Loes Ambrosius schrijft een serie: Portretten van vrouwen die onze moderne multiculturele samenleving een gezicht geven. Ben je ook zo’n vrouw of ken je er een? Bel dan 06-18257903. Volg de verhalen en achtergrond op: www.KleurrijkKrimpenerwaard.nl en op Facebook: Kleurrijk Krimpenerwaard
Chimène Isabo Chang Han Lubbers Zijzelf kan het zich niet herinneren, maar haar tante vertelde dat haar zusje Yulisa hun op Schiphol lopend tegemoetkwam. “Ze was toen nog geen twee en ik was tweeënhalf. Dat is me d’r eentje, zeiden zij en mijn moeder tegen elkaar. Zo bijdehand! En zo is ze altijd gebleven.” “Ze is zo anders dan ik! Ik ben rustig, bescheiden en verlegen, terwijl zij veel en gemakkelijk met iedereen praat. Yulisa danst en beweegt de hele dag. Ik moet om haar lachen, ze kan echt gek doen!” Als Chimène over haar zusje praat, schitteren haar ogen en glimlacht haar mond. Dan hoef je niet te vragen wat ze voelt: “Als je een zusje hebt, ben je nooit alleen.
Marina Burundi… terwijl ik in de bibliotheek de coördinator van het Taalhuis Corine de Haij interview, vraag ik me hardop af of ik ooit iemand uit dat onbekende kleine Afrikaanse land te spreken zal krijgen. Aan het eind van ons gesprek schuift een prachtig geklede jonge vrouw aan. Corine kent haar ook niet, en we vragen waar ze vandaan komt. Je raadt het al: Burundi.
Hier volgt het verhaal van Marina, niet haar echte naam; op de lijst van het World Happiness Report 2018 staat Burundi als minst gelukkige land op nummer 156. 68% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Of je Hutu bent of Tutsi, regeringsgezind of in de oppositie, iedereen wordt ooit geconfronteerd met de toestand waarin het land verkeert. Dat overkwam ook Marina.
Corine de Haij heeft met haar teamgenoten Hester Hage, docent voor anderstaligen en Melany Heuvelman, medewerker Taalhuis, vijfenzeventig vrijwilligers en honderdvierenzeventig cursisten onder haar hoede. Via Vluchtelingenwerk zijn ze door de eerste periode heen geholpen. Krimpenerwaard Intercultureel bevordert de sociale integratie en verzorgt de taalstages. De gemeente helpt met het zoeken naar werk.
Taak van het Taalhuis is de informele taalontwikkeling te bevorderen. Corine de Haij, op de foto links, is coördinator van het Taalhuis Krimpenerwaard, onderdeel van de Bibliotheek Krimpenerwaard. Zij ontmoet de meeste vrouwen persoonlijk die uit het buitenland hier zijn komen wonen en aan hun taalontwikkeling willen werken. Corine: “De bibliotheek wil een ontmoetingsplek zijn. Hier worden taallessen gegeven in informele vorm. In les- en leesgroepen met mensen, ongeacht hoelang ze hier al zijn, zijn wordt taal gestimuleerd. De taalactiviteiten zijn eenmaal per week. Tijdens de koffie in het Taalcafé wordt spelenderwijs geoefend met het durven spreken in het openbaar. Het biedt gezelschap én helpt tegen eenzaamheid.
is een serie portretten van vrouwen die onze interculturele samenleving een gezicht geven.
Het doel van dit project is om van de veertig nationaliteiten (allochtoon en autochtoon) die in onze polder wonen zoveel mogelijk vrouwen te spreken en hun verhalen naar buiten te brengen voor iedereen die wil weten hoe onze samenleving wordt gerecreëerd. Het legt het onderliggend stramien bloot waarop de maatschappij verandert. Het project is niet klaar, en wordt misschien ook niet zoals oorspronkelijk bedoeld, de reis is immers belangrijker dan het doel.
