het effect van mijn lessen en werk. Als je geïnspireerd bent straalt je werk positieve energie uit en de reactie daarop ontvang jijzelf weer terug.”

Wijde wereld
Samantha groeide op op de afgelegen boerderij van haar familie in Zuid-Afrika. “Het was in een gelijkwaardige en hechte gemeenschap met iedereen die daar woonde en werkte. Tegelijk was er voldoende afzondering om te leren hoe te overleven. Ik was een buitenkind.
Als klein meisje klauterde ik al op mijn paard. Rasper was een rode Vos, mijn beste vriend. Ik reed op hem de wijde wereld in, door de heuvels naar de bergen. Daarboven had ik een weids uitzicht vanaf een fijne steen waar mijn billen precies in pasten zodat ik er uren heerlijk kon zitten, rondkijkend over de hele vallei. Dit was het echte Afrika. Ik stelde me voor dat het sinds de oertijd niet was veranderd.”

Aarde
“Eens per jaar dreven we met een grote groep kinderen te paard de herten vanuit de bergen. De ‘culling’ was het uitdunnen van de populatie om de gezondheid te waarborgen. Mijn vader schoot de dieren. Het slachten, villen, uitbenen en verwerken deden we gezamenlijk, ook kinderen. Niks werd voor ons verborgen, integendeel, we werden erin opgevoed, als deel uit van het leven met het land. En al vroeg was ik zelfstandig. Op mijn elfde jaar ging ik naar kostschool vanwege de lange afstanden, en tijdens mijn studie woonde ik samen met vriendinnen.

Ik ben opgegroeid met de kracht en kennis van de aarde. Mijn vader had en heeft nog steeds helende handen. Zieke dieren, maar ook mensen komen spontaan naar hem toe voor genezing. En kijk eens om je heen, hoe wij één groot geheel zijn met elkaar, elkaar beïnvloeden; hoe energie over en weer stroomt.”

Water
“Dagelijks beoefen ik een wateroffer uit de Vedische traditie – ik omarm dit ritueel voor innerlijke balans. Het gaat als volgt: Ik vul een bakje met schoon stromend water. Vervolgens spreek ik mijn gedachten daarover uit, mijn behoeften, iets wat ik kwijt wil of wil ontvangen. Ik geef het water iets mee wat belangrijk is voor mij. Dit is heel persoonlijk. Ik dank de voorvaders of de goden en vervolgens zegen ik de aarde met dit water als ik het daarover uitschenk. Dit doe je vlak na het ontwaken ‘s morgens, voor je iemand gesproken hebt, als je nog in contact bent met je diepe wezen.”

Drama
Hoe sta je sterk in een land dat niet van jouzelf is? “Dat is een proces wat je doormaakt. Alle factoren die je identiteit dragen heb je achtergelaten. De rollen die je speelde in je eigen land werken hier niet. Waar je diploma niet geldig is, je beroep niet kunt uitoefenen, waar je vertrouwde manier van leven zich niet kan voortzetten. Zonder familie, zonder werk. Als we dan om ons heen kijken zien we ook hoe mensen zijn vervreemd van hun natuur. Politici denken in korte termijnen, bedrijven zijn op winstbejag uit en mensen zijn afhankelijk van hun baan. Zie toch eens hoe ze hun baby’s niet troosten als ze verschoond en gevoed zijn en zogenaamd huilen om niks.”

Dankbaarheid
“Natuurlijk heeft iedereen zijn verhaal, zijn eigen drama. Daarvan leer je om verantwoording te nemen voor jezelf. Keuzes te maken, jezelf te aanvaarden. Iedere uitdaging kun je gebruiken om te groeien. Je bent altijd sterker dan je dacht.
Mijn sterkste gereedschap is dankbaar te zijn. Door positieve gedachten in mijn geest toe te laten. En me bewust te zijn dat wat je denkt en wat je wenst weleens zou kunnen uitkomen. Je moet eerst alle laagjes van jezelf afpellen. En dan jezelf voeden met wat vervulling geeft. Alles wat je eet en wat je denkt stop je in je lichaam.”

