De vrouw die bergen beweegt

Afbeelding


Cristina Vellinga is geboren in de tijd dat volgens het decreet van Ceausescu vrouwen pas na vijf kinderen abortus mochten plegen. Voorbehoedsmiddelen waren er niet. Wat dat in de praktijk betekende ondervond ze toen ze voor een kleine ingreep op haar 16e in het ziekenhuis verbleef.

Schoonhoven – Daar werd een moeder van drie kinderen binnengebracht na een mislukte abortus. Cristina: “Een agent van de Securitatea kwam de operatiekamer in om de hulpverleners te verhinderen hun werk te doen. Ik durfde hem niet aan te kijken, maar zie nog steeds zijn Adidas-gympen onder zijn autoritaire kostuum. Wat er gebeurde zal ik je verder besparen, maar ik raak het beeld nooit meer kwijt. Het was het allerdiepste niveau van indringen, gepleegd door een dictatuur. We moesten met elkaar communiceren door middel van gebaren en beeldspraak; gewoontegetrouw voel ik nog steeds onder tafel of er geen afluisterapparatuur zit.”

Symposium
Cristina is verbonden aan de Sectie Interculturalisatie bij het Nederlands Instituut voor Psychologen, hiervoor organiseerde ze enige tijd geleden een symposium over migranten en literatuur. “Mijn doel is om psychologen te laten nadenken over hoe je gedrag en behoeften worden beïnvloed door verschillende culturen.  Lezen is verrijkend door de ervaringen en verhalen van de schrijver, die zichzelf laat kennen door de keuze van zijn onderwerp en personages. “

Kinderrechten
“Bij de Rijksuniversiteit Groningen doe ik onderzoek naar kinderrechten en migratie van uitgeprocedeerde kinderen. Wat is het beste voor het kind in de toekomst. Hoe zijn de familie-omstandigheden en die van de samenleving waarin het terecht zal komen.”
Zou het niet beter zijn de kunst van het Nederlandse geluk te exporteren?, in ons licht bezien is het toch nergens beter dan hier?
“Ja, Nederland is klein, en de wereld erg groot. Maar Nederland is ook een naïef land als het gaat om het interculturele inzicht van de overheid. Vrouwen en kinderen worden minder vaak geloofd dan mannen. Ze zijn kwetsbaarder, terwijl mannen over het algemeen vrijer omgaan met de mogelijkheden binnen ons rechtssysteem, zoals het jarenlang volhouden van procedures tegen de staat. Mishandelde en misbruikte vrouwen hebben minder lef om te vechten voor een verblijfsvergunning omdat hun verhaal niet wordt geloofd. Een ander onrecht is dat analfabete vrouwen dreigen te worden teruggestuurd naar het land van herkomst omdat het vrijwel onmogelijk voor ze is om hun taalcertificaat te halen.”


Metaforen
“Ik wilde destijds psychologie studeren, ware het niet dat Ceauşescu alle professoren had laten opsluiten en deze studierichting had opgedoekt als staatsondermijnend. Daarom werd het letterkunde, ik studeerde Romaanse talen en doceerde daarna in Spanje aan de universiteit. Het was niet de bedoeling me in Nederland te vestigen, maar de liefde bracht ook mij hierheen. Ik moest me inschrijven bij het arbeidsbureau. De ambtenaar, keurig kortgeschoren, keek me aan en las hardop in mijn cv: we-ten-schaap, waarbij hij blaatte als een schaap. Wat denk je wel niet?! vroeg hij en antwoordde toen op mijn vraag waar ik dan wel zou kunnen werken. Bij thuiskomst werd mijn man bleek en woedend toen hij dit antwoord hoorde en twee weken lang weigerde hij het te vertalen: in de verpakkingsindustrie.  Vervolgens heb ik me  ingeschreven in Leiden om daar verder te studeren, onderzoek te doen naar de interpretatie van metaforen en pionierend op het gebied van cognitieve psychologie. Ik specialiseerde me uiteindelijk in de ontwikkelings-neurocognitieve psychologie, belandde bij de top van vijf onderzoeksteams in de wereld en studeerde with merit af.”
Emancipatie
“In de tussentijd kreeg ik kinderen en was verbijsterd; het gebrek aan kinderopvang leek mij niet te rijmen met zo’n ontwikkeld land als Nederland. Mijn moeder was directeur van een kinderopvang en een bekend en gerespecteerd pedagoge. Vrouwen in Roemenië werden geacht zes dagen per week te werken. Hier zou ik meer geld kwijt zijn aan kinderopvang dan ik zou kunnen verdienen.  In de VVAO (Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding) werkte ik mee aan het realiseren van de wetswijziging kinderopvang, waarvan ikzelf nog precies een jaar kon profiteren. Zodoende heb ik het research master Psychologie gedeeltelijk in Londen kunnen doen.”


Volgend jaar start Cristina een proefproject een behandelvorm voor vrouwen met meerdere trauma’s, waarbij psychologische methoden worden toegepast naast  beweging en kunst. “Ik heb inmiddels ontdekt dat ik een goede therapeute ben, al voel ik de theoretische kant alweer lonken.”

Als ik haar nakijk terwijl ze over het bruggetje loopt  over de sluis achter Belvédère, bedenk ik me dat Cristina Vellinga een vrouw is die bergen beweegt. ‘Maar ik moet ook de tijd nemen om te genieten van dit mooie stadje,” zegt ze. “Want daarvoor zijn we hier tenslotte komen wonen.”

Cristina Vellinga is geboren in Roemenië en met een Nederlander getrouwd.