Ik wilde mijn blik verruimen, liefst op wereldreis
gaan, totdat ik inzag dat ik de wereld al binnen handbereik heb, in mijn eigen
stadje en streek. Het leek me aardig iedereen daarvan te laten meegenieten. De
Krimpenerwaard is een typisch Hollandse polder; eindeloos veel rechte sloten
met witte zwanen en bonte koeien in klaverrijke weilanden; rivieren met in de
lente gouden dotters langs de oevers, waar vroeger struise boerinnen vooral de
dienst uitmaakten. De tegenwoordige samenleving is multicultureel en divers in
alle kleuren. Vrouwen komen om allerlei redenen naar Nederland, en zijn niet
alleen maar hulpbehoevend. Met hun veerkracht, besluitvaardigheid en
levenservaring dragen ze blijvend bij.
Wekelijks kreeg ik in een krant een hele pagina en de
vrije hand die in te vullen met mijn interviews. Later kwam daar RTV
Krimpenerwaard bij, en de verhalen staan op mijn Facebookpagina Kleurrijk
Krimpenerwaard, die soms wel drieduizend views krijgen. Het is educatief
enerzijds en bevordert de integratie aan de andere kant; men krijgt interesse
en plezier in elkaar. Want waar ik bij sommige vrouwen aanvankelijk nogal wat verlegenheid
tegenkwam, helpen ze elkaar met hun verhalen nu over de drempel, waardoor het
project zelf ook deel van die verandering wordt en een Kleurrijk Krimpenerwaard
ontluikt.
Stel dat je overtuiging zo sterk is en in overeenstemming met je talent. Dan zijn er plotseling geen barrières meer. “Praat me niet over ziekte, dat verhaal is al zo uitgemeten. Heb het liever over wat ik doe en wie ik ben.” Dit is het verhaal van José, die fotografe werd.
José heeft de fotografie helemaal omarmd. Zozeer dat ze onlangs na 32 jaar haar baan als ambulant hulpverlener heeft opgezegd. “Ik beteken graag iets voor anderen en dat kan ik via fotografie het best. Nadat ik zes maanden had platgelegen in verband met mijn rug, was mijn tijd gekomen het roer om te gooien. Ik deed een opleiding fotografie, nam privélessen en ging zoveel mogelijk op stap met professionals op zoek naar verdieping.” Inmiddels heeft ze haar eigen studio voor portretfotografie.
Verhalenverteller Stella Speksnijder treedt op onder de naam ‘Het Zingende Paard.’ Bij binnenkomst begint ze meteen met een verhaal; liever dan te vertellen over het vertellen zelf, hoewel dat na wat aandringen ook lukt. Tot op het laatst kan ze het niet laten om een nieuw verhaal te beginnen. Best fijn, eerlijk gezegd.
Er gebeurt iets met Stella zodra ze gaat vertellen. Haar gezicht verandert. Zoiets heb ik ooit eerder gezien toen ik in een ver verleden reisde met mijn kat. In de Franse Pyreneeën verdween zij elke avond het donker in om ‘s morgens terug te komen met een nieuwe uitdrukking op haar gezicht. Haar wimpers omlijstten de fonkelende diepten van haar ogen met een zwarte stralenkrans. Mond en neus verloren hun zachtheid en raakten scherp gefocust als op een prooi. Precies zo verandert Stella’s gezicht als ze vertelt.
Nieuwsgierig naar het vervolg? Lees verder in het boek Kleurrijk. Ook als e-book.
De Syrische tandarts Fadia Khlief is sinds het moment dat ze met haar kinderen in Nederland arriveerde in 2017 op volle kracht actief om aan het werk te komen. “Ik kan echt geen vijf jaar bezig zijn met het leren van een taal. In Utrecht zijn stoomcursussen voor universitair geschoolden. Ook de drie kinderen hebben de eerste periode alleen maar Nederlandse taal gestudeerd.”
In haar woonplaats Alhassaka werkte ze al twaalf jaar, vanaf haar eenentwintigste, als tandarts en had een eigen praktijk. Haar kinderen werden door haar ouders opgevangen. Het leven was goed. Fadia: “De oorlog vernietigde toen zoveel dat er geen normaal geëmancipeerd en gelijkwaardig bestaan meer mogelijk was. Mijn familie bleef achter in Damascus en versnipperd over Europa, waar ze zo snel mogelijk willen integreren en hun leven oppakken.”