Mens zijn
“Tegen nieuwkomers in Nederland zou ik dan ook willen zeggen dat je niet altijd hoeft te vechten of stoer te doen. Neem de tijd om mens te zijn. Vertrouw op je eigen natuur en geef expressie aan je emotie: je mag boos worden en je mag huilen. Dan blijf je het dichtst bij jezelf en de bron van geluk.


Ik ben blij met de huidige generatie sterke vrouwen: Greta Thunberg, de vijftienjarige Zweedse klimaatactiviste. De minister president van Nieuw-Zeeland Jacinda Ardern die na de aanslag in Christchurch automatische wapens verbiedt. Dit zijn moderne vrouwen die laten weten wie ze zijn en waarom ze beslissingen nemen.”

De gelukkige globetrotter




Schoonhoven – Gabriela Perez ontvangt mij in haar lichte flatje met ramen rondom en serveert jasmijnthee. Ik hoef niets te vragen, zoveel te vertellen! Zo vol is ze van zoveel en zo blij is ze met van alles. Het is gewoon een feestje om bij haar te zijn.
“Moet je horen. Dertien jaar geleden, in 2006, heb ik mijn man Remi leren kennen. Ik was een van de 22 miljoen inwoners van Mexico stad. Met zestien medewerkers leverde ik door het hele land computers aan scholen en bibliotheken en gaf vervolgens als pedagoge trainingen. Toen ik eens in de streek Campeche was, besloot ik het archeologische Mayastad Calakmul te bezoeken, met ontelbare piramides. Sommige zijn schoongemaakt en ertussen zijn wandelroutes aangelegd. De rest is mysterieus verborgen gebleven onder het groen van de jungle. Het was een reis van zes uur ernaartoe en we waren met een klein groepje. Een aardig gezinnetje, en een Limburgse man, Remi. Hij en ik raakten meteen aan de praat. Tegen de tijd dat we bij de piramides kwamen had ik daar allang geen oog meer voor en ook een plotselinge regenbui deerde ons niet. Het was magisch. De hele terugweg konden we niet ophouden met praten en we stopten er niet mee tot diep in de nacht. Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk. Op 30 mei 2008 zijn we in op het gemeentehuis getrouwd en op 23 augustus voor de kerk in Mexico met een groot Mexicaans feest.”


Talenknobbel
Dochter Nina is in 2013 geboren. “In de 35e zwangerschapsweek liep ik nog rond in Napels en de eerste twee jaar van Nina’s leven zijn we zoveel mogelijk blijven reizen. Op zeker moment hadden we een huis in Mexico, een in Granada en hier in Schoonhoven,” lacht Gaby. “Van haar tweede tot vierde jaar reisden we ietsje minder. Het heeft Nina vooral goed gedaan. Ze eet alles, slaapt overal en spreekt Spaans-Spaans, Mexicaans-Spaans en Nederlands. Ze zal het wel van haar vader hebben, hij spreekt negen talen. Tot je vierde pak je meerdere talen tegelijkertijd moeiteloos op. Terwijl je motoriek zich ontwikkelt en je langzamerhand gaat leren schrijven, vormt het strottenhoofd zich naar de taal die je spreekt. En wij willen dat Nina zich zowel Mexicaanse als Nederlandse voelt. Door mijn vrijwilligerswerk kende ik de kleuterjuffen Nannie en Annette al van de Emmaschool. Voordat Nannie met pensioen ging, wilde ik Nina graag bij deze juffen hebben. En na deze periode stap ik zometeen weer op, misschien wel naar Spanje met zijn heerlijke klimaat, waar we prachtige fietstochten kunnen maken. Als we bij elkaar kunnen zijn maakt het me niet uit waar ter wereld dat ook is. Home is where the heart is, en dan is het overal goed. Voor zijn werk reist Remi de hele wereld rond. Hij is natuurkundige bij de VN en ontwikkelt internationale projecten in groene energie in ontwikkelingslanden; water, wind en biomassa.”


Alfabetisering
Gaby werkt in de bibliotheek als vrijwilligster alfabetisering. In Nederland zijn er ongeveer 1,3 miljoen volwassenen laaggeletterd, vertelt ze; zij hebben moeite met lezen en schrijven. Ongeveer 250.000 mensen in Nederland zijn analfabeet, dus die lezen of schrijven helemaal niet. Een schrikbarend hoog percentage. 1 op de 9 volwassenen heeft een groot probleem met lezen, schijven en andere basisvaardigheden als rekenen of computergebruik.
Gaby heeft daar uitgesproken ideeën over: “Op het probleem analfabetisme bij volwassenen zijn de Nederlandse lesmethodes niet altijd toereikend. Er is geen adequaat lesmateriaal. Daarom heb ik in opdracht van de bibliotheek kaartjes gemaakt in een bingo-spel, met daarop onderwerpen waarmee volwassenen te maken hebben in het dagelijks leven. Ik werk aan een op leeftijd toegepast lesmateriaal voor mijn leerlingen, liefst in spelvormen die ik heb meegenomen uit Mexico.”


Leesbril
Twee keer per week oefent ze met haar leerlingen. Een 38-jarige moeder van 5 kinderen die door omstandigheden zowel in Marokko als in Nederland nooit naar school is geweest. En een 61-jarige Marokkaanse vrouw, hoofd van een familie met kinderen en kleinkinderen. Ze is actief op school en verzorgt ook nog haar eigen moeder. Als naaister tekende ze patronen, maar schrijven kon ze niet. Gaby: “Stel je voor dat je zelfs de icoontjes zoals ‘zet hier een cirkel of een kruis’ niet begrijpt omdat je die nooit eerder gezien hebt. In de winkel niet weet wat een euroteken is, of het getal dat erop volgt. En dan een taal leren die je niet verstaat. Het vergt vele hersenprocessen om de taalontwikkeling in gang te zetten die gepaard gaat met logisch denken. Daarom zal het een hele poos duren voor zij leert lezen en schrijven.” Gaby kwam ook nog ergens anders achter: Waarom schreef haar leerlinge zo slordig? “Samen hebben we net zolang de leesbrillen die in de bibliotheek liggen, gepast tot tot ze scherp kon zien. En toen kon ze wel tussen de lijnen schrijven.”

Engelengeduld
Het vergt engelengeduld. Maar Gaby is laconiek en blijmoedig: “Ik doe wat ik kan zolang ik hier ben, en ik leg me erbij neer dat ik niet alles voor iedereen kan verbeteren.” 

De belofte van Milan



“Ik ben gedisciplineerd opgevoed,” stelt Milan Astrinawaty. “Als je een goed leven wilt heb je een fatsoenlijke opleiding nodig. Streef niet naar rijkdom, leerde mijn vader ons, maar wees een eerlijk mens. Als je daarmee vertrouwen weet te winnen kom je veel verder.”


Krimpen aan de Lek – Milan Astrinawaty Seip vergeet de datum nooit, dat haar moeder belde vanuit Indonesië. Het was 22 juni 2015. Milan was in Nederland bij haar vriend op bezoek. ‘Pappie ligt kritiek.’ Ze kon hem nog wel aan de telefoon krijgen maar haar vader zelf kon niet meer praten. Mijn broer zat naast hem, die kon me vertellen hoe hij reageerde. “Pappie,” zei ik, “Ik kom direct naar huis om afscheid van je te nemen. Maar je hoeft niet op mij te wachten als je teveel pijn hebt, ik begrijp het. Ik ben je eeuwig dankbaar voor alles wat je wat je voor ons hebt gedaan. En het spijt mij dat ik niet aan je verwachting heb voldaan, vergeef je mij? Twintig minuten later is hij heengegaan, in vrede.”

Loopbaan

“Ik had mijn studie niet afgemaakt, dat had ik hem beloofd en hierover voelde ik me schuldig. Ik zal je het verhaal vertellen van mijn ouders. Mijn moeder kwam uit een hogere klasse dan mijn vader. Parvatti had zeven broers en zussen. Toen haar vader overleed nam oma Tientje, de zus van haar oma, de opvoeding over. Haar man, Zachri, was bankdirecteur. Mijn vader, Jimmy, een jongen uit de middenklasse, werkte parttime als chauffeur en loopjongen, hij sorteerde de post en bracht die rond rond in de bank van opa Zachri. Tot drie keer toe weigerde oma Tientje toestemming te geven voor de verbintenis. Maar het was Zachri die de knoop doorhakte en toestemming gaf voor het huwelijk, dat op 8 mei 1972 plaatsvond. Zachtri zei toen: ‘Eens zal Jimmy hoger staan dan ik.'”


Rolmodellen
“Zachri kreeg gelijk. Op eigen kracht werkte Jimmy zich op tot dezelfde positie als hijzelf. Dat was 1995. In die 23 jaar zijn we wel twaalf keer verhuisd. Uiteindelijk werd pappie vice-president van de BNI bank in Bandung op Java. Mijn ouders waren de beste rolmodellen die we ons, ik heb twee broers, konden wensen.” Wat waren hun belangrijkste waarden? “Wees stipt, zelfstandig, eerlijk en heb zelfvertrouwen.

In 1991 ging ik naar de hotelschool. Mijn vader wilde dat ik minstens een bachelor haalde. Waarom is dat zo belangrijk?, vroeg ik me af. ‘Als je een keer in de problemen komt heb je altijd iets om op terug te vallen.’
Maar ik zakte voor de test aan de universiteit van Jakarta, de staatsuniversiteit van Indonesië, en moest een veel duurder examen afleggen om op een particuliere universiteit aangenomen te worden.”


Office manager
“Hier startte ik met de studie merkontwikkeling die ik niet heb afgemaakt. Ik had geen zin meer, ik wilde liever werken. Hiermee stelde ik mijn ouders ongelofelijk teleur. maar ik vond een baan in Jakarta en werkte me op tot office manager van de grootste bedrijf in goud en juwelen van het land, met 600 werknemers. 
Ik trouwde en bleek niet zwanger te kunnen worden. Het werd een stressvolle tijd waarin ik me liet behandelen voor onvruchtbaarheid en bovendien moest mijn moeder een hartoperatie ondergaan. Middenin deze spannende en onzekere periode ontdekte ik dat mijn man in de tussentijd een relatie had met een andere vrouw die inmiddels zelfs zwanger was van hem. Dit betekende een enorme klap voor me, waarop vanzelfsprekend een scheiding volgde; ik keerde terug naar mijn ouders.”


Scheiding
“In Indonesië is het zo dat als een man een scheiding aanvraagt de bezittingen verdeeld worden. Als een vrouw de scheiding aanvraagt krijgt zij helemaal niets. Ik had al die tijd niet gehuild maar over dit onrecht schreide ik dikke tranen. Ik kon natuurlijk wachten tot ik een ons woog, dus uiteindelijk moest ik de scheiding wel zelf aanvragen, die na tweeënhalf jaar op 28 mei 2013 werd uitgesproken. Hierna werd ik een echte workaholic, ik werkte zes dagen per week op de afdelingen HR en sales tot mijn vader me erop wees dat ik geen sociaal leven meer had.


Ik heb geen kinderen gekregen maar wel liefde gevonden. Hoewel dat betekende dat ik ver weg ben van mijn familie en het overlijden van mijn vader op afstand heb moeten meemaken. Mijn moeder gunt het me, jouw geluk is het mijne, zei ze me, ‘if that guy makes you happy,’ dan ligt daar jouw weg. Ik voel me door haar gesteund in het volgen van mijn hart, zij weet hoe belangrijk dat is en ik heb het uiteindelijk ook geleerd.”
Nu is Milan bijna zesenveertig. In Krimpen aan de Lek werkt ze sinds februari 2017 aan een nieuw bestaan. Haar man Peter heeft twee volwassen zoons. De inburgeringscursus brengt vriendschappen. “Je moet wel een stap terug, gelukkig ben ik voor het eerste examen, Nederlands lezen en luisteren, geslaagd. Als vrijwilligster in het taalcafé leer ik heel veel mensen kennen.” Binnenkort begint ze met een baantje in de lunchroom van Boerske Broodjes. Je moet tenslotte door met je leven! Maar wel heeft ze zich ingeschreven bij de Open Universiteit. Voor een postgraduate, om de belofte aan haar vader in te lossen.

Reizen naar Oeganda


Flavia Anek Onen
Het volkslied van Oeganda geldt als het kortste ter wereld en wordt daarom meestal twee keer achter elkaar gezongen. Flavia Anek Onen is al net zo kort over de regering en president van haar geboorteland: ze vullen enkel hun zakken en die van hun familie.

Schoonhoven – Flavia is scherp en heeft een humoristische manier van vertellen in bloemrijk Engels. Aan de oostelijke oever van het Victoriameer ligt in Oeganda de stad Jijnja waar ze geboren en getogen is. Hier ligt haar hart en loopt haar mond van over. Net als de Nijl die hier ontspringt en 6000 kilometer verder in de Middellandse Zee stroomt. “In het traag deinende water van het meer zie je de op een na grootste rivier van de wereld ontstaan in een versnelling van de stroom richting de Nijl.”

Flavia vertelt: “Mijn ouders komen uit de streek Gulu in het noorden; daar zijn ze intelligent en intellectueel, met een hoogstaande moraal. Dat geeft ze echter geen enkel voorrecht in Jjinja, waar hoge functies en aantrekkelijke banen voorbehouden zijn aan degenen die kruiwagens hebben of flinke sommen geld neertellen. Mijn vader had twee vrouwen, zoals in Oeganda algemeen gebruikelijk is. De man is het hoofd van het gezin en zijn wil is wet; je hebt hem te respecteren, zonder twijfel of twist. Mijn vader verbleef beurtelings een week in het ene, dan weer in het andere gezin.
Mijn moeder Gertrud heeft vier dochters en één zoon. Concy, mijn stiefmoeder, heeft vier zonen en een dochter. Het doet zeer om haar stiefmoeder te moeten noemen, maar zij stookte na de begrafenis van onze vader haar dochter Barbara op om niet meer met ons te praten. Terwijl we juist zo goed met elkaar overweg konden; we droegen zelfs dezelfde kleren, alleen in een andere kleur. We vierden alle feestdagen gezamenlijk. We hadden zo’n fijne jeugd!
Hoe de vork in de steel zat kwam aan het licht toen mijn vader overleed. Ik was toen zestien. Tijdens de uitvaart heb ik Concy nog geholpen met het verzorgen van de boeketten. Mijn ooms regelden zowel de begrafenis als de erfenis. Uiteindelijk ging al zijn spaargeld naar Concy, zij had immers de meeste zoons. In Oeganda tellen alleen jongens, zij mogen dan ook studeren. Oeganda staat bekend om de homohaat en meisjes zijn ‘just a waste of time’. Toen ik in Nederland arriveerde, nam een van de ooms contact met me op. Ik ben er niet op ingegaan, waarom zou ik? Ik had niets van ze te verwachten! Door die hele geschiedenis ben ik niet zo geduldig en gedwee, en ook is er voor mij geen enkele aanleiding om in een traditionele relatie te stappen. Ik stel mijn eigen doelen en zorg dat ik die op eigen kracht bereik.”

Luipaarden en olifanten
Haar Hollandse Hans is anders, ze leerde hem twaalf jaar geleden kennen en ze heeft tot haar verbazing nooit onenigheid met hem gehad. “Is dat gek? Hij haalt het het beste in me naar boven. Ik volg een opleiding in vrije tijd en toerisme en was in de veronderstelling dat ik dan als kamermeisje bedden zou moeten afhalen. Daar voelde ik helemaal niets voor! Maar Hans liet me inzien wat ik met die opleiding kan. Het houdt nogal wat in: een reisorganisatie runnen, reizen organiseren, airport pickups en transfers regelen, op noodgevallen anticiperen, kamers boeken, onderhandelen over excursies.” En dat is precies wat Flavia nu doet. Ze ontpopte zich als een volwaardig en vooral betrouwbaar reisorganisator. “Ik draag er persoonlijk zorg voor dat de chauffeurs niet alleen op de juiste dag maar ook exact op de afgesproken tijd op afgesproken plaats is. Ik garandeer dat we met een volle tank benzine in een schone truck op safari gaan. Op zoek naar leeuwen, luipaarden, olifanten, giraffen en krokodillen. We bezoeken de Victoria watervallen en gaan vissen.”

Twee stoplichten
Deze goed georganiseerde dame vindt Nederland overgeorganiseerd. “Jinja is de tweede stad van Oeganda. Kampala, de hoofdstad heeft twee stoplichten en Jinja … geen een. Dat komt goed uit, want iedereen bestuurt hier een voertuig naar believen. Men zou niet weten of je voor een groen stoplicht moest stoppen of doorrijden. Van het verschil tussen links en rechts rijden of voorrang verlenen heeft nog geen mens gehoord. Je in dat verkeer begeven? Spring liever achterop een taxibrommertje. Of ga langs de weg staan en wuif als er een bus aankomt in de hoop dat hij voor je stopt en jouw richting uitgaat.
Wij hebben geen koelkast nodig, dat is zonde van de elektriciteit. Hoe durven de vishandelaren hier bedorven talapia voor vers te aan te prijzen!?” Flavia trekt er haar neus voor op. “Als ik vis wil hebben loop ik naar de haven en kies wat er vers uit de Nijl is binnengebracht.
Ik mis onze overvloed aan groente en fruit. En het Hollandse ‘eet je bord leeg’ betekent voor ons dat je een slechte gastvrouw bent. Waardeloze groenten of onkruid als bitterleaf, guavebladeren en soursop fruit worden hier heel duur als delicatesse verkocht.” Ze laat me tamarinde proeven en een pakje bananenmeel zien. Ze moet er zuinig mee zijn, de KLM heeft het bagagevervoer in prijs verhoogd. “Ik had graag fruit geïmporteerd, maar jullie zouden onze ananassen en avocado’s zo groot als een voetbal niet eens op krijgen.”

Kaarsjes op je verjaardagstaart


We vijlden onze nagels met een steen en kleurden onze lippen met een rode balpen, vertelt Flavia Almeida Reis. “In de kerk zaten we naast elkaar, geloofden we samen in God en zongen alle liedjes mee uit volle borst. Laudicéa was mijn vriendinnetje.”

Lekkerkerk – Flavia Reis groeide op in een kindertehuis in Brazilië, het Orfanato Evangélico das Assembleias de Deus na Bahia.” Ik spreek haar met taalmaatje Ria in de bibliotheek en in het gezellige dijkhuis waar zij met haar man Chris en twee dochtertjes woont. “Mijn moeder was nog heel jong toen ze mij kreeg en mij aan mijn overgrootmoeder gaf. Die bracht me naar het kindertehuis, want ook zij moest werken. Daarna heeft mijn moeder nog vijf kinderen gekregen, daar heb ik eerlijk gezegd geen begrip voor.  Alleen mijn jongste broer groeide op bij onze moeder. Ik heb altijd gedacht dat ik een weeskind was en kwam er pas later achter dat ik familie had.”
In het kindertehuis in Feira de Santana Bahia woonden tachtig kinderen van alle leeftijden; jongens en meisjes, de baby’s en tieners, allemaal apart. Het was een groot complex met een kerk, een speeltuin, een bakkerij. Verder een groentetuin, een boomgaard en natuurlijk een school. In gebouwen met twintig slaapkamers sliep je in een eigen kamer of je deelde die met een of twee andere kinderen. Als kind droomde Flavia ervan later haar eigen huis te hebben.
“Het was gezellig in het tehuis en het eten was lekker, maar we werden er streng en gelovig opgevoed. De directrice Loide was wel altijd lief. Met haar heb ik nog steeds contact. Loide vierde haar eigen verjaardag met ons in het tehuis. Ze maakte er voor mij een onvergetelijk feest van door met de drie kinderen die in diezelfde maand jarig waren taart te eten. Al die jaren correspondeerde ik met Laura, een Finse vrouw die me financieel had geadopteerd. Ik schreef haar wat wij zoal deden en zij stuurde snoep en geld. Drop! Zo vies. Helaas zijn we elkaar later uit het oog verloren.” 

Nanny
“Op mijn zestiende kwam overgrootmoeder me ophalen. Ze had me mijn eerste drie jaar eenmaal per jaar bezocht, maar dat was ik vergeten. Blijkbaar was het tijd om bij haar te gaan wonen, maar omdat ik mezelf moest onderhouden, werd ik nanny. Ik trok bij de familie in, een vriendin van mijn moeder. Mijn eigen familie heb ik in die periode pas leren kennen, maar ik voelde geen band met mijn moeder en ook niet met mijn oma. Wel met mijn halfbroers en -zusje. Mijn zusje raakte al op haar veertiende zwanger. Inmiddels is ze vierentwintig en heeft ze twee dochters. Ze werkt in een pizzeria en een tante helpt haar met de kinderen, want ze heeft geen man. En een van mijn broers is bij drugsbendes betrokken geraakt en later door een gewapende passagier doodgeschoten toen hij een overval pleegde op een bus.”

Macumba
In Salvador de Bahia kwamen vroeger de slavenschepen aan uit Afrika. Het  Afrikaanse geloof en cultuur zijn er sterk vertegenwoordigd gebleven. Dat is te zien aan de vele kleurige huizen, en miljoenen mensen maken nog weleens een macumba. Dit is een offer, gericht aan de goden en geesten, dat wordt samengesteld uit allerlei kleurige en symbolische attributen, zoals schelpen, snoep en geld. Er wordt dan gedanst, vuur gestookt, soms wordt er een dier geofferd. Het gaat hierbij om serieuze en ethisch hoogstaande zaken, maar het gebeurt net zo goed te pas en te onpas, zoals wanneer je iemands echtgenoot wil afpakken.  
Flavia: “Toen er een keer een macumba werd gemaakt, hebben Laudicéa en ik de muntjes, een paar dubbeltjes, gepikt uit het offer. Dat was zó spannend. Omdat we niet van het terrein af konden moesten we over de muur roepen naar de eigenaresse van de snoepwinkel aan de andere kant. Wij gooiden het geld over de muur en dan gooide zij snoep terug.” 

Machista
“Ik was twintig toen ik de Nederlandse Chris leerde kennen en ik vond hem aardig. Voor mij geen Braziliaan, die zijn machista, seksistisch, en daar had ik helemaal geen boodschap aan.”Hij had een verhuurbedrijf in Salvador de Bahia van woningen  tijdens carnaval en andere festiviteiten. We woonden tien jaar in zo’n kleurig huisje vlak bij het strand, voordat we verhuisden naar Nederland. Ons dochtertje Luna was toen zes. Inmiddels zijn we getrouwd en heeft Luna een zusje gekregen: Eva, zij is nu drie.
Chris vult aan: “Flavia is niet zo uitbundig en extravert als de gemiddelde Braziliaanse, ze is bescheiden maar weet wat ze wil. Ze lijkt niet getraumatiseerd; in die cultuur tilt men er niet zo zwaar aan wie je kind verzorgt, het wordt gegeven aan degene die daar het best toe in staat is. Maar toen ons dochtertje Luna haar eerste verjaardag vierde, had Flavia ons huis van onder tot boven versierd en volgezet met lekkernijen en zoetigheid. Daaraan kon je wel zien wat het voor haar betekende om haar eigen gezin te hebben.”
Taart
“Ik heb een gelukkig leven en een fijn thuis gekregen. Door mijn eigen kindertijd betekent het heel veel voor me om zelf de verjaardagstaarten voor mijn dochters te kunnen bakken. Ik wil graag mijn eigen inkomen gaan verdienen met het bakken van taarten.”