Het land van melk en honing

Afbeelding






Burundi… terwijl ik in de bibliotheek de coördinator van het Taalhuis Corine de Haij interview, vraag ik me hardop af of ik ooit iemand uit dat onbekende kleine Afrikaanse land te spreken zal krijgen. Aan het eind van ons gesprek schuift een prachtig geklede jonge vrouw aan. Corine kent haar ook niet, en we vragen waar ze vandaan komt. Je raadt het al: Burundi.

Hier volgt het verhaal van Marina. Haar woonplaats is bij de redactie bekend en haar naam is veranderd; op de lijst van het World Happiness Report 2018 staat Burundi  als minst gelukkige land op nummer 156. 68% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Of je Hutu bent of Tutsi, regeringsgezind of in de oppositie, iedereen wordt ooit geconfronteerd met de toestand waarin het land verkeert. Dat overkwam ook Marina.

Broer konijn
De zachtaardige Marina is zesentwintig en heeft een dochtertje van drie. Het kleine meisje zegt heel braaf alle woordjes na, maar durft nauwelijks haar mond open te doen. Daarom gaat ze naar logopedie, thuis spreken haar ouders Swahili, dus heeft ze ook een taalachterstand. Het Taalhuis Krimpenerwaard faciliteert met vrijwilligers die thuis komen voorlezen, en daarop is nu het wachten. “Wat voor verhalen vertelde jouw moeder aan je als kind?” vraag ik Marina. “Over broer konijn, die worteltjes steelt.” Ze moet lachen, alsof het kinderachtig is. Onderwijl speelt het meisje met een spelletjes-app op haar moeders telefoon. Aan de wand van haar appartement hangt een trouwfoto waarop zij en haar man elkaar uit een glas melk laten drinken. Traditie waarmee de koe wordt geëerd als symbool van vruchtbaarheid en voorspoed.

Sinaasappelboom
Marina pakt mijn notitieblok om haar ouderlijk huis te tekenen. Op een afgebakend erf staat een met witte leem gestuct gebouwtje met een plat dak en twee kamers. “Hier woonde ik met mijn moeder en twee zusjes. In de raamkozijnen zijn gietijzeren ornamenten bevestigd. Op het terrein staat nog een huisje, voor de drie broers. In het midden staat een sinaasappelboom en in de omgeving zijn veel bomen en lopen geiten, kippen en eenden rond. In een hoek van het erf is een kraan waar wordt gewassen en water getapt voor het eten; koken doen we buiten op een houtskoolfornuis voor twee pannen. Afhankelijk van hoeveel geld je hebt wordt er een tot drie keer per dag gegeten; rijst, eventueel met bonen. Vlees en vis zijn duur, dus die eten we maar soms. Groente is niet duur, er is een spinazie-achtige bladgroente en cassave. Brood is er niet, er is geen oven. Fruit is er volop: papaya, mango.” Ze beschrijft net zulke grote avocado’s als Flavia uit Oeganda in haar verhaal. “Sinds het overlijden van mijn vader verdient mijn moeder de kost met de verkoop van tomaten.” Marina kan eens in de veertien dagen met een beltegoed van tien euro, vijf minuten met haar moeder telefoneren. Ze hoopt hier een baan te krijgen in de ouderenzorg, zodat ze haar moeder kan ondersteunen om haar handel uit te breiden met rijst, mais, bonen en suiker. 

Koude douche
“Naast de kraan heb je het toilet, met een put in de grond. En weer daarnaast is de douche: je haalt een klein emmertje koud water en giet dat over je hoofd. Dat is met een constante temperatuur van 28 graden echt niet zo vervelend als je zou denken!
In Burundi hoef je pas op je zevende naar school. Onze klas bestond uit tachtig leerlingen die in groepjes op de grond zaten.” Marina kijkt terug op een vrolijke kindertijd waarin “we altijd op blote voeten liepen en in het zand speelden, altijd buiten. Als speelgoed  hadden we een springtouw, elastieken en een bal. Van oude lapjes naaide ik mijn eigen pop, met een naald van mijn moeder, die me ook leerde haken. De jongens deden fanatiek wedstrijdjes met het gooien van gekleurde stenen.

Koeienmelk
De telefoon rinkelt. Op het beeldscherm verschijnt: My lovely husband. Maar goed ook, dat hij er is, als je uit zo’n andere wereld komt lijkt welhaast alles onoverkomelijk. Hij vult Marina’s vehaal graag aan: “Toen ik haar voor het eerst zag sloeg mijn hart over, ik was op slag verliefd. Wat er toen volgde was een omslachtig spel van overleg en beraad. Eerst met mijn eigen ouders, die een heleboel vragen stelden om er zeker van te zijn dat ik serieus mijn leven aan deze vrouw wilde wijden en mijn verantwoordelijkheden nakomen. Daarna ging ik met het meisje praten, en met haar instemming naar haar ouders. Na dit alles goed te hebben doorstaan ging ik weer naar mijn eigen ouders, die vervolgens overlegden met die van haar. In acht maanden tijd verdiende ik de bruidsschat bij elkaar.” Hij schrijft het nieuw geleerde woord op een briefje: Bruidsschat. Zo bouwt hij aan zijn woordenschat. En hij vervolgt: “Hiervan werd de uitzet gekocht, mooie kleren, sieraden, en de bruiloft werd ermee betaald. Na de religieuze plechtigheid was er een feest dat een hele dag duurde, met 300 genodigden. Het echtpaar zit dan op een verhoging terwijl de gasten om beurten de microfoon op het podium pakken om de echtelieden van goede raad te voorzien, voornamelijk wensen ze je veel geduld met elkaar toe. Na het huwelijk fungeert (in ons geval) de Shekh als raadsman en voor vrouwenzaken dient een tante.”