“Misschien ben ik wel een geluksvogel,” denkt Eleni. Ze kwam in 2011 met haar man en dochter Konstantina van vier naar Nederland. Ze werden opgevangen door haar schoonzus en zwager. “Het eerste wat ik zag was hoe vrolijk en onbezorgd Nederlanders waren. Was ik ook zo terneergeslagen door de crisis?
Ik realiseer me hoe de voorheen zo opgewekte Grieken ongemerkt het hoofd naar beneden en de blik naar binnen hadden gericht, de rug gekromd door armoede en verdriet.” Met de financiële teloorgang van het land, immers de intellectuele bakermat van Europa, was er een bres geslagen in het Griekse zelfvertrouwen. Eleni laat zich er niet door uit het veld slaan: “Ik mis mijn land en familie, maar het is wat het is.” Als kind wilde Eleni graag psycholoog worden en mensen helpen met het beantwoorden van levensvragen. Ze werd opgeleid in de kinderopvang, en uiteindelijk werkt ze hier in de logistiek. In de avonduren zodat ze overdag bij haar kinderen kan zijn. Ze legt zich erbij neer dat ze niet meer in het onderwijs terecht kan. “Als ikzelf een kind naar school stuur is taal in eerste instantie essentieel en dat niveau ga ik niet halen.” Desondanks kijkt ze uit naar het laatste deel van haar taalexamen waarna ze een werk/leertraject wil gaan volgen als Vasiliki, haar jongste dochter, naar school gaat. “Als vrouw heb je dat werken buitenshuis broodnodig.
Dit is het verhaal van Samantha, internationaal bekend kunstenares en yoga teacher. Zij woont in het hart van het Groene Hart en daar weeft zij vol aandacht haar kunst en levensfilosofie bijeen.
Samantha groeide op op de afgelegen boerderij van haar familie in Zuid-Afrika. “Het was in een gelijkwaardige en hechte gemeenschap met iedereen die daar woonde en werkte. Tegelijk was er voldoende afzondering om te leren hoe te overleven. Ik was een buitenkind. Als klein meisje klauterde ik al op mijn paard. Rasper was een rode Vos, mijn beste vriend. Ik reed op hem de wijde wereld in, door de heuvels naar de bergen. Daarboven had ik een weids uitzicht vanaf een fijne steen waar mijn billen precies in pasten, zodat ik er uren heerlijk kon zitten, rondkijkend over de hele vallei. Dit was het echte Afrika.
Gabriela ontvangt mij in haar lichte flatje met ramen rondom en serveert jasmijnthee. Ik hoef niets te vragen, zoveel te vertellen! Zo vol is ze van zoveel en zo blij is ze met van alles. Het is gewoon een feestje om bij haar te zijn.
“Moet je horen. Dertien jaar geleden, in 2006, heb ik mijn man Remi leren kennen. Ik was een van de 22 miljoen inwoners van Mexico stad. Met zestien medewerkers leverde ik door het hele land computers aan scholen en bibliotheken en gaf vervolgens als pedagoge trainingen. Toen ik eens in de streek Campeche was, besloot ik het archeologische Mayastad Calakmul te bezoeken, met ontelbare piramides. Sommige zijn schoongemaakt en ertussen zijn wandelroutes aangelegd. De rest is mysterieus verborgen gebleven onder het groen van de jungle. Het was een reis van zes uur ernaartoe en we waren met een klein groepje. Een aardig gezinnetje, en een Limburgse man, Remi. Hij en ik raakten meteen aan de praat. Tegen de tijd dat we bij de piramides kwamen had ik daar allang geen oog meer voor en ook een plotselinge regenbui deerde ons niet. Het was magisch. De hele terugweg konden we niet ophouden met praten en we stopten er niet mee tot diep in de nacht. Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk.